Posts tonen met het label palmkool. Alle posts tonen
Posts tonen met het label palmkool. Alle posts tonen

zondag 4 september 2016

Keyhole-garden: mijn mini moestuintje begin september.


Als ik de foto’s vergelijk van 29 mei en van gisteren ( zie hieronder) van mijn sleutelgattuintje ( keyhole-garden), dan kan ik nu werkelijk met tevredenheid kijken naar de resultaten van dit experimentele project tot nu toe.




Het ziet er goed uit, het is een levendig permacultuurtuintje geworden én: ik heb nauwelijks onderhoud eraan gehad. Water geven deden de weergoden, ongewenst kruid heb ik niet gezien.
Maar: het was toch een moestuintje? En daaruit wordt toch geoogst en gegeten?
Tja, als je het zo bekijkt: we hebben twee tot drie maaltijden eraf gehaald en dat betrof de radicchio en de snijbiet.
Op de foto van eind mei zie je linksvoor wat kropjes radicchio staan, een soort groenlof, familie van de andijvie. Een sterke plant, en ook redelijk slakbestendig door het wat stugge blad. De kropjes hebben we een maand geleden kort zachtjes gestoofd en met een lepel ricotta aangemaakt gegeten. De ricotta verzacht het bittere: zeer aanvaardbaar.
Groenlofsoorten ga ik volgend jaar zeker meer planten.
Worteltjes en peultjes: dat is niks geworden. Te veel naar achteren gezaaid, waar het in de schaduw kwam te staan en te droog werd zo vlak bij de muur. Dat hoef ik volgend jaar niet weer te proberen.
De gezaaide goudsbloem en kamille heb ik nooit meer gezien. De bieslook is armetierig.
De Oost-indische kers heeft het super naar de zin, daarvan kunnen de blaadjes en de bloemen in de sla.


De palmkolen hebben zich goed hersteld van de vraat van het koolwitje. Waarbij opvalt dat één palmkool het mooist is geworden. De palmkool ernaast heeft kennelijk te veel energie moeten steken in het “naar voren kruipen” en ziet er minder goed uit: beide kolen wilden richting zon, werkten hun stengel plat over de grond naar voren en richtten zich weer op. (foto hieronder van 14 augustus)


Ik vind het altijd ontzettend leuk om te zien dat een plant in staat is tot aanpassen.
De palmkool vond ik tot nu toe te mooi om op te eten, dat komt later wel ;-)
De blauwachtige koolplant vooraan is de zeekool, een vaste plant, die ik eerst een tijdlang wil observeren.
Ook de kleurige snijbiet vind ik ook nog te mooi, daarvan oogst ik zo nu en dan wat blad.


Aan het einde van de zomer vind ik het vooral ook een heel aantrekkelijk zijtuintje geworden.


In de winter ga ik nadenken over de beplanting voor het volgende jaar. De grond zal dan een stuk beter gesettled zijn en ik ga, wat mislukt is, w.s. niet prolongeren.

vrijdag 15 juli 2016

Dipje in de vlinderliefde: koolwitje op kool.


In deze tijd, waarin de hoeveelheid en de diversiteit van vlinders terugloopt, dient mijn liefde voor vlinders onvoorwaardelijk te zijn.
Zoals het wel meer gaat met onvoorwaardelijke liefde, wil er wel eens een barstje in komen.


Of liever gezegd: gaten. Maar de liefde herstelt zich weer snel, zo blijkt uit het onderstaande.


Koolwitjes houden van kruisbloemige planten, waaronder onze koolsoorten. En tot mijn moestuinexperimenten behoren de palmkool, de zeekool en het eeuwig moes.
De vrolijke koolwitjes hebben ze weten te vinden, maar geven overduidelijk de voorkeur aan de palmkolen: die prachtige planten, mijn trots.
Op een goede dag zag ik allerlei vrolijke vretertjes op de palmkool. 

poepjes van de rupsen
Uiteraard ga ik geen voorstadium van koolwitjes vermoorden. Toen ging ik de rupsen verzamelen en achterin de tuin zetten, zodat ze de weg terug moeilijk zouden kunnen terugvinden.
Daarover heb ik nu een licht schuldgevoel.
Wat had ik anders kunnen doen?

Het volgende wordt geadviseerd door vlinderliefhebbende tuinierders:

Gun de rupsen een paar koolplanten en dek de rest af met vliesdoek, vitrage of zoiets – zie ik mij niet zo gauw doen, het is toch géén gezicht, zo'n spookachtig bedekte koolplant ;-)

Plant salie en muntsoorten naast de koolplanten, koolwitjes houden niet van de geur.

Zorg dat je geen kleinere of grotere monocultuur hebt van koolplanten. Combinatieteelt met veel soorten planten bij elkaar, brengt het koolwitje in verwarring.



Zorg voor sterke planten, hetzij zelf opgekweekt vanuit liefst biologisch zaaigoed, hetzij als jong, biologisch geteeld plantgoed. Ik heb het geluk gehad dat ik in mei biologische koolplantjes kon kopen.

Het meest haalbaar voor mijn piepkleine cultuurtjes lijkt me de combinatieteelt.
In mijn in het voorjaar aangelegde sleutelgattuintje doe ik dat al. Er staat citroenmelisse, salie, o.i.kers, een andijviesoort, snijbiet én een andere koolsoort: zeekool.
Opvallend is, dat het koolwitje de voorkeur heeft gegeven aan de palmkool boven de zeekool. (Zie hieronder de zeekool.)


Verderop in onze tuin staat,  verstopt tussen bessen en andere tuinplanten, een flinke plant van het eeuwig moes (zie hieronder). Ook deze blijft tot nu toe nagenoeg vrij van vraat. De plant is kennelijk moeilijk te vinden. Combinatieteelt lijkt dus te werken.



Samenvattend lijkt me het beste om te zorgen voor sterke planten, combinatieteelt toepassen met planten, die het koolwitje niet lekker vindt ruiken (salie, muntsoorten) , en eventueel een lok-koolplant erbij te zetten – een zwakkeling uit het tuincentrum bij voorbeeld ;-)

Het aardige van palmkool is, dat vanuit het hart snel nieuwe bladeren ontstaan. De kool herstelt zich vlot.


Voor meer diervriendelijke tips om het koolwitje bij te sturen houd ik me aanbevolen.