zondag 17 maart 2019

Stevige wind en oude bomen: daar gaat verdriet van komen.



De extreme droogte van de vorige zomer heeft iets met de wortels van de wel 15 meter hoge coniferen in onze tuin gedaan. De sloot viel droog, het veenpakket droogde uit en klonk wat in, kennelijk hadden de met vocht verwende wortels toch moeite om een stevige grip op de grond te houden.

De laatste twee weken werden gekenmerkt door flinke regens en stormachtig weer met harde windstoten.
Op zaterdag 9 maart constateerde onze dochter, tijdens een rondje door de tuin, dat de grond naast de hoogste coniferen zichtbaar omhoog ging op het ritme van de windstoten. Bij nadere inspectie zagen we hetzelfde naast de grootste coniferengroep.
Onze snel geraadpleegde hovenier vond de situatie ook zorgelijk en adviseerde alle coniferen, in totaal 14 stammen, windvangers waarvan de kruinen een sterke samenhang hadden, te laten omzagen. Een enkeling handhaven was niet aan te raden vanwege deze windvang.

Nu gaf deze groep coniferen ( Chamaecyparis lawsoniana) onze tuin aan de lange westzijde onze privacy, nog meer dan de loofbomen, die in augustus al omvielen door de storm.
Het gaf de tuin het aanzien van de bosrand met hoge bomen.


Vanaf het moment, dat we in dit huis kwamen wonen, nu 23 jaar geleden, vond ik deze hoge coniferen daarom één van de grote charmes van deze tuin.
We moesten dus wel even iets verwerken.


Afgelopen donderdag en vrijdag zijn de bomen gekapt. 


De leeftijd bleek, na telling van de jaarringen, 35 jaar te zijn.
Een compleet jaararchief, dat iets zegt over goede en slechte jaren qua water en voedingsstoffen: 




Wat een desolaat gezicht, we kijken nu uit op de huizen van de straat achter ons:


Een tuin suggereert voor mij een gevoel, een stuk verbeelding. Dit gedeelte benaderde dus een wilde bosrand. Huizen waren niet te zien, alleen groen en lucht:



Na de stormschade van het vorige jaar zagen we dit eerlijk gezegd al wel een beetje aankomen.
Vanaf dat moment was ik al in gedachten bezig met een “plan B”.
Hoe kon je zorgen dat je zo snel mogelijk weer zichtdichtheid kon krijgen?
De enige optie leek me het plaatsen van zo hoog mogelijke betongaasschermen op palen, meteen bekleed met heidematten ( mooie donkerbruine kleur). De klimop en andere klimmers kunnen dan rustig het scherm gaan dichtgroeien, tegen die tijd zullen de heidematten zo ongeveer verteerd zijn.
Onze hovenier heeft meegedacht over dit plan en zal dit binnenkort gaan realiseren.

Het kale stuk tussen de vijver en de schermen kan dan een bosje worden met struiken, die uitermate aantrekkelijk zijn voor insecten en vogels. Een boomhoogte van 15 meter gaan wij niet meer meemaken, ik mik op struikgewas van uiteindelijk zo’n 5 meter hoog.
In de regen stonden we gisterenmorgen al met mijn wensenlijstje al bij kweker Arborealis:

Vuilboom of spork (Frangula alnus, oude naam: Rhamnus frangula)
Krent ( Amelanchier lamarckii)
Amandelwilg (Salix triandra “semperflorens”)

We gingen naar huis met mooie planten, heuphoogte in een flinke pot.
Die staan alvast te wachten tot de schermen zijn aangebracht.

In mijn verbeelding moet ik de oude bosrand loslaten. Ik heb er meer dan 20 jaar van kunnen genieten.
Nu zie ik in mijn verbeelding een jong en wild struikgewas, een kleine oase achter de vijver voor insecten en vogels en wat al niet meer.

woensdag 20 februari 2019

Krokussen: mijn mooiste en de sterkste.



Niet eerder heb ik zo intensief van de krokussen kunnen genieten als in de afgelopen week van dit jaar. Zittend op mijn tuinkrukje, laag bij de grond kon ik de schoonheid van mijn mooiste soorten eens goed tot me laten doordringen.

Vorig najaar kwam ik in de catalogus ( Nijssen bulbs) een paar onweerstaanbaar mooie soorten tegen, en één ervan is Crocus fleischeri. Fijne, stervormige blaadjes, met een feloranje in drieën gesplitste stijl. Het is een vroegbloeiende soort, eind januari kunnen de eerste bloemen al verschijnen. Pas vandaag (20 februari) zie ik dat ze verwelken. Hieronder een selectie van de fleischeri:





Gelukkig, de insecten vertonen zich weer: 



Ook zeer vroegbloeiend krokusje is de Crocus imperati subsp.imperati “de Jager”. Deze vertoonde de bloeiknoppen al tijdens de sneeuwval van 24 januari. De schoonheid zit hem in de typisch gestreepte buitenblaadjes:




Deze prachtige crocusjes hebben mogelijk één nadeel: ze zijn niet zo sterk en ze breiden zich minder goed uit. De komende jaren zullen we dat afwachten.
Ik heb wel vaker mooie soortjes aangeschaft, die geleidelijk verdwenen.

Redelijk sterk is de Crocus chrysanthus “Prins Claus”. Deze liep hier toch langzaam in aantal terug. Maar ik heb er weer wat van aangeschaft:



De soorten, die je nooit teleur zullen stellen, die altijd weer terugkomen en zich steeds meer uitbreiden en zich uitzaaien is de Crocus tommasinianus en selecties ervan. Dat zijn de zo genoemde boerenkrokussen die behoren tot de Stinzenplanten.


Hierboven zie je de lichter gekleurde Crocus tommasinianus en de wat donkerder Crocus tommasinianus “Ruby Giant”.  
Ruby Giant:


De genoemde soorten zijn allemaal kleinbloemige soorten.
Ik heb ook wel wat grootbloemige soorten (Crocus vernus) maar die komen wat later in bloei, zijn sterk, maar zaaien zich hier niet uit.

Overigens realiseer ik me hoe vreemd het is om midden februari met een voorjaarsgevoel in de tuin te zitten bij deze hoge temperaturen – hier zo’n 14 graden. Het was / is genieten, maar toch bizar.


vrijdag 25 januari 2019

Sneeuw geeft een heel ander zicht op je tuin.



Sneeuw toont heel duidelijk de structuren in je tuin. Bovendien geven besneeuwde planten en de resten ervan zoals oude zaaddozen, uitgebloeide stengels e.d. een prachtig contrastrijk lijnenspel.
Omdat we niet weten of we dit jaar nog zo’n mooi laagje (hier zo’n 4 tot 5 cm) zullen krijgen, liep ik gisteren met het fototoestel weer een rondje door de tuin.

Ook voor mijn boompjes in pot is zo’n sneeuwdek bij vorst een mooie isolatie:


Overzicht lage westkant met op de voorgrond de bloeiende Viburnum bodnantense:


De sporen van poezenpassanten, ik kan nu goed zien welke route ze lopen:


De zo door mijn gewaardeerde wilde stukjes aan het einde van de tuin:



De dikke lianen van de wilde clematis ( Clematis vitalba):


De mooie zaaddozen van de grote kaardebol:


En tenslotte de enige plant, die ik vóór de vorstinval heb ingepakt: het eeuwig moes, de koolsoort die naar mijn ervaring slecht tegen lage temperaturen en gure wind kan. Ik ben in vorige winters al goed gewortelde, sterke exemplaren verloren.


Morgen valt de dooi al weer in, nu vriest het nog een paar graden en er valt wat lichte sneeuw.
Ik ben erg benieuwd hoe de winter verder zal verlopen.



zondag 13 januari 2019

Zwammen en bloesem.



Het grauwe, donkere weer van de afgelopen dagen lokte niet bepaald uit tot verkenningen in de tuin. Desondanks deed ik de ronde met mijn fototoestel.
Het meest interessante vond ik op de oude dode stam van de roodbladige sierkers. De daarop aanwezig boomgaard vuurzwam (Phellinus tuberculosis), die de oorzaak was van de dood van de boom, had zich uitgebreid. Een ander beeld dan twee jaar geleden


Hoe boeiend is het toch om dood hout te laten staan en het verval te observeren.
Aan de noordkant van de stam waren elfenbankjes (Trametes versicolor) ontstaan: (zie ook op de allereerste foto van onderaf genomen)


Even verderop op de takkenril zag ik een minder feeërieke substantie op een dode tak. Het leek meer op een product van de duivel. Na wat googlen bleek het de zwarte trilzwam (Exidia plana nigricans) te zijn, in het Engels “Witches’ butter” genoemd en in Noorwegen trollenboter.


Het sombere, donkere weer leek wel wat met mij op de loop te zijn.
Kennelijk was ik aan de vrolijker aandoende bloemekes voorbij gegaan:

een dapper doorbloeiend muurleeuwenbekje:


een bepaald voortijdige kamperfoelie:


de winterjasmijn


en de hele winter doorbloeiende en heerlijk geurende Viburnum Bodnantense ‘Dawn’



zaterdag 22 december 2018

Kerst"boom".



Twee katten die een kerstboom met versiering als een uitdaging zien om stoutigheden te plegen, een vrouw die een kerstboom beleeft als een stervende spar: wat te doen?
Ik moet wel relativeren, de kerstboom heb ik jarenlang gekocht als een vrij kleine boom met een forse kluit. In het beste geval bleef deze 5 jaar leven in een grote pot. In het slechtste geval 2 jaar.

Dit is niet wat ik nog wil.

Daarom zocht en vond ik een “boom” van steigerhout. Eeuwigdurend en geen kerststress meer vanwege een zieltogende spar.
Nu ben ik best tevreden: slechts onbreekbare versieringen erin, led-lichtjes op batterijen.
Tot nu toe hebben de poezen zelfs het Kindeke onderaan met rust gelaten.

Ik wens mijn lezers een heel mooi kerstfeest toe en een voorspoedig en vooral gezond 2019.

woensdag 21 november 2018

De bijzondere schoonheid van de Japanse esdoorn en de Aziatische kardinaalshoed.


Anderhalve week geleden waren we op een kille dag in het Belmonte Arboretum in Wageningen.
Ook qua ligging aan de Rijn één van onze mooiste Arboretums.
Mijn aandacht werd getrokken door de Japanse esdoorn (Acer Palmatum) zie bovenste foto -  en de Aziatische kardinaalshoed (Euonymus hamiltonianus).

Natuurlijk versmaad ik de meer inheemse esdoorns niet, nóch de Europese kardinaalshoed, maar zowel de vorm als de herfstkleur van de genoemde Aziatische variëteiten zijn wel heel mooi én volledig winterhard in onze klimaatzone.

De Acer palmatum heeft mijn bijzondere belangstelling. Ik heb een paar exemplaren als boom in pot (bonsai) – zie vorige post – en vooral de voor- en najaarskleuren zijn prachtig vlammend rood.
Op de foto’s die ik maakte van de mooiste exemplaren in het Arboretum zie je ook hoe elegant de vorm van deze Acers is. Ze hebben daar de ruimte gekregen in volle glorie de takken te kunnen spreiden.


De naambordjes met de volledige naam van de palmatums heb ik niet altijd tussen het groen kunnen vinden óf vergeten te fotograferen.



Mensen, die de kardinaalshoed in de tuin hebben, is het al opgevallen hoe veel grote en prachtig gekleurde vruchtjes dit boompje dit jaar heeft gevormd, ondanks de droogte.
Ik heb al eerder twee posten gewijd aan deze Euomymus europaeus.
In het voorjaar geeft deze aan de bezitter nogal wat ergernis vanwege de talloze rupsjes van vooral de kardinaalsstippelmot, die met de neerhangende spinsels een complete horror scène kan maken van het uiterlijk van deze boom. Daarom zet je hem wat achteraf, je let er niet op en altijd zal de boom zich weer herstellen om je in het najaar te belonen met de meest mooie vruchtjes. De foto hieronder maakte ik onlangs van de vruchtjes van een exemplaar in onze eigen tuin:


De Aziatische vorm, Euonymus hamiltonianus, kende ik eigenlijk helemaal niet, totdat ik een paar prachtige oude exemplaren in het Arboretum zag. 
Ze vielen vooral op door een ongelooflijke hoeveelheid vruchtjes met een typische licht roze paarse kleur.




Deze oude stammen zijn indrukwekkend:


En dan toch nog zo royaal vruchten kunnen dragen: