Posts tonen met het label Wilde tuin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wilde tuin. Alle posts tonen

woensdag 6 april 2016

(On?)kruid wieden: wikken en wegen.


In onze wilde tuin, die al twintig jaar bestaat, is uiteraard een zekere stabiliteit ontstaan, waardoor pioniersplanten van de net omgespitte, jonge tuinen met veel blote grond niet meer voorkomen.
Veel mensen, die spitten en schoffelen, weten niet dat ze daarmee latent aanwezige zaden van deze pioniersplanten stimuleren om te ontkiemen. En dan wordt er gemopperd op het vele "onkruid" waar men steeds maar weer mee aan de gang moet.
Een gezonde bodem wil bedekt zijn en zal daar ook met kracht naar streven.

In onze tuin is de grond voor het grootste deel bedekt met planten. Daarbij behoren ook wilde kruiden, die een ander onkruid zou noemen.
Er zijn er een aantal, die mij wel eens in de verleiding brengen om in te grijpen. Wil ik wel dat deze planten zich wat agressief lijken te gedragen ten opzichte van andere, wat zwakkere soorten?
Ik heb ook wel eens planten gewied, d.w.z. met een soort hakje verwijderd, waar ik later spijt van kreeg.
Dat was bij voorbeeld het look-zonder-look (Allaria petiolata), een tweejarige kruisbloemige, die zelfs eetbaar is. Het is geen looksoort, maar ruikt naar knoflook, vandaar de naam.
Deze plant breidde zich een aantal jaren geleden flink uit, waardoor ik besloot hem volledig weg te wieden.
Een paar maanden later zagen we in de tuin het oranjetipje vliegen, een prachtig vlindertje. Mijn broer vertelde mij dat het look-zonder-look een van zijn belangrijkste waardplanten was. Oei...
In het daaropvolgende voorjaar speurde ik nauwkeurig naar jonge exemplaren van het look-zonder-look.
(zie hieronder zo'n exemplaar van deze week)


Gelukkig waren er nog een paar. In de jaren erna spaarde ik het look-zonder-look, dat redelijk royaal in de tuin voorkomt.

Op dit moment twijfel ik weer of ik een veldje robertskruid zal uitwieden. Robertskruid (Geranium robertianum), is een één- of tweejarig wilde geranium, die sinds vorig jaar kans heeft gezien zich vanuit een enkel plantje uitgebreid in een klimopveldje uit te zaaien. Ook verderop zie ik jonge plantjes. Het is een vreemd plantje, met de wat roodachtige, behaarde stengeltjes en de doordringende geraniumgeur als je het plantje aanraakt. 


Het bloeit met kleine blauwe bloemetjes en werd vroeger ook als geneeskruid gebruikt.
Vorig jaar heb ik getracht het daar uit te wieden. Niet gelukt dus.
Ik heb zitten wikken en wegen, maar ik ga dit jaar kijken hoe ik dat veldje waardeer, als het bloeit. Misschien vind ik het wel heel mooi. Genade dus voor het Robertskruid. Zo ziet het er nu uit:


En dan nog de gewone veldkers ( Cardamine hirsuta) een kruisbloemige eenjarige, die je tegenwoordig genoemd ziet als voedselplant: oogst het in het vroege voorjaar en doe de blaadjes in de sla. Tja. Op de een of andere manier ben ik, wellicht onterecht, een beetje terughoudend daarmee. Dus ook al weer zo'n dilemma: wied ik het weg en gooi ik het op de composthoop of mag het blijven staan. Zie hieronder.


Hier dus niet: het behoort tot mijn enige stukje tuin met blote grond, door mij het "moestuintje" genoemd. Er gaat jaarlijks mijn eigen compost overheen en er groeien planten, waar ik een proef mee doe of die een gecontroleerde opkweek wensen. Hier heb ik de veldkers verwijderd.
En hieronder zie ik daar niet direct een reden voor ;-)


Tenslotte nog een groot veld speenkruid. Dat zou andere planten verstikken, hoor ik om mij heen. Ik merk dat niet zo in onze tuin . Ik vind het in het voorjaar prachtig, het geeft snel een volledig groene plek met gezellige gele bloemetjes als de zon schijnt. 


De knolletjes kunnen stikstof binden en dat is weer goed voor andere planten. Het plantje verdwijnt na de bloei bovengronds, de knolletjes overwinteren. Geen reden om het speenkruid hier in de tuin te bestrijden.

Uiteindelijk ben ik dus een luie tuinier. Het is veel interessanter voor mij om te kijken hoe de natuur zelf bepaalde zaken oplost. Meestal, als ik ingrijp, krijg ik achteraf spijt. Je schept ook onrust, je verstoort de bodem. Met andere woorden: als ik de neiging voel in te grijpen, zet ik eerst de rem op mijn handelen. Want ik kan nog tot andere inzichten komen...

woensdag 16 september 2015

De verborgen wildernis in mijn tuin (6).


Regelmatig wil ik delen van onze tuin laten zien, waarbij ik de beleving wil oproepen van een stukje wilde natuur. De vorige keer was het hoogzomer, nu loopt de zomer ten einde. De weelde is er nog, maar er zijn tekenen van verval zichtbaar. De uitgebloeide stengels en het verkommerend blad geven aan, wat dit jaar al weer geweest is.


Toch staat er nog veel in bloei, ik koester deze herfstbloeiers: herfstastertjes, laatbloeiende sanguisorba's, siergrassen:

Rondom de vijver zijn het de Persicaria's amplexicaulis die nog kleur geven:


Links van de vijver domineert de grote Hydrangea aspera, met de grote bloemschermen, die ook na de bloei mooi blijven:


En als ik dan vanachter de Metasequoia aan de westkant terugkijk naar het huis, dan stel ik tevreden vast, dat we in een echte wilde tuin wonen ;-)


De komende weken gaan we even extra inspiratie halen in een bosrijke omgeving.
De blog wordt even aan zichzelf overgelaten. 
Tot begin october.

( Bij het bekijken van de foto's is het goed om te weten dat een tuin op foto's altijd groter lijkt, dan hij is. De tuin is zo'n 600 m2 (inclusief huis ca. 900 m2), en ligt net binnen de bebouwing van het dorp.
De tuin is omgeven door bomen, waarvan de meesten op eigen terrein staan.)

dinsdag 6 januari 2015

De verborgen wildernis in mijn tuin.


"De verborgen wildernis in mijn tuin" wordt mijn nieuwe maandelijkse project.
Maandelijks zal ik foto's laten zien van een stuk tuin, waarbij ik de beleving wil oproepen van een stukje wilde natuur. 

vanaf de grens naar het huis gekeken
Als kind trok de nabijgelegen verwilderde buitenplaats mij al meer dan het keurig aangelegde park bij ons in de buurt. Wildernis, oerbos, nooit betreden en dichtbegroeide kloven: het zijn buitengewoon boeiende plekken voor mij gebleven. Omdat het bezoeken van dit soort plaatsen in de wereld niet meer zo in mijn systeem zit – ik ben eigenlijk een leunstoelreiziger – zoek ik het beleven van “wildernis” dichtbij. Vooral buiten in onze tuin en zelfs in huis.
Ik ben een groot liefhebber van de z.g. wilde tuin. Mijn belangrijkste inspiratiebronnen zijn: Louis le Roy, zo ongeveer de eerste, die in de jaren zestig van de vorige eeuw natuurlijke principes in het tuinieren introduceerde. En Henk Gerritsen, overleden in 2008, die in zijn tuinvisie heel dicht bij de natuur bleef. Zijn Prionatuinen zijn nog steeds te bezoeken.
Qua vormgeving, esthetiek en plantenkeuze leerde ik veel van de opvattingen van Ton ter Linden en Piet Oudolf.
In onze tuin van ongeveer 600 m2 groot hanteer ik al haast 19 jaar wel degelijk principes van structuur en schoonheid. Maar op veel plaatsen mag de tuin zijn eigen gang gaan, ik betreed en verstoor de grond zo weinig mogelijk, tolereer veel spontane zaailingen en andere plantaardige en dierlijke ontwikkelingen. Maar ik blijf wel de baas en houd de regie en stuur zo nodig bij volgens mijn eigen tuinopvatting.

iets verder, halverwege de sloot loopt de grens van de tuin
Daarbij probeer ik bepaalde stukjes in de tuin zoveel mogelijk te laten lijken op een stukje wilde natuur: een bosrandje of een wild grassen- en kruidenrandje langs terrassen, zoals je ze in de zuidelijke helft van Frankrijk wel ziet. Maar ik ga dat niet geforceerd inrichten en bijsturen, het moet zichzelf binnen de natuurlijke gegevenheden van mijn ecosysteempje gemakkelijk kunnen handhaven.
Daardoor ben ik ook een luie tuinier. Er komt trouwens niet veel "onkruid" meer voor, zo nu en dan wat ongewenst kruid / zaailingen wegtrekken is al voldoende.
Mijn hoofdbezigheid in de tuin bestaat uit: kijken, mij verwonderen en genieten.
Dit project is dus ook het spelen met een droom, het creëren van een illusie, door vanuit een bepaalde blik foto's te maken en die dan maandelijks op deze blog te zetten.




maandag 26 augustus 2013

Diepe groen van de late zomer.


Als ik nu door mijn tuin loop, valt vooral het diepe, donkere, volle groen van de planten op. Alle groen is maximaal ontwikkeld en op kleur. De kleuren van eind augustus.
Als je goed kijkt zie je tekenen van verval, maar daar wil ik nu nog niet echt naar kijken.
Ik neem jullie even mee op een wandeling door de tuin. De zijtuin aan de noordzijde ( zie hierboven) krijgt zijn structuur door de heg, de bielzenrand en daartussenin het schorspaadje. De rondgeknipte goudgele hulst geeft ook 's winters wat houvast in onze wilde tuin.
Een wilde tuin vraagt toch wat structuur, wat rustpunten voor het oog, om qua vormgeving een beetje te kloppen. 

Als ik meer naar rechts wat meer naar voren loop met dezelfde blikrichting zie je links in de hoek weer dezelfde goudgele hulst. Daarnaast een grote pol gras, die net in bloei gaat komen: de prachtige Molinia caerulea 'Transparent", een blikvanger die tot in de late herfst het zonlicht vangt in de okergeel wordende bloeiwijzen. 
Wat meer naar achter weer een hegje voor de structuur.

Molinia caerulea 'Transparent"

 

Voorbij dat hegje naar links kijkend naar de achtertuin één van mijn favoriete doorkijkjes van deze maand: naar de vijver via de wat hogere astilbes (60 cm ongeveer).


En als ik dan verder loop en vanaf het verdiepte terrasje in de richting kijk, waar ik stond voor de vorige foto, dan zien we een andere groep, lagere en wat lichtere astilbes - die zich op die plek vlak langs de vijver best flink de hoogte in werken - met links daarachter de altijd wat bescheiden bloeiende Polygonum amplexicaule 'Atropurpureum', een duizendknoopsoort, en daarachter een door mij zeer gewaardeerde kattenstaart: Lythrum salicaria. Kattenstaarten zijn dol op slootkanten bloeien best lang, zaaien zich hier uit, zelfs op wat drogere plaatsen.

Hoewel de tuin effectief - zonder huis, schuur en oprit - ongeveer tussen de 500 en 600 m2 beslaat, lijkt deze op de foto's véél groter. Dat komt waarschijnlijk door de dieptewerking, die de grote bomen en struiken die de tuin begrenzen, verschaffen. Dit is de charme van deze tuin, geeft ons vrijheid en suggereert dus meer dan het is. De illusie van het grote in het kleine. Ik heb deze foef ook wel gezien in véél kleinere tuintjes, waar men uitgekiend gebruik maakte van niveauverschillen op het grondoppervlak én in de beplanting.
Wij hadden het voorrecht dat zowel de niveauverschillen en de hoge beplanting aan de uiteinden van de tuin hier 16 jaar al aanwezig waren.
Dat was en is een waar geluk.

zaterdag 22 juni 2013

De langste dag en de kortste nacht: feest.


Nu we de kortste nacht gepasseerd zijn... 
een nacht, die natuurmensen geacht worden dansend en zingend door te brengen met vreugdevuren, zonder ook maar aan slapen te denken...
Een nacht, waarin ik toch maar het bed heb opgezocht aangezien de temperatuur niet uitnodigde tot buiten springen...
De zonnewende, waarin we de langste dag en de kortste nacht gehad hebben en de dagen weer haast onmerkbaar gaan korten. We merken het nauwelijks want we treden nu officieel de zomermaanden binnen. Daar gaan we van genieten en we hopen op wat stabiel warm weer. Want zo'n uitschieter van krap een dag , zoals we de vorige week hadden, tja... dat is eigenlijk een beetje geplaag van de weergoden om ons te laten voelen hoe zomer ook al weer voelt. Om het ons daarna weer meteen af te pakken.
Maar ik ga een rondje maken in de tuin. Van donker naar licht.


Zo wild mogelijk, want ik hou van wild in de tuin. Het kan me haast niet wild genoeg zijn. Want dan lijkt het op natuur. Dan kan ik me verbeelden dat ik me in de wilde natuur bevind. 


Aan een bosrand,


en dan weer in een bloemengebiedje.


Daarvoor hoef ik dan mijn tuin niet uit. In het klein heb ik die spannende wilde natuur dan toch een beetje om mij heen. Een tuin moet me een beetje overweldigen, ik moet me er klein in voelen. De natuur is groter dan ikzelf. Ik mag daar wel zijn, maar de natuur speelt een hoofdrol. En ik stuur een beetje bij, maar ik heb het niet helemaal in de hand. En dat gevoel zoek ik in mijn tuin. En in deze maanden schenkt de natuur in mijn tuin mij dat gevoel ruimschoots.
Dit gevoel had ik dus de afgelopen nacht willen vieren.


woensdag 29 mei 2013

Een échte voorjaarsdag: lusten en lasten.


Ondanks het buitengewoon koude weer van dit voorjaar, gaat de natuur gewoon zijn gang.
Vanmorgen maakte ik een foto van een stukje tuin, dat ik op 9 april ook vastlegde. Toen kon ik haast niet geloven dat het desolate plekje (zie hier beneden) ooit weer iets zou gaan worden. En zie hierboven. Geduld: dat is een goede eigenschap voor ieder die tuiniert.


Maar gisteren was het dan eindelijk een echte voorjaarsdag. Na zondag nog in winterjas met maillot onder de lange broek bij zo'n graad of 9 in de kille wind te hebben gelopen, kon je gisteren eindelijk bij ruim 19 graden in een mild zonnetje in de tuin bezig zijn. Wat was dat heerlijk. Vogelgeluidjes, rondzoemende hommels, koolwitjes, veel bloeiende planten, de rododendron op punt van uitlopen... Hier verlangen we nu de hele lange, en ook nog eens wreed verlengde, winter al naar.
En in de namiddag met een boekje en een glaasje wijn dromerig het oog over al deze weelde laten glijden, ik had me weer helemaal verzoend met mijzelf, de anderen en de wereld.

Maar 's avonds liet de natuur zich weer even van de andere kant zien: er zat weer een teekje in mijn arm. En een uurtje later zag ik er ook een in mijn andere arm. Mijn geduldige echtgenoot trok ze er weer uit. Omdat ze met zekerheid binnen 24 uur waren verwijderd, hoef ik me er niet al te druk over te maken, besmetting met de borrelia-bacterie is dan vrijwel uitgesloten.
Maar toch. Vanmorgen werd ik - uren te vroeg - wakker waarna vele sombere gedachten over teken in mij opkwamen. Mijn kansen op de ziekte van Lyme stegen per minuut en mijn ogen en die van mijn echtgenoot om teken waar te nemen werden steeds slechter, laat staan ons vermogen om ze te verwijderen. Op alle grassprieten in de tuin zaten clubjes hongerige teken te wachten tot het moment dat ik daar voorbijkwam. Hoe kon ik toch op het idee zijn gekomen om zulke smalle paadjes te maken, met zoveel begroeiing ernaast. Ik moest toch alles eens wat beter gaan bijhouden naast die paadjes. Maar verdorie, het was daar de laatste weken toch ook geen weer voor geweest...


En zo ging ik allerlei strategieën liggen bedenken en besloot ik mijn eigen, nuchtere blog hierover van het vorige jaar nog maar eens door te lezen...
Dus stond ik maar op om het teekgebeuren uit mijn hoofd te zetten. En wat zag ik toen ik in de spiegel keek? Op mijn keel? Juist: de derde teek.

dinsdag 30 april 2013

Tuinen: wild en/of gestructureerd.


Als je van een wilde, natuurlijke tuin houdt, wil je meestal toch wel enige structuur of orde.
Want als je alles "maar laat gaan", kan het wel eens een complete wildernis worden.
Niet, dat zoiets per sé afkeurenswaardig is, maar ons gevoel voor esthetiek en orde dwingt ons meestal toch tot een aantal ingrepen.
Voor dat probleem heeft jaren geleden de tuinarchitecte Mien Ruys ( 1904 - 1999) een oplossing gevonden, die navolging heeft gevonden bij veel collega's. Hoewel ze niet echt van de wilde tuinen was, bracht ze structuur aan door middel van bielzen. Binnen die bielzenkaders bracht ze dan een weelderige beplanting aan.
In de wilde tuin kan je vakken / kaders scheppen door middel van bielzen, stenen, paadjes, heggen en daarbinnen kan je dan een beplanting aanbrengen die min of meer zijn gang kan gaan.
Jij zélf bent degene die in je eigen tuin bepaalt in hoeverre wildheid of orde de boventoon voert.
Dat hangt samen met je persoonlijkheid en kan in de loop van de jaren veranderen. Je tolerantie voor de vrijbuiters en wildebrassen van onze vegetatie: je bepaalt het zelf.

een soort "zandbak" omrand met dakpannen,waar de bonsai's 's winters worden ingegraven
 In een grote, vrij gelegen tuin kan je je meer permitteren dan in een klein, ook nog aan de straatkant gelegen voortuintje in een keurige buurt. Natuurlijk kan je ook dan je vrijheid nemen, maar een gouden regel blijft: breng, wanneer je dat wilt, een strakke structuur aan met materiaal naar keuze, kies planten die je aanspreken en die bij grondsoort, bezonning enz. passen, zodat je ze zonder kunstmest en bestrijdingsmiddelen kunt opkweken, want die zijn in een natuurlijke tuin taboe.
En neem vooral ook planten, waar insecten, ook onze veelgeplaagde bijen en vlinders, van houden.
Kijk bij voorbeeld hier voor geschikte planten.

schorspaden en begroeide rand van oude stenen
Toen we 17 jaar geleden ons huis kochten, was een deel van de nu bestaande structuur al aanwezig: paden, een krakkemikkig trapje, heggen en... bielzen. De bielzen zijn er nog, evenals de heggen en hoge coniferen als begrenzing van de tuin. Zelf hebben we randen van oude stenen gelegd, ook van oude dakpannen en onder begeleiding van een hovenier is door middel van o.a. grote, ruwe sierstenen het hoogteverschil beter en degelijker overbrugd, nadat we een serre hadden aangebouwd.  Zie hieronder.

 

Dit alles geeft structuur aan de tuin, waar de beplanting - weliswaar met enige restricties, zijn gang mag gaan en wilde nieuwkomers welkom zijn.



dinsdag 9 april 2013

Strooisellaag of blote aarde.


Nu het dan eindelijk een beetje voorjaar gaat worden, zie je her en der mensen bevangen worden door de onbedwingbare neiging alle winterresten in hun tuin grondig op te ruimen.
Stengels afknippen, voor zover dat al niet in de herfst is gebeurd, snoeien, blad aanharken en dit alles tot op de blote aarde. Keurige, aangeharkte, zwarte aarde tussen de polletjes uitlopende plantjes.
Die stengels en dat blad wordt bij elkaar geschept en in de (groen)container gestopt en meegegeven met de vuilophaaldienst. In het gunstigste geval gaat de boel al dan niet gehakseld op de eigen composthoop.

blote aarde
Want: wie staan er al glimlachend en handenwrijvend die opruim- en afvoeractiviteiten gade te slaan? De (kunst)mestfabrikanten, de potgrondleveranciers en de tuincentra.
In feite voeren mensen, die hun materiaal laten afvoeren, hun eigen bodembescherming en hun mest af. En, ze bezorgen zichzelf ook nog eens meer werk.
Wanneer je het kunt verdragen, om de winterresten te laten liggen, ofwel in stukjes te knippen: het gemakkelijkst gaat dat met de heggenschaar knip, knip van boven naar beneden. Je creëert zo een strooisellaag die de bodem beschermt tegen uitdroging, die langzaam verteert en zo de door de plant gebruikte stoffen weer teruggeeft aan de grond. Daardoor hoef je niet of nauwelijks bij te mesten. Dat geeft weer kortere en sterkere planten vaak zelfs met meer bloemen. Je zult zien, dat de strooiselrommel sneller bedekt is, dan je denkt, afhankelijk van je plantenkeuze.
Wanneer je de voorjaars- en winterchaos echt niet trekt, kan je het materiaal afvoeren naar je eigen composthoop in een hoek van je tuin of, als je een klein tuintje hebt of een balkon: een compostvat. Info hierover genoeg via Google. Op deze manier profiteer je ook van je eigen verteerde plantenmateriaal.
Nu schijnt gelukkig de verstening van de tuinen - alles bestraten of met siergrind bedekken en daarop een decoratieve pot met plant - al weer wat op de terugweg te zijn. Keurig aangeharkte zwarte grond is dan toch eigenlijk nog beter.

Maar waarom moet buiten net zo netjes zijn als binnen? Buiten een extra kamer?
Is dat een trend? Binnen moet trouwens alles ook al zo netjes. Er zijn opruimcoaches, die vinden dat je alles, wat je een jaar niet in je handen hebt gehad, weg moet doen. Je persoonlijke archief dus, je boeken en je geliefde voorwerpen uit het verleden. Daar moet je dan maar een foto van maken en die in je pc opslaan...
Zo worden we robots, die in keurige designvertrekken netjes zitten te wezen in de korte periode dat we even niet hoeven te werken om de economie te stimuleren. En als je geen werk hebt, moet je je beschikbaar houden voor werk: dus keurig in de startblokken staan.
Waar mag die spelende mens zijn, die binnen en buiten lekker aan rotzooit met z'n geliefde spulletjes. Of dat nu je treintje op zolder is, je motor om aan te sleutelen of je tuintje. En als je niets liever doet dan dat keurig aangeharkt te houden met op gelijke afstand afrikaantjes of wat dan ook: dan is dat tóch ook een vorm van liefde.
Maar dan hoop ik toch dat men gaat vinden dat blote aarde eigenlijk onnatuurlijk is. De grond wil bedekt zijn. Die zal toch onmiddellijk zorgen dat allerlei niet gewenst ontkiemend zaad in no time de grond bedekt. En dat kost ons dus ergernis en werk.
Kan je niet geloven dat de natuur die geknipte plantenrommel in hoog tempo zal overgroeien?
Kijk naar de foto hieronder, die ik vanmorgen maakte, met de tulpjes in het midden.


En zie de foto van dezelfde plek, maar dan op 2 mei vorig jaar van de andere kant af genomen, je ziet die tulpjes aan het eind.


Het is haast niet te geloven, dat de natuur dat zo maar in een paar weken kan presteren. En dat gaat vanaf nu in sneltreinvaart gebeuren!


woensdag 27 maart 2013

Chaos in de tuin.


Als ik door de tuin loop, en de chaos aan dood materiaal op de grond zie liggen, alles schots en scheef en dwars door elkaar, dan denk ik: hoe wordt dit ooit weer een tuin? Moet ik iets doen?
Nu weerhoudt die ijzige noord-oostenwind mij daar er wel van, hoewel het zonnetje wel uitnodigend is...
Je wilt het niet geloven: maar op die plek hoef ik eigenlijk niets te doen. 


De foto hierboven toont ongeveer dezelfde plek vorig jaar op 5 juni. Dat betekent over iets meer dan twee maanden! Ik kan het haast niet geloven - in deze persisterende maart-winter - dat het dán al op deze plek weer zo'n groene weelde zal zijn.
Zonder dat ik er kennelijk een hand voor hoef uit te steken, komt het weer helemaal goed.

Er zijn natuurlijk plekken in de tuin waar ik nog wel wat stengeltjes in stukjes ga knippen met de heggenschaar, waardoor de chaos verandert in een mooie strooisellaag. Zo langzamerhand wil ik dat wel een half uurtje per dag gaan doen...
Maar de tuin gaat het hoofdzakelijk zélf verder allemaal doen, alles zal weer verschijnen, en elk jaar zou je dat haast weer vergeten.

Was het bij mij binnen in huis ook maar zo, dat alle chaos vanzelf veranderde in iets moois, zonder dat ik er veel voor hoefde te doen... Het gekke is, dat ik daar op een vreemde manier ook altijd op blijf hopen, op zo'n wonderbaarlijke metamorfose. ..
Mijn lezers begrijpen wel, dat ik niet echt iemand ben van de grote voorjaarsschoonmaak ;-)
Ik droom veel liever over de groene weelde, waar we ons straks buiten weer in kunnen verlustigen.

zaterdag 21 juli 2012

Louis le Roy 1924 -15 juli 2012: méér dan een "wilde tuinman".

                                  Foto: Wikimedia   Peter Wouda

Toen we begin jaren zeventig van de vorige eeuw als pasgetrouwd stel in een flat in Leeuwarden woonden, kwam “de wilde tuinman” een tuin aanleggen rondom een kerk (Regenboogkerk) op steenworp afstand. Er werden vrijwilligers gevraagd om hem bij de klus te assisteren. Ik was één van die vrijwilligers.
De “wilde tuinman” was Louis G. leRoy. Naderhand bekend geworden om zijn ecologische groenprojecten en het 1000-jarig project op zijn eigen weiland: de Ecokathedraal.
Louis G. le Roy is afgelopen zondag op 87-jarige leeftijd overleden.

Zijn opvattingen hebben mijn visie op tuinieren sterk en blijvend beïnvloed.
Hij was destijds één van de eerste pleitbezorgers van ecologisch tuinieren op kleine en ook op veel grotere, landschappelijke schaal. Hij verzette zich tegen de statische manier waarop de groenvoorziening in de steden plaatsvond, hij vond dat je daarmee de natuur uitschakelde. Hij wilde de mensen zélf betrekken bij het vormgeven van het groen in hun eigen omgeving; hij wilde dat dat groen zich na de aanleg dynamisch en vrij zou kunnen ontwikkelen, omdat hij meende dat dat zowel de biodiversiteit als het welzijn van de stedeling daarmee zou worden bevorderd.
Hij zag kans autoriteiten over te halen hem projecten op grotere schaal te laten uitvoeren in samenwerking met omwonenden. Voorbeelden waren de Kennedylaan in Heerenveen (jaren zestig) en de le Roy-tuin in de wijk Lewenborg te Groningen (1973). Ook in het buitenland kon hij een aantal projecten starten.

De tijd speelde een belangrijke rol in zijn projecten; de natuur ordent zichzelf in de loop van de tijd, en die tijd moet gegeven worden. Het is duidelijk dat hij vaak met de overheden en ambtenaren overhoop lag, tijd is voor hen hoogstens 4 jaar, 8 jaar is al lang; dynamiek is onvoorspelbaar en meewerkende burgers zijn lastig.

Op zijn eigen terrein, een weiland in Mildam bij Heerenveen startte hij, ook in de jaren zeventig, het projekt van zijn Ecokathedraal. Hij had met de gemeente Heerenveen afgesproken dat deze puin van afbraak jarenlang op zijn land mocht storten. Van dit materiaal, stoepranden, bakstenen, tegels enz. vormde hij allerlei torenachtige constructies; alles zonder cement. Hiertussen en erop zette hij planten uit, die insecten en andere dieren aantrekken. En na aanplant liet hij alles zichzelf ontwikkelen. Intussen bouwde hij eigenhandig door, zo lang hij kon. Om ook na zijn dood continuïteit te waarborgen richtte hij de Stichting Tijd op, die het project blijft vervolgen. Hoelang dit door zal gaan: “duizend jaar”, zei hij. Hoe hoog zal het worden? “300 meter...”

Ook in een kleinere tuin kun je gebruik maken van zijn manier van werken. Het opbrengen van stenen, puin en stapelingen ervan zorgt voor hoogteverschil, schaduwgebiedjes, stenen blijven de warmte lang vasthouden en puin geeft kalk af. Hierdoor ontstaan miniklimaatjes en dat bevordert de biodiversiteit.
Wat betreft de keuze van de beplanting hield hij zich niet aan het principe van de destijds al bekende heemtuinen, waar men uitsluitend een bij de grondsoort en streek passende inheemse beplanting toepaste. Hij vond dat maar statische reservaten. Uiteraard hield hij rekening met klimaat en grondsoort maar zijn plantenkeus was ruimer.

Over de begeleiding van de tuin daarna citeer ik hem uit zijn boek “Natuur uitschakelen, natuur inschakelen” uit 1973, dat mij en velen met mij heeft geïnspireerd om een natuurtuin te maken:

“De natuur wordt beheerst door een ordenend beginsel. We hoeven niet bang te zijn voor de chaos. De mens mag alleen in het begin begeleiden, maar dan dient hij zich snel terug te trekken. Niet spitten, niet sproeien en niet snoeien. Een enkele boom kappen als het te vol wordt, dat mag. Maar lat die boomstam alsjeblieft liggen. Door het natuurlijke rottingsproces keert hij terug in de bodem. Zo vormt zich nieuwe grond. We halen te veel bomen en bladeren weg. Zo raakt de aarde uitgeput. Onkruid wieden? Geen sprake van. Onkruid is ook natuur. Het beantwoordt alleen niet aan onze economische wetten van nut en rendement. De natuur houdt er haar eigen wetten op na. Ze streeft naar variatie, ze kent geen monocultuur”.

Is het mij gelukt om volledig volgens deze principes te blijven werken? Nee.
Wanneer je de gelukkige eigenaar bent van een groter terrein, kan je op een gedeelte ervan zijn werkwijze toepassen. In kleinere tuinen zul je ook na de beginfase meer blijven begeleiden en je hebt ook vaak andere doelstellingen met je tuin; moestuin, siertuin, planten verzamelen enz.
Maar, hoe dan ook, Louis le Roy leert je afwachten, geduld, terughoudendheid en tolerantie voor onverwachte processen in je tuin. En daarvan worden zowel jijzelf als de tuin beter.


dinsdag 22 november 2011

Wilde tuin.

Heel boeiend vind ik een wilde tuin waarin de natuur je steeds weer  verrassingen brengt. Een onbekende plant, die je niet onmiddellijk kunt thuisbrengen, een bekende plant die op een ongebruikelijke plaats opkomt en dan geweldig gaat gedijen, een pad of een bijzondere kikker, een vogel... het zijn interessante gebeurtenissen.
Natuurlijk stuur ik wel bij. Kweekgras en zevenblad tolereer ik alleen achter de schuur bij de sloot. Paardenbloemen gaan in een pot (molsla in het voorjaar) en een enkele brandnetel moet blijven.
De grond wil ik wel graag bedekt hebben. Blote grond vind ik eigenlijk onnatuurlijk en mag alleen in het stukje "moestuin" dat niet meer dan een paar vierkante meter beslaat. Daar kan ik dan beter een experiment doen met een plant die extra aandacht nodig heeft.
Verder vind ik het heel spannend als de bodem bedekt raakt met een scala van kleine en grotere planten die zelf een soort gemeenschapje gaan vormen. Zelfs op héél kleine schaal - een stukje van 10 bij 10 cm  - vind je dan een heel mooi minibiotoopje.