Posts tonen met het label grond. Alle posts tonen
Posts tonen met het label grond. Alle posts tonen

woensdag 6 april 2016

(On?)kruid wieden: wikken en wegen.


In onze wilde tuin, die al twintig jaar bestaat, is uiteraard een zekere stabiliteit ontstaan, waardoor pioniersplanten van de net omgespitte, jonge tuinen met veel blote grond niet meer voorkomen.
Veel mensen, die spitten en schoffelen, weten niet dat ze daarmee latent aanwezige zaden van deze pioniersplanten stimuleren om te ontkiemen. En dan wordt er gemopperd op het vele "onkruid" waar men steeds maar weer mee aan de gang moet.
Een gezonde bodem wil bedekt zijn en zal daar ook met kracht naar streven.

In onze tuin is de grond voor het grootste deel bedekt met planten. Daarbij behoren ook wilde kruiden, die een ander onkruid zou noemen.
Er zijn er een aantal, die mij wel eens in de verleiding brengen om in te grijpen. Wil ik wel dat deze planten zich wat agressief lijken te gedragen ten opzichte van andere, wat zwakkere soorten?
Ik heb ook wel eens planten gewied, d.w.z. met een soort hakje verwijderd, waar ik later spijt van kreeg.
Dat was bij voorbeeld het look-zonder-look (Allaria petiolata), een tweejarige kruisbloemige, die zelfs eetbaar is. Het is geen looksoort, maar ruikt naar knoflook, vandaar de naam.
Deze plant breidde zich een aantal jaren geleden flink uit, waardoor ik besloot hem volledig weg te wieden.
Een paar maanden later zagen we in de tuin het oranjetipje vliegen, een prachtig vlindertje. Mijn broer vertelde mij dat het look-zonder-look een van zijn belangrijkste waardplanten was. Oei...
In het daaropvolgende voorjaar speurde ik nauwkeurig naar jonge exemplaren van het look-zonder-look.
(zie hieronder zo'n exemplaar van deze week)


Gelukkig waren er nog een paar. In de jaren erna spaarde ik het look-zonder-look, dat redelijk royaal in de tuin voorkomt.

Op dit moment twijfel ik weer of ik een veldje robertskruid zal uitwieden. Robertskruid (Geranium robertianum), is een één- of tweejarig wilde geranium, die sinds vorig jaar kans heeft gezien zich vanuit een enkel plantje uitgebreid in een klimopveldje uit te zaaien. Ook verderop zie ik jonge plantjes. Het is een vreemd plantje, met de wat roodachtige, behaarde stengeltjes en de doordringende geraniumgeur als je het plantje aanraakt. 


Het bloeit met kleine blauwe bloemetjes en werd vroeger ook als geneeskruid gebruikt.
Vorig jaar heb ik getracht het daar uit te wieden. Niet gelukt dus.
Ik heb zitten wikken en wegen, maar ik ga dit jaar kijken hoe ik dat veldje waardeer, als het bloeit. Misschien vind ik het wel heel mooi. Genade dus voor het Robertskruid. Zo ziet het er nu uit:


En dan nog de gewone veldkers ( Cardamine hirsuta) een kruisbloemige eenjarige, die je tegenwoordig genoemd ziet als voedselplant: oogst het in het vroege voorjaar en doe de blaadjes in de sla. Tja. Op de een of andere manier ben ik, wellicht onterecht, een beetje terughoudend daarmee. Dus ook al weer zo'n dilemma: wied ik het weg en gooi ik het op de composthoop of mag het blijven staan. Zie hieronder.


Hier dus niet: het behoort tot mijn enige stukje tuin met blote grond, door mij het "moestuintje" genoemd. Er gaat jaarlijks mijn eigen compost overheen en er groeien planten, waar ik een proef mee doe of die een gecontroleerde opkweek wensen. Hier heb ik de veldkers verwijderd.
En hieronder zie ik daar niet direct een reden voor ;-)


Tenslotte nog een groot veld speenkruid. Dat zou andere planten verstikken, hoor ik om mij heen. Ik merk dat niet zo in onze tuin . Ik vind het in het voorjaar prachtig, het geeft snel een volledig groene plek met gezellige gele bloemetjes als de zon schijnt. 


De knolletjes kunnen stikstof binden en dat is weer goed voor andere planten. Het plantje verdwijnt na de bloei bovengronds, de knolletjes overwinteren. Geen reden om het speenkruid hier in de tuin te bestrijden.

Uiteindelijk ben ik dus een luie tuinier. Het is veel interessanter voor mij om te kijken hoe de natuur zelf bepaalde zaken oplost. Meestal, als ik ingrijp, krijg ik achteraf spijt. Je schept ook onrust, je verstoort de bodem. Met andere woorden: als ik de neiging voel in te grijpen, zet ik eerst de rem op mijn handelen. Want ik kan nog tot andere inzichten komen...

maandag 27 april 2015

Creëren van rijk bodemleven in potten: geïnspireerd door de "Hügelkultur".


In 2015 wordt wereldwijd de aandacht gevestigd op het belang van een gezonde bodem voor het verbouwen van zo gezond mogelijke voedselgewassen. (Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO): 2015 the International Year of Soils) 
 
Ook in onze eigen (moes)tuinen is het van belang om de gezondheid en vitaliteit van onze planten te bevorderen door de grond te verzorgen en te koesteren in plaats van voortdurend te verstoren en met overbemesting en bespuitingen het bodemleven te vernietigen.
In een bodem, die zo min mogelijk geplet en bewerkt wordt en op natuurlijke wijze bedekt blijft, ontstaat een rijk bodemleven, dat bestaat uit ongelooflijk veel wormen, bacteriën, schimmels en talloze andere micro-organismen. Al deze organismen werken samen om voedingsstoffen, afweerstoffen en signaalstoffen te produceren om de planten te beschermen en te voeden. De micro-biologie ontdekt steeds meer wat zich allemaal voor belangrijke processen afspelen in een gezonde bodem. Er is hierover een in het Nederlands vertaald fascinerend boek uitgekomen, dat ik met grote interesse heb zitten lezen: Jeff Lowenfels en Wayne Lewis: Het Bodemvoedselweb – Alle kleine beestjes helpen.

 
Aangestoken door deze informatie heb ik mijn oude klassiekers over mulchen (Ruth Stout: Tuinieren zonder spitten, zonder wieden , kunstmest of gif) en composteren ( Alwin Seifert: Tuinieren zonder gif) weer eens doorgelezen.

Nu tuinier ik al vanaf de jaren '70 op een bodemsparende manier, maar ik kreeg zin in een nieuw project, waarbij ik een verwante methode ontdekte van een zeer boeiende man, Sepp Holzer. genaamd: permacultuur / Hügelkultur.
De bedoeling is, dat je voor vele jaren een vruchtbare en gezonde bodem creëert, door een bepaalde opbouw van lagen van langzaam composteerbaar materiaal.
Hij begon zelf met al wat vermolmde boomstammen en takken op hopen / rijen op te stapelen, daaroverheen wat dunner takkenmateriaal, snoeihout, oud blad. Daaroverheen graszoden met het gras naar beneden, waardoor wat stevigheid ontstond. Dit bedekte hij met een mulchlaag, waarin geplant en gezaaid werd.
Er ontstonden zo heuvels met aan beide zijden een verschillend microklimaat. Het langzaam verterende materiaal binnenin zorgde voor warmte en er ontstond een levendig microbiologisch systeem van allerlei organismen dat in lengte van jaren voedingstoffen produceert. Zoals dat op natuurlijke wijze ook in bosbodems plaats vindt.

Het principe hoeft niet op heuvels te worden toegepast, het kan ook in een kuil of in gleuven, waarin je dezelfde opbouw maakt. Of in wat aangepaste vorm in grote potten of bakken.
En dat laatste is mijn project geworden.

Hieronder laat ik stapsgewijs zien hoe ik de potten heb gevuld.. Voor meer info in beeldende vorm verwijs ik naar mijn Pinterest-bord.
( Je kunt laagsgewijze je eigen opbouw maken, als je het principe maar snapt)

Nodig:
- grote bakken met goede afwatering (flinke gaten!)
- wat grote stenen, potscherven voor de drainage
- halfverteerde, al wat vermolmde stronken, dikke takken (niet vers en levend)
- fijner materiaal: snoeihout, oud blad
- handje kalk
- grove compost, liefst van eigen makelij
- goede, natuurlijke potgrond
- mulchmateriaal: droog blad, droog gras, hooi enz.

de werkplek: links en rechtsvoor de potten /teil die gevuld gaan worden
 
stenen, scherven e.d. onderin voor de afwatering
 
hout, dat al aan het verteren is toevoegen
 
snoeiafval, kleinere takjes er boven op aanbrengen
 
wat maerlkalk toevoegen
 
oud blad erop
laag grove compost aanbrengen
 
de zaak goed inwateren: kletsnat laten worden, zodat het water de pot uitloopt
 
ik heb nog een laag goede, fijne potgrond aangebracht
 
een mulchlaag aanbrengen van voorhanden zijnd materiaal
 
als je zaait of plant duw je de mulch wat opzij, zodat het zaad licht krijgt
Ik verwacht er veel van. Het kan niet anders of ik zal de komende tijd supergrond krijgen en mijn kleine eenvoudige moestuinprojectjes (snijbiet, snijsla e.d.) zullen hopelijk meer kans van slagen krijgen :-)
In de toekomst zal ik geregeld verslag uitbrengen van de gang van zaken in deze potten.

vrijdag 23 november 2012

Natuurlijk tapijt.


Nu het grootste gedeelte van het blad is gevallen, zien we in bos en tuin de mooiste natuurlijke tapijten. (hierboven: beukenblad)
De dikke lagen gevallen bladeren of naalden zijn niet alleen heerlijk om overheen te lopen, maar zijn ook de manier van de natuur om overwinterende planten in de grond te helpen overleven. Het is een natuurlijke bescherming, een isolerende laag.
Bladblazers en -stofzuigers, de lawaaierige apparaten die vaak door stoere mannen al dan niet met oordoppen bediend worden, zijn daarom slechts nuttig waar een gladderige smurrie dreigt te ontstaan op paden en wegen én op grasvelden, waar het gras verstikt kan worden.
Voor het overige: koesteren, die natuurlijke bescherming, die langzaam gaat verteren, veel kleine organismen het leven geeft, die de restanten weer omzetten in voedingstoffen voor je planten. (hieronder: metasequoia naaldjes)


Aardig om te weten is, dat deze natuurlijke tapijten altijd al een inspiratiebron zijn geweest voor ontwerpers van vloerkleden. Wij mensen voelen ons kennelijk thuis bij de kleuren, die we ook van nature op de aardbodem aantreffen. Zandkleuren, bruinen, groenen. (hieronder: fluweelhortensiablad)


En groen schijnt een kleur te zijn die mensen rustig maakt. We associëren het kennelijk met de kalmerende invloed van het mostapijt en een bos.
Ik vergeet nooit de opmerking van een directeur van een grote welzijnsinstelling, die op zijn kamer mosgroen tapijt had liggen. Hij zei dat hij van zichzelf wist dat hij een gevoelig vegetatief zenuwstelsel had: vandaar deze kleur.




woensdag 21 maart 2012

Grinden, gronden, zanden: verpotten.

Eens in de drie jaar ga ik, vlak vóór de knoppen zwellen, mijn "boompjes in pot" nieuwe grond geven. Weinige van die boompjes mogen de naam "bonsai" dragen, de meeste zijn potentiële bonsai's, potensai's dus. Een aantal kuipplanten en kamerplanten worden in dit verpottingsgebeuren meegenomen.
Voor deze operatie wordt de serre volledig met plastic afgedekt en alle grinden, gronden, zanden, enz. naar binnen gehaald.
De echtgenoot, die zich meestal graag met een boek in de serre terugtrekt, zoekt een goed heenkomen en ik ga aan de slag. Acht dagen duurde deze klus dit jaar en dan heb ik rond de 90 planten verpot.
Elk boompje wordt goed nagekeken; de wortels wat losser gehaald (met de achterkant van een oude pollepel) en iets ingekort met een schaar. Snoeien doe ik nu meestal niet, de plant krijgt zó al stress genoeg.
De (nieuwe) pot heeft altijd een afwateringsgat waar een potscherf of een stukje horregaas op wordt gelegd. Daarop een centimeterdik laagje grind voor een betere drainage.
We gaan uit van gewone potgrond, die neutraal tot lichtzuur is. Zuurminnende planten krijgen wat extra (tuin)turf; kalkminnaars een handje maërl (natuurlijke zeewierkalk = een langzaam werkende kalksoort). In de meeste gevallen meng ik één deel potgrond met één deel (voeg)split - korrelgrootte 1 - 3 mm -, dat goed afwatert en zorgt voor een betere beworteling. Grof, scherp zand kan eventueel het split vervangen.
Potgrond is tegenwoordig voorzien van een lange termijn-mest, zodat de mest in eerste instantie achterwege gelaten kan worden.
Hoe weet je nu wat voor grondsoort je boompje, kuipplant of kamerplant ambieert? Even googlen op  bijvoorbeeld "grondsoort malus" en je vindt die info wel.
En nu is de klus weer klaar en kunnen de boompjes in hun verse grond rustig gaan uitlopen. De serre is opgeruimd en de echtgenoot kan zijn plaats morgen weer innemen.