De afgelopen dagen
hadden we lente en er volgen nog meer mooie dagen.
De tuin roept je
naar buiten: complete vogelconcerten, ik kan de verschillende
vogelgeluiden nauwelijks van elkaar onderscheiden.
Nu betaalt zich het
maandenlange vogels voeren royaal uit, er bivakkeren duiven,
spreeuwen, merels, vinken, boomklevertjes, roodborstjes,
winterkoninkjes, mezensoorten. Er komen spechten, eksters en vlaamse
gaaien langs. Ik hoor de buizerd miauwen in de lucht.
Er zijn de afgelopen
weken heel wat bomen hier in de buurt gekapt. Mensen verhuizen en de
nieuwe bewoner kapt een volledige bossage. Weg vogelplekjes.
Vermoedelijk is onze
tuin nu ook een toevluchtsoord voor weggejaagde vogels. Gezegd moet
worden dat ook het bos niet zó ver weg ligt, de dieren hebben een
wijkplaats.
Naast de vrolijke
vogelgeluiden is er een groot visueel genoegen: na de koude winterse
maartse dagen spuit het groen haast de grond uit, de bomen en
struiken lopen uit. Je herkent weer allerlei planten, die gaan
opkomen en je verheugt je alvast in wat komen gaat.
Vergeleken met vorig
jaar loopt de natuur achter, de late krokussen zijn nog aan het
verleppen, maar het speenkruid bloeit royaal:
De knoppen van mijn
stermagnolia hebben de vorst gelukkig overleefd, ze staan op het punt
zich te openen.
De beschut staande
camelia heeft totaal geen schade opgelopen en de bloesems zijn mooier
dan vorige jaren.
De vrolijke
Corydalis solida (vogeltje op de kruk) zaait zich al jaren steeds
meer uit, het bolgewasje behoort hier tot de vroegste bloeiers.
Van de mooie, blauwe
Scilla’s kun je niet genoeg hebben. Ik moet maar noteren, dat ik in
het najaar meer bolletjes ga bestellen.
Het heeft hier de
laatste weken nauwelijks geregend. Een paar flinke buien en veel meer
moois zal zich vertonen. Het zal niet moeilijk zijn de komende tijd
de blog te vullen.












