donderdag 11 juli 2019

Grappige zomerbloeiende alliums.



De drie alliums die op dit moment in de tuin bloeien zijn zonder meer grappig.
De bovenste foto toont een gekweekte selectie uit het inheemse slangenlook (dat zeldzaam is en op de rode lijst staat) nl. de Allium scorodoprasum ‘Art’. Zie ook hieronder:



De een aantal jaren geleden aangeschafte bolletjes doen het helaas matig, vermoedelijk willen ze een wat meer kalkhoudende grond.

Wel heel goed op onze wat zuurdere grond doet de esculaapui het, de Allium sativum var. Ophioscorodon. Deze komt elk jaar weer terug en heeft hele groepjes gevormd. De grappige “snavels” staan naar dezelfde kant gericht, ze kunnen hier goed tegen de droogte.


Een erg leuke zomerallium is het trommelstokje, de Allium sphaerocephalon kogel of kalklook.
De laatste benaming is meteen de reden, dat deze soort het hier ook niet goed doet.
Als ik ze in de catalogus weer tegenkom, zie ik voor mijn geestesoog een heel zomers veldje vol van die mooie rode trommelstokjes en dan schaf ik ze tóch weer eens aan.
Teleurstellend, slechts twee exemplaren doen het in de wat meer van voeding voorziene plantenbak voor ons raam:


De meest komische allium blijft voor mij de Allium “Hair”, een gekweekte selectie uit de inheemse kraailook. Het kraailook is vrij algemeen.
De “Hair” heeft het hier in de tuin vrij lang uitgehouden, maar is toch verdwenen. Ik ga in de herfst weer wat bolletjes bestellen, deze allium maakt me vrolijk met zijn punkkapsel:


Dit alliumverhaal sluit ik af met de uitgebloeide resten van de mooie Allium christophii.
Een jaren lang terugkerende prachtige, in juni bloeiende Allium, die daarna nog lang de aandacht trekt:




dinsdag 4 juni 2019

Bloesem en groene weelde van begin juni.


Het gebladerte is nog jong, groen en meest onaangetast, de bloesemrijkdom maximaal: dat is de weelde van begin juni. De vogels zijn actief en druk: ze moeten wel want ze hebben jongen te verzorgen.
Kikkers springen weg als ze je voelen naderen. Het insectenleven is op gang gekomen, bijtjes, hommels, zweefvliegen en zowaar een enkele Europese hornaar.
Als ik in de tuin ga zitten met een boek, schiet het niet op met het lezen, ik zie teveel moois en spannende dingen om me heen.

Ik neem jullie mee met een virtueel wandelingetje door de tuin.

Vanuit de toegangspoort een aantal van de prachtige Allium christophii (zie ook eerste foto):


Verder lopend stuiten we op de zeer royaal bloeiende klimhortensia, de bloemen geven een zachte, zoete geur af:


We kijken even naar links, waar de jonge bosaanplant achter de vijver nog maar nauwelijks zichtbaar is en waar de klimmers al goed aangeslagen zijn en de schermen gaan veroveren:


Detail van de gele lis:


Op het kruispunt van de paden aangekomen botsen we tegen het bessenbosje, dat na de veranderingen in de tuin veel meer zon krijgt. De zwarte bessenplanten hebben in maart wat van het kappen geleden, ze moeten zich wat herstellen.
Linksvoor een glimp van het heuvelbed (volgens de principes van de Hügelkultur):


Op de volgende foto is het heuvelbed iets beter te zien. Achteraan een deel van het scherm en wat nieuwe bosaanplant.


Het heuvelbed is niet onaardig begroeid na een jaar. Ik  zal er nog eens een post aan wijden.
Erachter de overgebleven rode esdoorn, die jaren lang verstopt stond tussen de coniferen: nu krijgt hij de kans zijn schoonheid te etaleren:


We draaien ons om en gaan met de rug naar het heuvelbed staan en lopen het linkerpaadje in:



De bekervarens en de wijfjesvarens zijn nu op zijn mooist. En de geraniums ertussenin bloeien dit jaar wel bijzonder rijk:


Het terugkijken vanaf deze plek geeft toch wel weer een bosachtige aanblik, waar ik zo van hou:




zaterdag 18 mei 2019

Mijn favoriete sieruien half mei.



Al jaren heb ik een zwak voor alliums (sieruien).
Als ik in mijn doos met zakjes van ooit aangeschafte alliums kijk, schrik ik wel als ik moet constateren hoeveel soorten na een paar jaar al zijn verdwenen. Hoe goed ik ze ook probeerde uit te zoeken op hun geschiktheid voor een bepaalde standplaats en bezonning.

Een van de soorten, die zich al jaren handhaaft is de bulgaarse ui (Allium bulgaricum) die de laatste jaren in de catalogi staat onder de naam Nectaroscordum siculum subsp bulgaricum).
Deze zaait zich zelfs uit.
Daarom durfde ik het eindelijk aan om afgelopen herfst een dure Armeense variëteit te bestellen, de Nectaroscordum tripedale (synoniem Allium tripedale). Deze is groter, steviger en heeft dieper roze gekleurde klokjes met overvloedig nectar. (zie ook eerste foto bovenaan)
De plant stelt me niet teleur, het is een echte blikvanger, vooral ook door de spectaculaire manier, waarop de bloem als het ware uit de windselen komt:






Ik hoop dat deze soort éven blijvend blijkt te zijn als de bescheidener bulgaarse ui, die ook heel mooi is:




Al jarenlang komt de groep Allium ”purple sensation” terug, deze sierui verdraagt iets schaduw:


Dit kleine lage alliumpje verscheen ineens weer, nadat ik het betreffende plekje had ontdaan van al te overdadig siergras, de naam kon ik niet meer achterhalen:


En dan heb ik een veldje van de zelfs licht woekerende Allium triquetrum:


Hieronder het totaalplaatje: rechtsonder de Allium triquetrum tussen de bloempjes van het lieve vrouwen bedstro, rechts van het midden bovenaan de  Nectaroscordum tripedale en een golf van oranje schijnpapaver.



Aan de zuidkant in het zandige grind komt elk jaar weer de puinallium terug (Allium karataviense):  


Later in het jaar komen nog meer alliums tot bloei, het is leuk om ook wat later bloeiende soorten te hebben. Daar kom ik nog op terug.

zaterdag 27 april 2019

Veel aprilbloei alweer voorbij.

In de eerste helft van april hadden we vrij normaal voorjaarsweer, maar nauwelijks of geen regen.
Tulpjes en andere voorjaarsbloeiers toonden zich zeer houdbaar. En ons krentenboompje bloeide zelden zo lang (vanuit het raam gezien):


Daarna kregen we een soort aprilzomer: felle zon, strakblauwe luchten en temperaturen geregeld boven de 20 graden. En geen regen.
De overweldigende ontwikkeling van het groen, zo kenmerkend voor april, stagneerde en potplanten en nieuwe aanplant moesten begoten worden. Tulpen, bosanemoontjes, hondstand: ze waren al gauw verdord.
Andere bloeiende planten zijn hun plaats weer aan het innemen, maar ik wil tóch nog even de mooiste bloeiers tonen van nog maar anderhalve week geleden.

Zelden zag ik zo'n explosie van bloeiend speenkruid, wat een vrolijkheid:


Rechtsboven op de speenkruidfoto zie je de Chinese judasboom Cercis chinensis “Avondale”: 


Deze struik stelt mij absoluut niet teleur. De droge zomer van het vorig jaar heeft hij zeer goed doorstaan: ik heb hem nauwelijks water gegeven. Het mooie grote blad bleef groen en gaaf. De bloei op het naakte hout is zeer royaal.

Eén van mijn favoriete voorjaarsbolgewassen is de hondstand (Erythronium ‘Pagoda’):


De plant bloeit de eerste jaren wat schraal. Hij komt pas langzaam op gang , maar na een aantal jaren lijkt hij steeds meer bloemen te geven. Dit voorjaar heeft de plant een topjaar.


Ook de elfenbloem bloeit dit jaar overweldigend goed. Dit is de gemakkelijke Epimedium versicolor ‘Sulphureum’:


In de bak voor het raam staan twee soorten Tulipa Clusiana’s:


De mooiste Tulipa Clusiana blijft voor mij de var. Stellata, zó subtiel. Deze staat in de volle grond aan de zuidoostkant van het huis en komt daar elk jaar weer terug:


Dit vrolijke tulpje komt al jaren steeds weer terug: Tulipa “little princess” (zie ook eerste foto helemaal boven):


En tenslotte de Tulipa bakeri ‘Lilac Wonder”:


De dotters in de vijver bloeien nog wel even door: 


evenals de mooie kievitsbloem:


De sierappel (Malus evereste) bloeide prachtig, maar slechts enkele dagen: de regens kwamen en de temperatuur ging gevoelig omlaag (vanuit het raam gezien):


Wat was ik overigens blij met die regen, er viel hier in zuid oost Friesland in twee dagen tot nu toe zo'n 30 mm, nog lang niet genoeg om het regentekort op te heffen. 
Hopelijk krijgen we niet wéér zo'n droge zomer!

Pas nu komt de groenspurt in de tuin op gang: veel planten gaan zich te buiten aan het aanmaken van nieuw blad. En nieuwe bloemknoppen verschijnen: op naar de mooie meimaand!



zondag 31 maart 2019

Na het kappen volgt herstel.



Nadat mijn geliefde bosje noodgedwongen moest verdwijnen is het nu al zover dat ik de nieuwe, door mij gewenste uitgangssituatie kan laten zien.

Als alternatief voor de meer dan 15 meter hoge coniferen was een zo hoog mogelijk, stormvast gaasscherm de enige oplossing om vrijwel meteen weer een visuele beschutting te verkrijgen.
De omliggende huizen liggen lager dan ons huis, daarom moeten wij zo ver de hoogte in om zelf wat vrij te zitten.


De gaasschermen op verhoogde “poten” zijn bedekt met enigszins transparante heidematten. Als deze na een jaar of drie vergaan zijn, heeft de ingeplante klimop de schermen al dichtgegroeid.


Onze hovenier had nog een aantal meters in goede staat verkerende “tweede kans” klimopschermen staan. Die wilde ik wel hebben. De rest bestaat uit vrij grote losse klimopplanten én twee stuks wilde wingerd.

Het resultaat is helemaal niet slecht: het best mogelijke, denken we.
Van links naar rechts zijn jonge vuilboom, krentenboompje en amandelwilg ingeplant:


De schuine palen, die zijn aangebracht om de uiteinden van de schermen te schragen, storen me erg.
Ze konden niet aan de andere kant, de windkant, worden aangebracht, want daar ligt de sloot.
Ik zal proberen ze door middel van schaduwminnende klimplanten zo snel mogelijk te camoufleren.

Waar ik ook erg aan moet wennen is de nog zeer open zijde aan de rechterkant, de noordwestzijde van de tuin. Als de geknotte esdoorn en de taxussen weer blad gaan vormen, zal het wel iets verbeteren:


Oude situatie: 


Op een uitgekiende plek heb ik nog twee jonge boswilgen uit eigen voorraad ingeplant:


Maar het zal toch wel een jaar of twee / drie duren, voor alle jonge planten volume gaan maken.

Over 15 jaar zijn echtgenoot en ik in en rond de negentig :-))
We hebben dus wel haast.
De crash kon, wat dat betreft, niet op een beter moment komen: het is nog in het vroege voorjaar en hopelijk hebben we nog ruim tijd van leven: wat is een mens zonder tuin…

We hebben nu wel duidelijk meer licht en zon in de tuin. De beplanting zal daar ongetwijfeld op gaan reageren. Een paar varens zal ik binnenkort gaan verplanten; die staan nu echt te zonnig.
Ik zie nu een groot stuk van de hemel, dat heeft ook wel wat.

De pijn van het verlies zal er nog wel even zijn, de pijn in de portemonnee zal binnenkort wel komen ;-)
Maar al met al hebben onze hovenier en zijn mannen ons buitengewoon snel en goed op weg geholpen, dat had niet beter gekund.

Dagelijks maak ik nu vele rondjes door de tuin om aan de nieuwe situatie te wennen. Soms racet een vogel mij voorbij, die kunnen nu snelheid maken.
De passerende katten kijken me schichtig aan: klopt dit hier wel?

Ja, het klopt en het gaat weer helemaal goed komen, maar wel anders.