In
deze tijd, waarin de hoeveelheid en de diversiteit van vlinders
terugloopt, dient mijn liefde voor vlinders onvoorwaardelijk te zijn.
Zoals
het wel meer gaat met onvoorwaardelijke liefde, wil er wel eens een
barstje in komen.
Of
liever gezegd: gaten. Maar de liefde herstelt zich weer snel, zo
blijkt uit het onderstaande.
Koolwitjes
houden van kruisbloemige planten, waaronder onze koolsoorten. En tot
mijn moestuinexperimenten behoren de palmkool, de zeekool en het
eeuwig moes.
De
vrolijke koolwitjes hebben ze weten te vinden, maar geven
overduidelijk de voorkeur aan de palmkolen: die prachtige planten, mijn trots.
Op
een goede dag zag ik allerlei vrolijke vretertjes op de palmkool.
![]() |
| poepjes van de rupsen |
Uiteraard ga ik geen voorstadium van koolwitjes vermoorden. Toen ging ik de
rupsen verzamelen en achterin de tuin zetten, zodat ze de weg terug
moeilijk zouden kunnen terugvinden.
Daarover
heb ik nu een licht schuldgevoel.
Wat
had ik anders kunnen doen?
Het
volgende wordt geadviseerd door vlinderliefhebbende tuinierders:
Gun
de rupsen een paar koolplanten en dek de rest af met vliesdoek,
vitrage of zoiets – zie ik mij niet zo gauw doen, het is toch géén
gezicht, zo'n spookachtig bedekte koolplant ;-)
Plant
salie en muntsoorten naast de koolplanten, koolwitjes houden niet van
de geur.
Zorg
dat je geen kleinere of grotere monocultuur hebt van koolplanten.
Combinatieteelt met veel soorten planten bij elkaar, brengt het
koolwitje in verwarring.
Zorg
voor sterke planten, hetzij zelf opgekweekt vanuit liefst biologisch
zaaigoed, hetzij als jong, biologisch geteeld plantgoed. Ik heb het
geluk gehad dat ik in mei biologische koolplantjes kon kopen.
Het
meest haalbaar voor mijn piepkleine cultuurtjes lijkt me de
combinatieteelt.
In
mijn in het voorjaar aangelegde sleutelgattuintje doe ik dat al. Er
staat citroenmelisse, salie, o.i.kers, een andijviesoort, snijbiet én
een andere koolsoort: zeekool.
Opvallend
is, dat het koolwitje de voorkeur heeft gegeven aan de palmkool boven
de zeekool. (Zie hieronder de zeekool.)
Verderop
in onze tuin staat, verstopt tussen bessen en andere tuinplanten, een
flinke plant van het eeuwig moes (zie hieronder). Ook deze blijft tot nu toe nagenoeg
vrij van vraat. De plant is kennelijk moeilijk te vinden.
Combinatieteelt lijkt dus te werken.
Samenvattend
lijkt me het beste om te zorgen voor sterke planten, combinatieteelt
toepassen met planten, die het koolwitje niet lekker vindt ruiken
(salie, muntsoorten) , en eventueel een lok-koolplant erbij te zetten
– een zwakkeling uit het tuincentrum bij voorbeeld ;-)
Het aardige van palmkool is, dat vanuit het hart snel nieuwe bladeren ontstaan. De kool herstelt zich vlot.
Voor meer diervriendelijke tips om het koolwitje bij te sturen houd ik me aanbevolen.







