Als
ik de foto’s vergelijk van 29 mei en van gisteren ( zie hieronder) van mijn
sleutelgattuintje ( keyhole-garden), dan kan ik nu werkelijk met
tevredenheid kijken naar de resultaten van dit experimentele project
tot nu toe.
Het
ziet er goed uit, het is een levendig permacultuurtuintje geworden
én: ik heb nauwelijks onderhoud eraan gehad. Water geven deden de
weergoden, ongewenst kruid heb ik niet gezien.
Maar:
het was toch een moestuintje? En daaruit wordt toch geoogst en
gegeten?
Tja,
als je het zo bekijkt: we hebben twee tot drie maaltijden eraf
gehaald en dat betrof de radicchio en de snijbiet.
Op
de foto van eind mei zie je linksvoor wat kropjes
radicchio staan, een soort groenlof, familie van de andijvie. Een
sterke plant, en ook redelijk slakbestendig door het wat stugge blad.
De kropjes hebben we een maand geleden kort zachtjes gestoofd en met
een lepel ricotta aangemaakt gegeten. De ricotta verzacht het
bittere: zeer aanvaardbaar.
Groenlofsoorten
ga ik volgend jaar zeker meer planten.
Worteltjes
en peultjes: dat is niks geworden. Te veel naar achteren gezaaid,
waar het in de schaduw kwam te staan en te droog werd zo vlak bij de
muur. Dat hoef ik volgend jaar niet weer te proberen.
De
gezaaide goudsbloem en kamille heb ik nooit meer gezien. De bieslook is
armetierig.
De
Oost-indische kers heeft het super naar de zin, daarvan kunnen de
blaadjes en de bloemen in de sla.
De
palmkolen hebben zich goed hersteld van de vraat van het koolwitje.
Waarbij opvalt dat één palmkool het mooist is geworden. De
palmkool ernaast heeft kennelijk te veel energie moeten steken in
het “naar voren kruipen” en ziet er minder goed uit: beide kolen
wilden richting zon, werkten hun stengel plat over de grond naar
voren en richtten zich weer op. (foto hieronder van 14 augustus)
Ik vind het altijd ontzettend leuk om
te zien dat een plant in staat is tot aanpassen.
De
palmkool vond ik tot nu toe te mooi om op te eten, dat komt later wel
;-)
De
blauwachtige koolplant vooraan is de zeekool, een vaste plant, die ik
eerst een tijdlang wil observeren.
Ook
de kleurige snijbiet vind ik ook nog te mooi, daarvan oogst ik zo nu
en dan wat blad.
Aan
het einde van de zomer vind ik het vooral ook een heel aantrekkelijk
zijtuintje geworden.
In
de winter ga ik nadenken over de beplanting voor het volgende jaar.
De grond zal dan een stuk beter gesettled zijn en ik ga, wat mislukt
is, w.s. niet prolongeren.













