Deze zonnige dagen van eind september /
begin oktober worden gekenmerkt door dat bijzondere, gouden licht.
Het zonlicht valt wat lager in, vormt lange schaduwen, waardoor het
contrast groter wordt. Met de diepblauwe hemel erboven is het buiten
een visueel feest.
Hierboven zie je de doodgewone
goudsbloem, de Calendula
officinalis, die bij ons aan de zuidkant van het huis staat, om zo
veel mogelijk van de zon te profiteren.
In hetzelfde zuidelijke tuintje staat ook de haast manshoge topimamboer, de Helianthus tuberosus, een knolvormende zonnebloemvariëteit, die alleen in gunstige omstandigheden tegen de herfst pas gaat bloeien. Deze zomer was natuurlijk ideaal voor deze plant, die eetbare knollen heeft, die je na de eerste nachtvorst kunt oogsten.
Ik heb
de knollen in het voorjaar van een vriend gekregen, en ik lees dat de
plant behoorlijk kan gaan woekeren. Ik hou hem wel in bedwang, en
ben benieuwd naar de smaak van de knollen.
Eigenlijk
heb ik in de rest van de tuin geen knalgeel en geen knalrood. Op een
enkele dissident na, die ik tolereer als accent. Hoewel ik toch erg
van deze vrolijke kleuren hou, in schilderijen bijvoorbeeld, vind ik
ze te opdringerig. Maar aan de zuidkant mag het en daar geniet ik er
ook van.

