zondag 13 januari 2019

Zwammen en bloesem.



Het grauwe, donkere weer van de afgelopen dagen lokte niet bepaald uit tot verkenningen in de tuin. Desondanks deed ik de ronde met mijn fototoestel.
Het meest interessante vond ik op de oude dode stam van de roodbladige sierkers. De daarop aanwezig boomgaard vuurzwam (Phellinus tuberculosis), die de oorzaak was van de dood van de boom, had zich uitgebreid. Een ander beeld dan twee jaar geleden


Hoe boeiend is het toch om dood hout te laten staan en het verval te observeren.
Aan de noordkant van de stam waren elfenbankjes (Trametes versicolor) ontstaan: (zie ook op de allereerste foto van onderaf genomen)


Even verderop op de takkenril zag ik een minder feeërieke substantie op een dode tak. Het leek meer op een product van de duivel. Na wat googlen bleek het de zwarte trilzwam (Exidia plana nigricans) te zijn, in het Engels “Witches’ butter” genoemd en in Noorwegen trollenboter.


Het sombere, donkere weer leek wel wat met mij op de loop te zijn.
Kennelijk was ik aan de vrolijker aandoende bloemekes voorbij gegaan:

een dapper doorbloeiend muurleeuwenbekje:


een bepaald voortijdige kamperfoelie:


de winterjasmijn


en de hele winter doorbloeiende en heerlijk geurende Viburnum Bodnantense ‘Dawn’



zaterdag 22 december 2018

Kerst"boom".



Twee katten die een kerstboom met versiering als een uitdaging zien om stoutigheden te plegen, een vrouw die een kerstboom beleeft als een stervende spar: wat te doen?
Ik moet wel relativeren, de kerstboom heb ik jarenlang gekocht als een vrij kleine boom met een forse kluit. In het beste geval bleef deze 5 jaar leven in een grote pot. In het slechtste geval 2 jaar.

Dit is niet wat ik nog wil.

Daarom zocht en vond ik een “boom” van steigerhout. Eeuwigdurend en geen kerststress meer vanwege een zieltogende spar.
Nu ben ik best tevreden: slechts onbreekbare versieringen erin, led-lichtjes op batterijen.
Tot nu toe hebben de poezen zelfs het Kindeke onderaan met rust gelaten.

Ik wens mijn lezers een heel mooi kerstfeest toe en een voorspoedig en vooral gezond 2019.

woensdag 21 november 2018

De bijzondere schoonheid van de Japanse esdoorn en de Aziatische kardinaalshoed.


Anderhalve week geleden waren we op een kille dag in het Belmonte Arboretum in Wageningen.
Ook qua ligging aan de Rijn één van onze mooiste Arboretums.
Mijn aandacht werd getrokken door de Japanse esdoorn (Acer Palmatum) zie bovenste foto -  en de Aziatische kardinaalshoed (Euonymus hamiltonianus).

Natuurlijk versmaad ik de meer inheemse esdoorns niet, nóch de Europese kardinaalshoed, maar zowel de vorm als de herfstkleur van de genoemde Aziatische variëteiten zijn wel heel mooi én volledig winterhard in onze klimaatzone.

De Acer palmatum heeft mijn bijzondere belangstelling. Ik heb een paar exemplaren als boom in pot (bonsai) – zie vorige post – en vooral de voor- en najaarskleuren zijn prachtig vlammend rood.
Op de foto’s die ik maakte van de mooiste exemplaren in het Arboretum zie je ook hoe elegant de vorm van deze Acers is. Ze hebben daar de ruimte gekregen in volle glorie de takken te kunnen spreiden.


De naambordjes met de volledige naam van de palmatums heb ik niet altijd tussen het groen kunnen vinden óf vergeten te fotograferen.



Mensen, die de kardinaalshoed in de tuin hebben, is het al opgevallen hoe veel grote en prachtig gekleurde vruchtjes dit boompje dit jaar heeft gevormd, ondanks de droogte.
Ik heb al eerder twee posten gewijd aan deze Euomymus europaeus.
In het voorjaar geeft deze aan de bezitter nogal wat ergernis vanwege de talloze rupsjes van vooral de kardinaalsstippelmot, die met de neerhangende spinsels een complete horror scène kan maken van het uiterlijk van deze boom. Daarom zet je hem wat achteraf, je let er niet op en altijd zal de boom zich weer herstellen om je in het najaar te belonen met de meest mooie vruchtjes. De foto hieronder maakte ik onlangs van de vruchtjes van een exemplaar in onze eigen tuin:


De Aziatische vorm, Euonymus hamiltonianus, kende ik eigenlijk helemaal niet, totdat ik een paar prachtige oude exemplaren in het Arboretum zag. 
Ze vielen vooral op door een ongelooflijke hoeveelheid vruchtjes met een typische licht roze paarse kleur.




Deze oude stammen zijn indrukwekkend:


En dan toch nog zo royaal vruchten kunnen dragen:



donderdag 8 november 2018

Mijn boompjes in pot gaan de herfst in.



Hoewel ik in alle opzichten voor zo natuurlijk mogelijk tuinieren ben, heb ik ook een afwijking.
Al een jaar of dertig verzorg ik een aantal kleine bomen in pot, ofwel bonsai’s.
In de jaren ‘80 van de vorige eeuw volgde ik een bonsaicursus, zo leerde ik de technieken.
Nu ben ik niet zo van de design, dus ik zit niet voortdurend aan mijn boompjes te peuteren om ze in een bepaalde vorm te dwingen. Ik laat ze een beetje hun gang gaan, ik verpot alleen wanneer nodig, en snoei niet overmatig. Zo ogen mijn boompjes vrij natuurlijk en niet zo gestileerd.
(bovenste foto: Acer palmatum "Deshojo", hieronder een Acer platanoides, ofwel Noorse esdoorn)


Ik vergelijk zo’n boompje van mij wel eens met een exemplaar, waarvan het zaad is gevallen in een kleine opening tussen rotsen, waardoor het boompje het moet doen met een beperkte wortelruimte en ook nog eens vrij regelmatig wordt beknabbeld door een paar langskomende geitjes.
Het resultaat is dan een boompje met veel kleiner, dichter op elkaar staand blad.
Je komt dit geregeld tegen in de vrije natuur.

Ik heb veel soorten boompjes. Een aantal heb ik ooit gekocht, de meesten heb ik als zaailing in mijn eigen tuin of die van vrienden en kennissen aangetroffen en verder opgekweekt. (Hieronder een meer dan 20 jaar geleden gekochte Ginkgo.)


Een mooi rood beukje bij voorbeeld vlak langs ons fietspad, dat door de gemeentewerkers weggeschoffeld gaat worden: ik móet dat redden.

Die hele verzameling boompjes wordt dus gekoesterd. Omstreeks deze tijd moeten de meeste potten tot de rand aan toe ingegraven staan in een soort zandbak, die ik daarvoor ooit heb gemaakt.
Laat nu deze zandbak in het schootsveld van een hoge, ietwat schuinstaande conifeer te staan…
Daar staat die zandbak al jaren, maar na de door een stormvlaag omgevallen bomen eind augustus in onze tuin, zag ik tijdens nachtelijke dromen die conifeer op mijn mooiste bonsai’s vallen.

Daarom heb ik de mooiste boompjes, die ik absoluut niet kan missen, op een andere, veiliger plek in de tuin in een soort bak ondergebracht. Ik ben nu bezig los blad erover heen te draperen, zodat ze tegen de vorst beschermd zullen zijn.


De overige boompjes staan wat dichter bij huis:


Exemplaren, die (nog) niet zo bijzonder zijn staan in de zandbak.
Hieronder nog een close-up van een Malus:


Het maken van een minibosje is ook heel leuk, hieronder een lijsterbes en een cotoneaster:


En tenslotte een klein minilandschapje, gemaakt van kleine plantjes, die ik in de tuin vond:



dinsdag 23 oktober 2018

Planten in de war.


Een week geleden kon je nog in zomerkleding op het terras zitten, het was ook hier in het noorden boven de 20 graden. Pas nu krijgen we langzamerhand temperaturen die meer bij de tijd van het jaar passen.

Niet alleen wijzelf en allerlei dieren, ook een aantal planten zijn in de war.
Veel planten meenden dat er een nieuw seizoen was aangebroken en begonnen te kiemen, of weer te bloeien.

Het meest vreemde voorbeeld zie ik hier bij mijn mini blauwe bes in pot: herfstkleuren en nieuwe bloesem aan één en dezelfde plant:


Ook een doordragende aardbei in de volle grond denkt absoluut dat het voorjaar is aangebroken, dit is toch niet te geloven: royaal bloesem en vruchten:


Zou zo’n plant zichzelf niet volledig uitputten? Zouden zulke vergis-bloeiers volgend jaar nog sterk genoeg zijn?

Tenslotte bloeit aan de zuidzijde van het huis een laag blijvende vlinderstruik nog royaal. Vorige week zag ik er nog een atalanta op vliegen.


Vreemd allemaal. 
En nog steeds is het veel te droog in de tuin. Onze sloot staat droog. Ik loop nog steeds mijn potplanten te begieten. De metershoge rhododendron laat het blad weer hangen.

Als het waar is, wat sommige meteorologen zeggen, dat er een grote kans is op nog zo’n droge en warme zomer het volgende jaar: hoeveel bomen en struiken zullen dit gaan overleven?
Zal er deze winter voldoende neerslag vallen om de lage grondwaterstand weer op peil te brengen?

Veel vragen hebben we na dit uitzonderlijke jaar.

Dat de hoofdzakelijk door menselijke activiteiten veroorzaakte klimaatverandering een rol speelt is onomstreden. Maar de korte tijd ( enige decennia) waarin zich de temperatuurstijging afspeelt is, afgezet op de tijdschaal van de geschiedenis van de aarde, zeer verontrustend.



zaterdag 6 oktober 2018

Nog bloeiend in de herfstzon.



Nu dat prachtige, lage, gouden herfstlicht over de laatste bloeiende planten heen strijkt, ga ik mij toch verzoenen met dit seizoen.
We worden verwend met een aantal zonnige, warme dagen en dat maakt het afscheid van deze bijzondere zomer wat makkelijker.

Mijn twee meter hoge Fuchsia magellanica var. Molinea was na de late stevige vorstperiode in het vroege voorjaar bovengronds afgestorven. Vandaar dat de plant zich moest herstellen en de bloei pas na de langdurige droogteperiode goed op gang kwam: zie bovenste foto.

De Geranium “rozanne”is de laatste jaren heel populair, omdat ze intens blauw bloeit vanaf mei tot november. De plant hoeft niet teruggesnoeid worden, ze bloeit maar door. Ze blijft ook wat losser, wanneer je de plant niet terugknipt. Trekt ook bijen aan, zie hieronder:


De Persicaria’s zijn nog steeds erg mooi, het lijkt wel alsof ze er na de langverwachte regens pas echt plezier in kregen. Dat zie je trouwens bij veel meer planten na de langdurige droogteperiode: het lijkt wel of ze denken dat er een nieuw seizoen is begonnen.
Hieronder Persicaria amplexicaulis:


En de zich steeds meer uitbreidende groep Persicaria amplexicaulis”Pink Mist”, op de voorgrond de uitgebloeide bloeiwijzen van de Acanthus. Beide planten hebben de droogte zeer goed doorstaan:


En eindelijk lijken de donkerrode knotjes van de Sanguisorba officinalis bij mij aan te slaan. Hopelijk breiden ze zich de komende jaren flink uit, Ik vind ze prachtig:


Een andere witte Sanguisorba soort geeft me ook altijd veel kijkplezier, de Sanguisorba canadensis:


En tenslotte de bessen van Cotoneaster horizontalis, de dwergmispel, die dit jaar wel uitzonderlijk rijk draagt:



maandag 24 september 2018

Wordt dat nog wat met mijn permacultuurheuvel?


Toen ik half april mijn permacultuurheuvel opbouwde volgens de principes van de Hügelkultur ( zie voor uitleg hier) dacht ik dat de heuvel snel weelderig begroeid zou zijn. Ik had nogal wat moestuinzaden gezaaid van allerlei aard: vol verwachting!
Maar wie rekende er nu op het vrijwel totaal uitblijven van regenval en hoge temperaturen met vrijwel permanente zonneschijn. Er gebeurde gewoon niets op die heuvel. Slechts de brave hendrik, de bloedzuring, de aardbei en de jonge arctische braampjes bleven met een regelmatige watergift in leven. De bulgaarse uitjes gingen in winterslaap en het zaad leek helemaal niet op te komen. Voorgezaaide plantjes waren de volgende dag verdwenen: dankbaar geconsumeerd door een paar slakken die ‘s nachts uit de gaten in de takkenheuvel kwamen kruipen.
Al snel besloot ik de heuvel af te dekken met plantaardig materiaal als bescherming van de grond tegen complete uitdroging.



Toen in augustus de storm hier kort woedde en o.a. mijn scheefhangende hoge lijsterbes moest worden gekapt, liep de heuvel wel enige schade op door het afvoeren van de bebladerde takken: de mulchlaag was verdwenen.


Uiteraard gaf ik de moed niet op en plantte een laagblijvende blauwe bes, wat roomse kervel, een oxaalzuurarme rabarberplant, wat wilde marjolein, wat zaailingen van st. janskruid en witte malva.


De regen ging vallen en een aantal planten kwamen zienderogen bij. Het is verbazend dat gestadige natuurlijke regenval de planten zichtbaar doet groeien, terwijl watergiften tijdens de hitte de planten maar nét in leven houden. De verdamping was te groot voor de planten om het bij te houden.
De heuvel had ook problemen met het wegzakken van de grond in de ruimte’s tussen de stammen en de takken, die de basis van de heuvel vormden.
De ervaring van blogster Cin, die ook met de Hügelkultur experimenteerde, was, dat woelmuizen de ruimten in de heuvel als ideale nestplaats beschouwden. Hier vinden de slakken heerlijk koele schuilplaatsen in de gaten.


Gelukkig had ik geen wespenkoninginnen, die een uitgebreid nest gingen maken in de krochten onderin de heuvel. Want er was vorig voorjaar wel een nest gemaakt in mijn Hügelkultur-teil op het andere terras. Ik heb in april en mei zelfs een tijdje watjes met kruidnagelolie op de heuvel neergelegd om deze dames af te schrikken: ik ben toch eigenlijk gek ook…
Al met al was het dus aanvankelijk niks met dit project.
Maar volgend jaar: dan zullen we eens wat zien, de voortekenen zijn nu al aanwezig!