Posts tonen met het label blessuretijd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label blessuretijd. Alle posts tonen

vrijdag 30 maart 2018

Tuinieren in blessuretijd: wie niet sterk is, moet slim zijn.


Iedere tuinier, ouder of jonger, heeft wel eens een “fysieke beperking”: schouderklachten, een tennisarm, gewrichtsklachten aan hand en pols, rugpijn, heupklachten, knieproblemen…
Of: geen tijd vanwege een druk gezin, baan of andere bezigheden.
Toch is er de liefde voor de tuin. Liefde voor een klein stukje “natuur” bij je huis. Maar je wilt geen verwaarloosd, door “onkruid” overwoekerd geheel. 

Zelf heb ik een redelijk grote tuin, zo’n 700 m2 en dan heb ik oprit, huis en schuur niet meegerekend. Dat is best veel voor een echtpaar dat de 70 inmiddels een aantal jaren is gepasseerd.
Voor het tuingebeuren ben ik degene, die verantwoordelijk is voor inrichting en onderhoud.
In de loop van de 22 jaar, die we hier wonen, zijn mijn knieën, heupen, rug, ellebogen en handen bij wat gemiddeld tuinwerk steeds sneller overbelast.
Hoe ga ik daarmee om?

Verhuizen naar een appartement met een klein balkon is voorlopig geen optie. Ik moet er zelfs niet aan denken, ik hou zo veel van onze tuin! 

De remedie is de volgende: geniet van de tuin, maar WERK er zo weinig mogelijk in.
Richt hem zo in, dat de grond volledig bedekt wordt en blijft met de planten, die geschikt zijn voor de betreffende plek ( grondsoort, bezonning, droge of vochtige plek). Als de grond eenmaal bedekt is met de gewenste planten: rommel er zo weinig mogelijk in. Elke verstoring van de grond door wieden, harken enz. geeft pionierplanten, en dat zijn de meeste “onkruiden”, een kans om zich te vestigen en dan moet jij weer de grond verstoren om ze eruit te krijgen. Wied hoofdzakelijk in het vroege voorjaar ongewenste planten weg. 
Maak je tuin in het najaar niet “winterklaar” door alle uitgebloeide stengels weg te knippen. Je planten worden kwetsbaarder, insecten kunnen geen plekje vinden in de stengels om te overwinteren. 
Leer de uitgebloeide plantenskeletten zien als een stukje schoonheid ( kijk bij Piet Oudolf), ze zijn prachtig met rijp en met sneeuw. 
Gebruik nooit kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Als je mest geeft jut je je planten op; ze worden langer en slapper en jij maar steunen en snoeien. En bij het gebruik van bestrijdingsmiddelen breng je ook je nuttige kleine dierlijke helpers om zeep.

In maart knip je de stengels met een heggenschaar van boven naar beneden in stukken van 10-20 cm en je laat de resten ter plekke liggen. Dat werk vinden je handen, armen en schouders niet fijn. Doe het daarom desnoods in etappes van dagelijks niet meer dan 5 á 10 minuten. 



Je krijgt zo een mulchlaag op je grond, die zorgt voor een enorme verbetering van het bodemleven. Je maakt ter plaatse je eigen compost, die hoef je dus niet meer te kopen, te versjouwen en verspreiden. 


Die slordige bruine, maar gezonde, bodemlaag is binnen enkele weken volledig verdwenen: 


Het spreekt vanzelf dat je om dezelfde redenen het afgevallen blad in het najaar gewoon laat liggen. Als je een grasveld hebt, tja, dan kun je dat blad beter wegharken naar je borders toe.
Wees vooral niet te netjes. Wat slordige hoekjes zijn een zegen voor het dierenleven in je tuin: padden, egels, insecten, vogels enz. Je maakt veel meer spannende dingen mee, als je tolerant bent ten aanzien van een onbekend plantje of diertje. De verguisde paardenbloemen fungeren als één van de vroegste nectardragers voor hommels en vroege bijtjes.
Wanneer je tóch geneigd bent tot enige netheid, is er de geweldige tip van Henk Gerritsen in zijn belangrijke boek over natuurlijk tuinieren “Buiten is het groen”.
Hij had een voor publiek opengestelde wilde tuin en hij merkte dat de mensen zijn tuin slordig en slecht onderhouden vonden als de paden niet goed werden vrijgehouden van beplanting. Nette paden = goed onderhouden, hoe wild de rest ook was.


In een kleinere tuin is het aanleggen van afgebakende, omrande, eventueel verhoogde vakken, waarbinnen een losse beplanting mag tierelieren, een methode om het netjes te laten lijken.


Wat tuingereedschap betreft: wees slim en inventief.
Zoek op sites voor aangepast tuingereedschap, google op ergonomisch, op krachtbesparend, easy-grip, power level bypass enz.
Ik kan al jaren niet knielen en lang bukken en zit daarom bij tuinwerk op een speciale tuinkruk, die gemakkelijk draait, zodat ik overal met mijn handwiedertje bij kan komen.
Het ding lijkt instabiel, je valt er de eerste keer ook van af, maar het went snel en ik kan niet meer zonder.


Handwiedertje:

 
Als ik tóch een keer in de grond moet graven om een plant te verzetten of te planten, steek ik eerst de grond ter plaatse los met een spitvork, daarna kan ik met de schep veel beter in de grond komen.
Voor het snoeien heb ik een speciale takkenschaar en een handsnoeischaar, die in drie fasen, d.w.z. in drie knipbewegingen per keer de knipbeweging verdeelt, zodat je veel minder kracht hoeft te zetten. Zonder hulp kan ik met de takkenschaar zelfs vrij dikke takken zelf de baas. Hieronder de takkenschaar met eronder vergroot het power-step systeem:






En hieronder de ergonomische snoeischaar met eronder het drietraps systeempje:




Eens per jaar schakelen we onze hovenier in voor de grotere tuinklussen, voornamelijk snoeiwerk van bomen en struiken en heggen en het onderhoud van de sloot achter het huis. Dat kost geld, maar verhuizen kost ook geld.
Maar verhuizen gaat wel ten koste van een groot stuk essentieel geluk als de tuin je passie is.

Samengevat, in blessuretijd is het devies:

Zo min mogelijk werken in de tuin maar zo veel mogelijk genieten door
je tuin zo slim mogelijk in te richten
te werken met zo handig mogelijk gereedschap
en zo nodig (tijdelijk) hulp in te schakelen.

Werk vooral niet te lang achter elkaar in de tuin, rem jezelf af na 10, 15, 20 minuten, je merkt - meestal achteraf - zelf wel wanneer je te lang bent doorgegaan.
Dit alles onder het motto: wie niet sterk is, moet slim zijn