Al vaker heb ik een
loflied gezongen op de wilde bosrank, de Clematis vitalba.
Het moet meer dan 10
jaar geleden zijn, dat ik hem plantte in ons bosje vóór een enorm hoge
en brede Prunus laurocerasus. Hij is nu metershoog en bedekt een
groot gedeelte van die prunus. (foto hieronder dateert van begin augustus)
Al een aantal weken bloeit de bosrank
onverminderd royaal door en trekt een menigte aan insecten aan. De
fijne bloemen zijn heel mooi en geuren zacht. In de winter krijg je
een grote hoeveelheid prachtige zaadpluizen. En deze zaden komen het
jaar daarna overal op met de bedoeling ervoor te zorgen dat hele
woonstedes ingepakt gaan worden door de bosrank.
Dat is niet
overdreven. Hij is hier langs de prunus bezig naar de lijsterbes te
klimmen. Ik schat de bereikte hoogte nu zo’n 7 meter.
De stengels zijn nu
al haast 8 cm dik, het zijn echte lianen geworden, je kunt ze bij
wijze van spreken als rekstok gebruiken.
Ook langs onze
schutting heb ik hem geplant. Dat is w.s. niet zo verstandig geweest,
want hij wil de poort dichtwoekeren, die moet ik twee maal per week
vrijknippen en hij is op weg het dak van de schuur te beklimmen.
Hoe ontzettend mooi
de plant ook is – kijk hieronder maar naar de combinatie met de New
Dawn klimroos – toch denk dat ik er verstandig aan doe hem in het
rustseizoen weg te halen bij de schutting.
En, om de relatie
met mijn buurvrouw niet te veel onder druk te zetten, zal ik hem bij
de prunus ook wel een kopje kleiner moeten maken.
Het vreemde is, dat
de plant wordt gezien als een kalkindicator en ik tuinier op echte
zure turfgrond.
Wellicht zit er puin
in de grond? Of is de plant minder kieskeurig dan we denken?
De groeikracht is
dus enorm. Hij is eigenlijk niet aan te raden voor een kleine tuin.
Dan ben je, als hij eenmaal goed aan de groei is, het hele jaar door
bezig hem te plagen door hem terug te snoeien.
Maar als je de
ruimte hebt en als je van deze wildebras kunt houden: laat je dan
gerust inpakken door de bosrank, één van onze inheemse lianen.








