Posts tonen met het label hondstand. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hondstand. Alle posts tonen

woensdag 10 mei 2023

Leve speenkruid, daslook, hondstand en driekantig look!


Het lieflijke speenkruid, zo verguisd in vele tuinen, is de eerste groene bodembedekker in het vroege voorjaar en als het bloeit: één vrolijk geel veldje. Als je tenminste in staat bent er een tapijtje van te laten ontstaan. “Het woekert en verstikt al mijn planten” hoor ik vaak. Tja, ik kan dat niet onderschrijven. 

De bovenste foto is van 21 april

Vanaf eind maart tot eind mei bedekken de kleine blaadjes alle dorre plantenresten van het vorige seizoen. Na een week of wat sterft het bovengrondse blad af en een korte tijd is het veldje op sommige plekken weer bruin. Maar, intussen zijn de vaste planten, die er ook staan, al flink aan de groei en zie je dat dorre speenkruidblad niet meer. De kleine, speenvormige knolletjes rusten in de grond tot het volgende voorjaar. Ik zal na een maand nog eens foto’s plaatsen om dit te illustreren.


Naast het speenkruid ben ik ook blij met mijn vierkante meter daslook (zie hierboven, linksvoor op de foto op 10 mei). Daslook is vroeg groen en nu in bloei met witte bloempjes. Ook hiervan verdwijnt het blad na de bloei, en slapen de bolletjes tot het volgende vroege voorjaar. Daslook is wel aanzienlijk bescheidener in het voortplanten.




Zo ook de hondstand (Erythronium Pagoda) met de prachtige lichtgele bloemen (dit is naar mijn ervaring de sterkste soort) is al weer uitgebloeid en zal het blad langzaam verliezen. De bolletjes – lijkend op een hondentand, leven door in de grond. Deze “woekert” niet.

Ook de Boshyacint (Hyacinthoides non scripta), de zeldzame wilde soort en de Spaanse hyacint (Hyacinthoides hispanica) alsmede de kruisingen van beiden zijn mooie bolgewassen, waar je niet genoeg van kunt hebben. Zo’n veldje met de blauwe bloemen is van een grote schoonheid. Volgens mij heb ik alle drie soorten in de tuin.



Hierboven moet de Hispanica zijn.

Veel interessante en nuttige info hierover vind je bij de zeer instructieve blogpost van Anne Tanne.

Ook hier spreken mensen van woekeren. Ik kan dat niet begrijpen.

Ook deze bolletjes slapen zonder blad ondergronds.


Tot slot een laatste – ook weer bij sommigen controversiële soort – het driekantig look, Allium triquetrum (zie hierboven). Ook hier krijg je na jaren een veldje met mooie witte bloempjes in mei. Het blad komt al heel heel vroeg in het voorjaar en is wat vorstgevoelig, de plant moet zich hier zelf maar redden. Dit jaar bloeit hij prachtig. Ook hier weer verdwijnend blad na de bloei.




Overigens: wat hebben we een weelderig voorjaar. Voor het eerst na drie jaar hebben we weer een nat voorjaar, een zegen voor onze planten. Ik was vergeten hoe een echt overweldigend groen voorjaar eruit zag. Elke dag is het genieten.

Het was de afgelopen jaren meer overleven dan lekker doorgroeien voor heel veel planten, iedereen heeft dat in de tuin waargenomen.

Het natte voorjaar is helaas ook aan de koele kant. De zon maakt ook bepaald geen overuren.

Klagen zullen we niet, het groen leeft op.

woensdag 1 april 2020

Moois in de tuin.


Een geluk bij een ongeluk is, dat we deze corona-ellende meemaken in de tijd, dat het voorjaar aan het doorbreken is. Elke dag meer licht, uitbottend groen, vrolijke vogelgeluidjes, straks hopelijk comfortabeler temperaturen: de natuur geeft ons troost en afleiding.

Mijn man en ik komen vrijwel niet meer verder dan huis en tuin: we hebben beiden bronchiale problemen in onze voorgeschiedenis en het virus houdt van onze leeftijdscategorie.
Met enig online-strategisch beleid lukt het om de boodschappen aan huis bezorgd te krijgen.

Met soms enige moeite lukte het de afgelopen dagen om de mannen, die de glasvezelkabel van de KPN langs ons huis aan het aanleggen zijn, op anderhalve meter afstand te houden.
Over een paar dagen moeten ze de kabel naar ons huis toe zien te krijgen. Dan schieten ze de kabel ondergronds door een stuk voortuin naar de vastgesteld plaats vlak bij ons huis.
En dat kan ik er nu eigenlijk niet bij hebben, wie aan mijn tuin komt, komt aan mij ; – )

De vage ongerustheid tot de coronadoelgroep te behoren en zorgen om je geliefden kost toch energie.
Wat voorheen “smetvrees” werd genoemd, wordt nu geacht tot je normale gedrag te behoren. Hoe lang blijft het virus op papier, karton, plastic, metaal zitten? Moet ik daar ook al rekening mee houden of draaf ik dan door in het nu voorgeschreven "neurotische" handelen?

Het geïsoleerd zijn op zich kost ons niet zoveel moeite, al zou je je familie en vrienden weer graag lijfelijk zien. We zijn altijd al huismussen geweest en vermaken ons uitstekend in en om huis.
Als tegenwicht voor de permanente stroom van verontrustend nieuws probeer ik goede boeken te lezen, het schilderen weer op te pakken, mooie dingen te bekijken, online en vooral ook in de tuin.

Daar is nu veel te zien, het mooiste toon ik hieronder.

De beeldschone donkerpaarse bloempjes van de Akebia trifoliata, een vroegbloeiende klimplant die tegen de pergola tussen de klimop groeit,  zijn vooral prachtig bij zonlicht:




 Mijn volgende favoriet is een in de herfst geplant bolgewas, een witte hondstand (Erythronium "White Beauty"):

 In mijn nieuwe bosje bloeit het groepje nu al prachtig met wondermooie bloemen:


Mijn sterke gele hondstand (Erythronium Pagoda), die op een andere plaats al jaren terugkomt, staat nog in de knop.

De Corydalis (helmbloem) zaait zich overal in de tuin royaal uit, een prachtig stinzeplantje:



 De schattige, kleine scilla'tjes zijn helaas maar schaars in de tuin aanwezig:



 Datzelfde geldt voor de bosanemoontjes. Die lijken te verdwijnen op de plaatsen, waar ik de wortelstokjes ooit heb geplant. Toch heb ik honderd exemplaren in het nieuwe bosje gezet in de afgelopen herfst. Daarvan zie ik nu slechts op enkele plaatsen het blad. Hopelijk slaan ze later toch aan.



 De elfenbloem lijkt ook maar op één plaats goed te gedijen:




Het zelfde geldt voort het lenteklokje (Leucojum vernum), slechts één steeds terugkerend exemplaar:


De mahonia bloeit al langer met een heerlijk geurende bloem:



Maar het speenkruid geeft een vrolijk geel tapijt door een groot deel van de tuin:



 Tot slot de vroege, miskende nectarleverancier voor vroege hommels en bijen, de paardenbloem. Ik ga ze steeds meer waarderen:

 Van harte hoop ik dat jullie gezond blijven!

maandag 30 april 2018

Wat hier bloeit in de laatste week van april.



In de derde week van april was de temperatuur een aantal dagen uitgesproken zomers, waardoor er een explosie van groen te zien was in de natuur. Alles botte zo ongeveer tegelijk uit in een aantal dagen tijd. Ons krentenboompje aan de oostkant van het huis was op een dag ineens wit van de bloesem, de volgende dag verscheen het blad en een dag daarna vielen de bloesems alweer. Er waren dan ook middagtemperaturen van boven de 25 graden. Dat hebben we nog nooit gezien. Ook sommige tulpen stonden ineens volop in bloei en waren een paar dagen al weer verwelkt.
Het was niet bij te houden, veel was me te snel af om op de foto te zetten.

De afgelopen week waren de temperaturen weer betrekkelijk normaal en nu worden we geplaagd door felle buien, regen en een koude wind met een temperatuur van niet meer dan 11 graden.

De afgelopen week heb ik de mooiste bloeiende planten in de tuin toch maar op de foto gezet. De tuin vertoont nu elke week een heel ander gezicht, we krijgen vanaf nu het bloesemfeest van mei.
Altijd weer valt me in deze tijd van het jaar de variëteit in groene kleuren op: toen we dit weekend, op weg naar het midden van het land, langs de de bosranden van de Veluwe reden, zagen we een veelheid van schitterende groennuances!

Aan de zuidkant van ons huis wordt de in 2015 geplante Malus evereste, een rijkbloeiende sierappel met mooie, kleine rode appeltjes in de herfst, steeds mooier. Hij bloeit dit jaar overdadig. Zo zien we hem vanuit ons kamerraam. En op de eerste foto van de blog zie je hoe mooi de bloesem is.


Aan de westkant van het huis heb ik vorig najaar een aantal botanische tulpjes in de bakken voor het raam van de serre gezet, charmante Clusiana soortjes. Ze krijgen in deze bakken voldoende zon.


Aan de kant van het terras is een klein veldje bosanemoontjes, het breidt zich gelukkig uit. Ik vind dit zó bij het voorjaar horen.


In het lage westelijke deel van de tuin, naast de Metasequoia, bloeit de hondstand – Erythronium “Pagoda” – een sterke soort met zachtgele, schitterend gevormde bloemen. Ik heb de bollen ook in mijn vorig jaar aangelegde bessenbosje geplant.


In de vijver breidt de dotter zich steeds meer uit, zo vrolijk!


Aan de noordkant van het huis heb ik een veldje daslook, dat ook steeds wat groter wordt. Het blad is eetbaar, maar om de een of andere reden kom ik er niet zo toe het te plukken: het is zo mooi.


Leuk is het lenteklokje, een bolgewasje, dat een steeds grotere pol vormt. Het lijkt een beetje op een groot uitgevallen sneeuwklok, maar het bloeit veel later en is een heel andere plant (Leucojum aestivum).


Eind volgende week zou het weer warmer worden. Er zal weer veel in bloei komen: we kijken de bloesem haast uit de knoppen.

woensdag 3 mei 2017

Hondstand bloeit zo mooi.


Een niet zo bekend bolgewas is de hondstand (Erythronium). Deze soort gedijt in schaduw tot halfschaduw en er zijn meer variëteiten.
De bollen plant je in het najaar, ze lijken wat op de tanden van een hond, vandaar de naam. Je laat de bollen vast in de grond zitten.
In onze tuin heb ik jaren geleden twee soorten aangeplant: de Erythronium “Pagoda” en de Erythronium dens-canis. De laatste is geleidelijk verdwenen maar de “Pagoda” lijkt zich elk jaar verder uit te breiden. 


Het schijnt de sterkste soort te zijn. Ik heb intussen een groepje van deze plant.
Het is een prachtige plant met aparte, lichtgele bloemen, waarvan de sierlijke gebogen knoppen zich geleidelijk oprichten.



De bloemen lijken haast op danseresjes. Ik vind ze bijzonder mooi.


De bloei begon dit jaar al begin april en vandaag, haast een maand later, is het nog een feest om naar te kijken. Dit komt vermoedelijk door het koele voorjaar.




vrijdag 3 mei 2013

Dansende, elegante, gele hondstandbloemen.



De mooiste, zwavelgele bloemen - elegant als danseresjes - zie ik op dit moment bij twee groepen gele hondstand, die nu volop bloeien in onze tuin. Deze gele hondstand Erythronium 'Pagoda' bloeit dus later dan de al lang uitgebloeide en bescheidener, roze bloeiende Erythronium dens-canis, die ik eerder vermeldde. Het is één van de weinige voorjaarsbloeiende bolgewassen die in onze tuin elke jaar weer terugkomt met een opvallend vitale groep royaal bloeiende planten.


Ze beginnen bescheiden te bloeien maar na een paar dagen krullen de bloemblaadjes haast van plezier als ze de zon voelen. Ik moet er gewoon steeds naar kijken.
De bolletjes moeten in het najaar worden geplant en mogen absoluut niet uitdrogen, ze blijven daarna gewoon in de grond zitten.
De plant vraagt een halfbeschaduwde plek in humusrijke, wat vochthoudende grond.












woensdag 17 april 2013

Omslagpunt van winter naar lente.

hondstand

Ongeveer midden in de vorige week keerde het tij: je rook, je voelde en je hoorde dat de winter voorbij was. De voortdurende nachtvorsten, de maximumtemperatuur omstreeks 5 graden: voorbij.
Nu kan het nog wel kil aanvoelen, er kan nog wel eens een nacht met vorst komen: maakt niet uit.
Ik vond het wel opmerkelijk om dat zo mee te maken. In de winter ruik je niet zo veel, je wilt mutsen op en handschoenen aan en de vogels houden zich stil
Ineens rook het buiten ietsje zoeter, het rook naar regen en grond. Je wilde je huid weer blootstellen aan de buitenlucht en je hoorde al dat gepiep, gemurmel en gefluit van de vogels die inmiddels hier hun laatste bijvoeding gehad hebben.
Heerlijk!

hondstand, nog in knop
De snelle ontwikkeling van de hondstand was spectaculair, van alleen het gespikkelde blad, via de mooie knoppen naar de bloemen (zie hierboven). Deze hondstand ( Erythronium dens-canis) wordt zo genoemd omdat de bolletjes, die je in het najaar al moet planten, op de tand van een hond lijken.
Ze kunnen vast in de grond blijven en houden van wat vochtige en lichtzure grond. Ze breiden zich dan ook gestadig uit. Ik vind ze heel apart. De roze soort doet het hier heel goed, een mooie witte, die op een cyclaampje lijkt, doet het minder.
 

Een heel mooi en subtiel voorjaarsbolletje is ook het sterhyacintje Scilla siberica. Het prachtige blauw, vooral als je een groepje hebt, met niets te vergelijken.
Tenslotte nog hieronder het buitengewoon charmante botanische tulpje Tulipa turkestanica, dat hier helaas wat terugloopt, in vergelijking met vorige jaren.


 We gaan een mooie tijd tegemoet in de tuin, dagelijks zien we bekende plantjes uit de grond schieten. De knoppen zwellen en de vroegste bloeiers gaan al pronken.

vrijdag 9 maart 2012

Kijken wat er opkomt.




Er ligt genoeg werk te wachten in de tuin, maar ik wil wel een enigszins behaaglijke temperatuur daarbij, dus loop ik gewoon nog maar wat te kijken.
Eén van de liefste bezigheden van de tuinliefhebber in het vroege voorjaar: kijken wat er opkomt. Feest van herkenning, maar ook confrontatie met het grote vergeten: wat wás dat toch ook weer... dat prille blaadjespaar op deze plek? En dan sla je je tuinschrift open en dan had je dat destijds natuurlijk niet opgeschreven...
Elke dag weer nieuwe ontdekkingen en het gáát me toch snel.
Van boven naar beneden: de eerste blaadjes van de vrouwenmantel, het prille bloemknopje van het speenkruid, het eerste lieveheersbeestje; die dappere luizenbestrijder. En het gevlekte blad van de hondstand.
Maar geleidelijk gaat het kijken steeds meer gepaard met het laten wapperen van de handjes!