Posts tonen met het label vlinderstruik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vlinderstruik. Alle posts tonen

dinsdag 5 april 2022

Mijn stokoude vlinderstruik leeft nog en hoe.


 Oud, maar niet dood: en ‘s zomers bloeiend alsof de vergankelijkheid niet bestaat.

De nu 25 jarige vlinderstruik (Buddleja davidii), die als zaailing zelf zijn plekje in onze tuin had gevonden, is volledig herrezen, nadat ik hem in mijn blog van 8 november 2014 als afgeschreven beschouwde.

Onze hovenier adviseerde destijds al hem nog een kans te geven, en zowaar: jaar in jaar uit beloont hij ons – 3 meter hoog - ‘s zomers met een weelde aan bloemen.



De gouden regel is, dat je zo’n oude struik niet meer tot 50 cm boven de grond terugsnoeit in het voorjaar. Met beleid licht bijsnoeien en dood hout verwijderen is het beste.


Kijk eens naar de beide, eerbiedwaardige stamvoeten.


De mooiste “voet” is die hieronder, gedraaid en gekronkeld:


Je kunt ook zien dat er jongere scheuten naast de oude zijn gegroeid: een natuurlijk proces van verjonging. De afgestorven stammen van zes jaar geleden zijn vermolmd en verteerd.


Ik voel me verwant met zo’n oude, toch steeds weer volop bloeiende, vlinderstruik.

“Zet hem op” zeg ik tegen hem en meteen ook tegen mijzelf.





vrijdag 10 juli 2020

Oud is mijn vlinderstruik, maar nog lang niet dood.



In november 2014 schreef ik over mijn oude vlinderstruik (Buddleja davidii) , waarvan het onderstel volledig vermolmd en verrot was. Ik was ervan overtuigd dat ik deze minstens 15 jaar oude struik moest opgeven.
In het voorjaar van 2015 bleken er toch nog levende takken om de dode stobbe heen te staan, en onze hovenier raadde aan deze met beleid te snoeien om de struik nog een kans te geven.
En die kans nám deze vlinderstruik; kijk eens op de foto’s bovenaan en hieronder – nu 5 ½ jaar later – wát een pracht en praal. Minstens 20 jaar oud is deze vlinderstruik nu.



Krachtige nieuwe takken rondom de dode stobbe ( zie hieronder) vormden een grote, vitale struik van minstens drie meter hoog. 


Snoeien doe ik deze nauwelijks meer, de laatste drie jaar helemaal niet. Ook de uitgebloeide bloemen bleven gewoon zitten.
Na de stormcrashes van 2018 en 2019 in de tuin heb ik een soort snoeitrauma opgelopen, zodat ik zaag en snoeimes slechts met grote terughoudendheid hanteer.

Diepe snoei van een struik of boom, zeker als deze wat ouder is, brengt altijd een stevige verwonding toe en samen met ongunstige omstandigheden( vroege of late vorst, droogte) kan het de genadeklap zijn. Zo heb ik een mooie, rijkbloeiende oude boerenjasmijn verloren en mijn dierbare Metasequoia aan de noordkant van het huis. Aan de laatste zal ik nog eens een blog wijden.

Misschien komen de (veelal overdreven) snoeiadviezen voor struiken en bomen door het feit, dat de meeste tuinen betrekkelijk klein zijn, en men daarom struiken en bomen klein wil houden.
Bij de vlinderstruik wordt gezegd, dat de bloemen kleiner gaan worden, als je niet snoeit.
Bij mijn ongeveer 20 jaar oude struik lijken de bloemen nu wel groter dan ooit.


Hetzelfde geldt voor een zes jaar oud jonger exemplaar, een zaailing: 


Ook deze heb ik minimaal gesnoeid. Je ziet dan de weelde van de vlinderstruik, zoals je ze in de Pyreneeën tegenkomt: zo zijn vlinderstruiken kennelijk bedoeld!


Maar de vlinders: waar zijn ze dit jaar? Ik zie slechts een stuk of drie koolwitjes, op weg naar mijn palmkool en mijn eeuwig moes. Als de zon schijnt een zelfde hoeveelheid atalanta’s.
Bedroevend weinig vlinders, vorig jaar waren er meer. ( zie N.B. onderaan)
Wat is er aan de hand? Ons dorp ligt tussen bouwland en hooiland in, waarop geregeld vloeibare mest uit de gierkelders vanuit tankwagens wordt verspreid. Zou dat een reden zijn?
Gelukkig is de insectenrijkdom in de tuin vrij groot. Als het zonnig weer is zoemt er van alles om je heen aan bijtjes, hommels, zweefvliegen, sluipwespen, juffertjes enz.

Hopelijk doet de vlinderstruik toch spoedig zijn naam weer eer aan: de zomer is nog niet voorbij.

N.B. Een dag later ging de zon weer schijnen, waarna minstens 20 vlinders door de tuin dartelden: veel atalanta's, dagpauwogen, koolwitjes, een enkele gehakkelde aurelia en een blauwtje.  Met andere woorden: vlinders houden niet van bewolkt weer met wind en regen en dat kon ik weten ;-)

woensdag 25 juli 2018

Hittestress en zonnevreugde bij mijn tuinplanten.



Het is nu overduidelijk welke planten in de tuin lijden onder hittestress, na maanden geen of nauwelijks regenwater te hebben gehad. Op sommige plaatsen is de toestand desolaat, op andere plekken zijn er planten die er nog steeds fris bijstaan.
Planten met hittestress laten in eerste instantie alleen het blad hangen, wanneer ze pal in de zon staan, zoals de phloxen hieronder.


Dat is normaal en een beschermingsmechanisme. Wanneer het blad in de avond en nacht niet bijtrekt, ‘s morgens dus nog steeds hangt, dan heeft de plant écht watertekort.
Je kunt ervoor kiezen, hem dan eens per week (of toch vaker bij deze intense hitte) flink water te geven. Dat is beter dan elke dag een beetje, je wilt dat de plant diep wortelt en leert het water diep weg te halen: zo kan hij het best tegen de droogte.
Ik ga wel dagelijks met de sproeier langs mijn potplanten, die kunnen immers niet diep wortelen.
Het is geen doen een wat grotere tuin te besproeien, ik geef alleen water aan planten, waarvan ik het verwelken niet kan aanzien, selectief sproeibeleid dus.
Ik vraag me wel af wat er met de planten gebeurt, die nu volledig uitgedroogd raken. Dat zijn oppervlakkig wortelende planten, zoals tuingeraniums, astilbes, herfstastertjes, heide enz.


Als je deze nu niet meer zo nu en dan wat water geeft, verdroogt en sterft dan het wortelgestel, zodat de plant ook ondergronds sterft? Dat zou een groot verlies betekenen in onze tuinen.


Hier voer ik toch wel een halfslachtig beleid. Om de drie dagen op een paar plekjes een gieter water erover heen, de rest gaat er dan misschien aan.



Het meest triest ziet de fluweelhortensia ( Hydrangea aspera) eruit. Ondanks om de paar dagen een flinke scheut water laat hij het blad permanent hangen. Ik geef niet op, want als de wortels uitdrogen ben ik hem kwijt:


Een aantal planten lijken dit weer vol vreugde te begroeten. Zonder watergiften tot nu toe juichen de pluimpapavers (Macleaya, zie vorige blog), de kaardenbollen:


de vlinderstruiken: 


de sterke Acanthus:


De schitterende pollen Eupatoria (koninginnekruid, leverkruid), een wilde plant, die miskend wordt in de tuin, omdat hij zou woekeren. Hij zaait zich ook uit, maar dat trek ik weg, waar ik dat niet wil.
De plant is sterk, bloeit fantastisch, trekt massa’s bijen, vlinders en andere insecten aan. 



Zelf vind ik de wilde soort met de zachte leverkleur mooier van kleur dan de gecultiveerde witte, die eveneens veel insecten aantrekt:


De Chinese Judasboom (Cercis chinensis "Avondale") handhaaft zich zeer goed zonder watergift, het mooie blad blijft prachtig. Met het groepje esculaapui ( Allium sativum ophioscorodum) ervoor, een kattenstaart erachter blijft het een aanvaardbaar hoekje.


Moeilijker krijgen de Veronicastrums het nu. Ze zijn zo mooi, met de fijne torentjes, dat groepje krijgt ook zo nu en dan wat water.


Verbazing voel ik altijd bij de droogteresistentie van de kattenstaart (Lythrum salicaria), die toch bekend staat als een moerasplant. Hij zaait zich hier uit op vrij droge plekjes en weerstaat de droogte heel redelijk.
Echt mooi staat hij langs de rand van de vijver, waar hij al jaren steeds meer uitdijt. Een pracht plant die een massa insecten aantrekt:


De waterstand van die folievijver van zo’n 2 bij 3 meter ging een aantal malen te sterk naar beneden. Ik heb vanaf het voorjaar drie maal de waterslang een uurtje erin gelegd om flink bij te vullen. De planten langs de rand van de vijver waren er dankbaar voor. Ik merkte ook dat de laag eendenkroos op de waterspiegel de verdamping sterk reduceerde.


Ieder, die de zorg heeft voor buitenvegetatie, vraagt zich af hoe het verder zal gaan deze zomer. De hitte bereikt de komende dagen een hoogtepunt, echte afkoeling en een einde aan de droogte is nog niet in zicht. Mogelijk hier en daar een onweersbui.
We wachten met spanning af wat de gevolgen zullen zijn op het planten- en dierenleven van deze uitzonderlijke zomer.
Ook wij mensen zullen een balans moeten zien te vinden tussen hittestress en zonnevreugde ;-)
Ik ben zelf ambivalent, want ik weet ook hoe ik naar zonnewarmte kan verlangen tijdens een lange winter.


zondag 6 augustus 2017

De vlinders in onze tuin.


Dit weekend was het landelijke vlindertellingdag en ik besloot weer eens mee te doen. Het was vandaag hier in Zuid-Oost Friesland redelijk zonnig weer met een temperatuur van net geen 20 graden. Dat kon slechter voor de vlinders.
Ik telde de volgende vlinders: (foto hierboven links: atalanta, rechts: dagpauwoog)

2 atalanta’s 
1 dagpauwoog 
1 kleine vos
2 kleine koolwitjes
1 citroenvlinder
2 bonte zandoogjes

citroenvlinder
Ik zag dat ik met mijn totaal van 9 vlinders voor Nederland haast precies op het gemiddelde per telling zat (9,2) en met mijn aantal van 6 soorten boven het gemiddelde (gemiddeld 3.8 ).

bont zandoogje

klein koolwitje

kleine vos
Tot half juli was ik steeds zeer teleurgesteld over het aantal vlinders in onze tuin. Bij medebloggers, vooral de Belgen, las ik van grote aantallen en een grote soortenrijkdom. Dit jaar schijnt een goed vlinderjaar te zijn, maar hier ik zag ik tot die tijd hoogstens 3 vlinders.
Pas toen mijn vier in de tuin verspreid staande vlinderstruiken en het leverkruid gingen bloeien, zag ik iets van de overvloed aan vlinders. Mijn toptelling was op 15 juli: wel 10 atalanta’s, 5 landkaartjes op het leverkruid, een paar dagpauwogen, twee bonte zandoogjes, een blauwtje en tot mijn grote blijdschap ook een gehakkelde aurelia.

gehakkelde aurelia
Na 15 juli verslechterde het weer, de temperatuur zakte weg en er waren veel harde regenbuien: niet goed voor de vlinders.
Daaraan schrijf ik ook de tegenvallende telling van dit weekend toe.

Gezien de vele vlinderlokkende planten hier in de tuin, zou ik meer vlinders verwachten.
In de tuinen rondom in het dorp kunnen we in het algemeen niet echt spreken van een vlindervriendelijk beleid. Helaas ook veel “versteende” tuinen.
Het land om ons dorp heen wordt intensief door boeren gebruikt met vooral grasteelt, maisteelt, aardappels enz.
Er vindt een zeer veelvuldige gierbemesting plaats. Soms rijden de tanks af en aan en ruik je buiten de gierlucht. Het aangrenzende bos zorgt wel voor veel vogels in de buurt, maar niet voor vlinders.
De intensieve landbouw en veeteelt is in Nederland bepaald niet vriendelijk voor vogels en insecten. Misschien is het in België wat dat betreft beter?


Overigens is de grootse vlindermagneet mijn stokoude vlinderstruik (zie hierboven), waar ik in november 2014 over schreef. Hij stond toen op de nominatie om te worden gekapt. In het voorjaar van 2015 raadden de mannen van de hovenier ons aan hem nog een kans te geven. En werkelijk: hij is op dit moment zeker 3 meter hoog, en bloeit als nooit tevoren!


zaterdag 8 november 2014

Het einde van een stokoude vlinderstruik.


Mijn stokoude vlinderstruik (Buddleja davidii) , die de afgelopen zomer kans zag nog overdadig te bloeien: ik vind dat heel bijzonder en een teken, hoeveel levenskracht er kan blijven, terwijl een plant eigenlijk óp is.
Deze vlinderstruik is naar schatting 15 à 16 jaar geleden als spontane zaailing in de tuin ontstaan.
Na enkele jaren is hij vrijwel elk voorjaar tot op 50cm teruggesnoeid. Ik vind het onderstel daar eigenlijk niet mooier van worden: in Zuid-Europa zie je prachtige vlinderstruiken in het wild en die worden ook niet teruggesnoeid...
Maar, gezegd moet worden, dat de struik elk jaar royaal bloeide en een trekpleister van vlinders was. Dit voorjaar had ik het gevoel, dat ik hem niet verder dan tot ongeveer heuphoogte moest terugsnoeien. Hij heeft weer schitterend gebloeid.


Toen ik hem kort geleden eens beter bekeek, contrasteerde ik dat de dikke basistakken vlak bij de grond vrijwel volledig vermolmd en verrot waren, met een zacht duwtje zou ik de hele plant omver kunnen duwen. 


 Dat betekent dus het einde van mijn dierbare, oude vlinderstruik. Elke storm zou hem nu omver kunnen blazen. Hij gaat er dus vóór de lente uit.
En er moet uiteraard een nieuwe komen. Ik sta open voor tips voor een sterke, maximaal vlinderlokkende variëteit, die best twee tot drie meter hoog mag worden.

Ik heb trouwens nergens kunnen vinden hoe oud een Buddleja kan worden. op grond van mijn eigen waarnemingen zou ik zeggen: maximaal 20 jaar ....(?)

N.B. Op advies van onze hovenier hebben we de struik in het voorjaar van 2015 met beleid teruggesnoeid. Nu, zomer 2017, is hij wel 3 meter hoog en bloeit als nooit tevoren.