Posts tonen met het label Nectaroscordum tripedale. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nectaroscordum tripedale. Alle posts tonen

vrijdag 5 juni 2020

Het mooiste stukje tuin van de laatste twee weken.


Nu we na een schitterende, zonnige, maar helaas zeer droge meimaand in een (tijdelijke) wat koelere periode zijn beland, met zowaar enige regen, kan ik weer achter de computer kruipen om wat foto’s te tonen van het mooiste tuinhoekje van de afgelopen weken.


Dit hoekje heeft geen water gekregen, het redt zichzelf. Slechts de potplanten en wat jonge aanplant worden van water voorzien.

De afgelopen weken was dit (foto hieronder) mijn uitzicht, op die plek heb ik mijn 4 soorten tomaten in grote potten gezet. Ik neem een proef met de struiktomaten Siberian Egg en St. Pierre en Moneymaker en Ida Gold. Ik behandel de planten gelijk en ik kijk welke soort dit jaar gezond en wel de beste opbrengst heeft.


Mijn rhododendrons bloeien dit jaar overweldigend.
Langs onze oprit staat ook een hoge rhodo, die vorig jaar heeft geleden onder de droogte, deze heeft ook zeer veel, maar opvallende kleine bloemen.

Ook de alliums doen het goed. Hoewel een aantal soorten elke jaar met minder zijn.
Zo had ik in het gewaagd in het najaar van 2018 drie stuks van de dure Nectaroscordum tripedale ( 7,50 euro het stuk!) aan te schaffen. 


Dit is het grotere en luxere neefje van de Nectaroscordum siculum subsp. Bulgaricum, die zich al jaren in onze tuin handhaaft en zich zelfs uitzaait:


Zodoende durfde ik aan aan het dure familielid aan te schaffen in de hoop dat ook deze zich zou weten te handhaven. Vorig voorjaar kreeg ik drie prachtige exemplaren. Dit jaar slechts één.
Heel misschien blijken er in volgende jaren tóch nog nakomelingen te verschijnen.

In een grote pot bloeit een grote bieslooksoort, waarvan ik de naam vergeten ben, mooier als nooit tevoren: 


Een blijver is hier ook de mooie Allium christophii:




En tot slot een doorkijkje met op het rechterdeel van de foto de schitterende overhangende bloeiaren van de hoge Carex pendula: geliefd en verfoeid onder de tuinierders: 


Verfoeid vanwege de onbescheiden uitzaai. De jonge planten zijn overigens heel gemakkelijk uit te trekken en op een uitgekiende plek is een volgroeide plant een decoratief element.

Terwijl ik dit schrijf valt er een flinke onweersbui met kletterende regen: de tuin juicht en ik ook.
Mijn eerste gang is straks naar de regenmeter!



zaterdag 18 mei 2019

Mijn favoriete sieruien half mei.



Al jaren heb ik een zwak voor alliums (sieruien).
Als ik in mijn doos met zakjes van ooit aangeschafte alliums kijk, schrik ik wel als ik moet constateren hoeveel soorten na een paar jaar al zijn verdwenen. Hoe goed ik ze ook probeerde uit te zoeken op hun geschiktheid voor een bepaalde standplaats en bezonning.

Een van de soorten, die zich al jaren handhaaft is de bulgaarse ui (Allium bulgaricum) die de laatste jaren in de catalogi staat onder de naam Nectaroscordum siculum subsp bulgaricum).
Deze zaait zich zelfs uit.
Daarom durfde ik het eindelijk aan om afgelopen herfst een dure Armeense variëteit te bestellen, de Nectaroscordum tripedale (synoniem Allium tripedale). Deze is groter, steviger en heeft dieper roze gekleurde klokjes met overvloedig nectar. (zie ook eerste foto bovenaan)
De plant stelt me niet teleur, het is een echte blikvanger, vooral ook door de spectaculaire manier, waarop de bloem als het ware uit de windselen komt:






Ik hoop dat deze soort éven blijvend blijkt te zijn als de bescheidener bulgaarse ui, die ook heel mooi is:




Al jarenlang komt de groep Allium ”purple sensation” terug, deze sierui verdraagt iets schaduw:


Dit kleine lage alliumpje verscheen ineens weer, nadat ik het betreffende plekje had ontdaan van al te overdadig siergras, de naam kon ik niet meer achterhalen:


En dan heb ik een veldje van de zelfs licht woekerende Allium triquetrum:


Hieronder het totaalplaatje: rechtsonder de Allium triquetrum tussen de bloempjes van het lieve vrouwen bedstro, rechts van het midden bovenaan de  Nectaroscordum tripedale en een golf van oranje schijnpapaver.



Aan de zuidkant in het zandige grind komt elk jaar weer de puinallium terug (Allium karataviense):  


Later in het jaar komen nog meer alliums tot bloei, het is leuk om ook wat later bloeiende soorten te hebben. Daar kom ik nog op terug.