Nu we de kortste nacht gepasseerd
zijn...
een nacht, die natuurmensen geacht worden dansend en zingend door te brengen met vreugdevuren, zonder ook maar aan slapen
te denken...
Een nacht, waarin ik toch maar het bed
heb opgezocht aangezien de temperatuur niet uitnodigde tot buiten
springen...
De zonnewende, waarin we de langste dag
en de kortste nacht gehad hebben en de dagen weer haast onmerkbaar
gaan korten. We merken het nauwelijks want we treden nu officieel de
zomermaanden binnen. Daar gaan we van genieten en we hopen op wat
stabiel warm weer. Want zo'n uitschieter van krap een dag , zoals we
de vorige week hadden, tja... dat is eigenlijk een beetje geplaag van
de weergoden om ons te laten voelen hoe zomer ook al weer voelt. Om
het ons daarna weer meteen af te pakken.
Maar ik ga een rondje maken in de tuin.
Van donker naar licht.
Zo wild mogelijk, want ik hou van wild
in de tuin. Het kan me haast niet wild genoeg zijn. Want dan lijkt
het op natuur. Dan kan ik me verbeelden dat ik me in de wilde natuur
bevind.
Aan een bosrand,
en dan weer in een bloemengebiedje.
Daarvoor
hoef ik dan mijn tuin niet uit. In het klein heb ik die spannende
wilde natuur dan toch een beetje om mij heen. Een tuin moet me een
beetje overweldigen, ik moet me er klein in voelen. De natuur is
groter dan ikzelf. Ik mag daar wel zijn, maar de natuur speelt een
hoofdrol. En ik stuur een beetje bij, maar ik heb het niet helemaal
in de hand. En dat gevoel zoek ik in mijn tuin. En in deze maanden
schenkt de natuur in mijn tuin mij dat gevoel ruimschoots.
Dit gevoel had ik dus de afgelopen
nacht willen vieren.




