dinsdag 4 juni 2019

Bloesem en groene weelde van begin juni.


Het gebladerte is nog jong, groen en meest onaangetast, de bloesemrijkdom maximaal: dat is de weelde van begin juni. De vogels zijn actief en druk: ze moeten wel want ze hebben jongen te verzorgen.
Kikkers springen weg als ze je voelen naderen. Het insectenleven is op gang gekomen, bijtjes, hommels, zweefvliegen en zowaar een enkele Europese hornaar.
Als ik in de tuin ga zitten met een boek, schiet het niet op met het lezen, ik zie teveel moois en spannende dingen om me heen.

Ik neem jullie mee met een virtueel wandelingetje door de tuin.

Vanuit de toegangspoort een aantal van de prachtige Allium christophii (zie ook eerste foto):


Verder lopend stuiten we op de zeer royaal bloeiende klimhortensia, de bloemen geven een zachte, zoete geur af:


We kijken even naar links, waar de jonge bosaanplant achter de vijver nog maar nauwelijks zichtbaar is en waar de klimmers al goed aangeslagen zijn en de schermen gaan veroveren:


Detail van de gele lis:


Op het kruispunt van de paden aangekomen botsen we tegen het bessenbosje, dat na de veranderingen in de tuin veel meer zon krijgt. De zwarte bessenplanten hebben in maart wat van het kappen geleden, ze moeten zich wat herstellen.
Linksvoor een glimp van het heuvelbed (volgens de principes van de Hügelkultur):


Op de volgende foto is het heuvelbed iets beter te zien. Achteraan een deel van het scherm en wat nieuwe bosaanplant.


Het heuvelbed is niet onaardig begroeid na een jaar. Ik  zal er nog eens een post aan wijden.
Erachter de overgebleven rode esdoorn, die jaren lang verstopt stond tussen de coniferen: nu krijgt hij de kans zijn schoonheid te etaleren:


We draaien ons om en gaan met de rug naar het heuvelbed staan en lopen het linkerpaadje in:



De bekervarens en de wijfjesvarens zijn nu op zijn mooist. En de geraniums ertussenin bloeien dit jaar wel bijzonder rijk:


Het terugkijken vanaf deze plek geeft toch wel weer een bosachtige aanblik, waar ik zo van hou:




zaterdag 18 mei 2019

Mijn favoriete sieruien half mei.



Al jaren heb ik een zwak voor alliums (sieruien).
Als ik in mijn doos met zakjes van ooit aangeschafte alliums kijk, schrik ik wel als ik moet constateren hoeveel soorten na een paar jaar al zijn verdwenen. Hoe goed ik ze ook probeerde uit te zoeken op hun geschiktheid voor een bepaalde standplaats en bezonning.

Een van de soorten, die zich al jaren handhaaft is de bulgaarse ui (Allium bulgaricum) die de laatste jaren in de catalogi staat onder de naam Nectaroscordum siculum subsp bulgaricum).
Deze zaait zich zelfs uit.
Daarom durfde ik het eindelijk aan om afgelopen herfst een dure Armeense variëteit te bestellen, de Nectaroscordum tripedale (synoniem Allium tripedale). Deze is groter, steviger en heeft dieper roze gekleurde klokjes met overvloedig nectar. (zie ook eerste foto bovenaan)
De plant stelt me niet teleur, het is een echte blikvanger, vooral ook door de spectaculaire manier, waarop de bloem als het ware uit de windselen komt:






Ik hoop dat deze soort éven blijvend blijkt te zijn als de bescheidener bulgaarse ui, die ook heel mooi is:




Al jarenlang komt de groep Allium ”purple sensation” terug, deze sierui verdraagt iets schaduw:


Dit kleine lage alliumpje verscheen ineens weer, nadat ik het betreffende plekje had ontdaan van al te overdadig siergras, de naam kon ik niet meer achterhalen:


En dan heb ik een veldje van de zelfs licht woekerende Allium triquetrum:


Hieronder het totaalplaatje: rechtsonder de Allium triquetrum tussen de bloempjes van het lieve vrouwen bedstro, rechts van het midden bovenaan de  Nectaroscordum tripedale en een golf van oranje schijnpapaver.



Aan de zuidkant in het zandige grind komt elk jaar weer de puinallium terug (Allium karataviense):  


Later in het jaar komen nog meer alliums tot bloei, het is leuk om ook wat later bloeiende soorten te hebben. Daar kom ik nog op terug.

zaterdag 27 april 2019

Veel aprilbloei alweer voorbij.

In de eerste helft van april hadden we vrij normaal voorjaarsweer, maar nauwelijks of geen regen.
Tulpjes en andere voorjaarsbloeiers toonden zich zeer houdbaar. En ons krentenboompje bloeide zelden zo lang (vanuit het raam gezien):


Daarna kregen we een soort aprilzomer: felle zon, strakblauwe luchten en temperaturen geregeld boven de 20 graden. En geen regen.
De overweldigende ontwikkeling van het groen, zo kenmerkend voor april, stagneerde en potplanten en nieuwe aanplant moesten begoten worden. Tulpen, bosanemoontjes, hondstand: ze waren al gauw verdord.
Andere bloeiende planten zijn hun plaats weer aan het innemen, maar ik wil tóch nog even de mooiste bloeiers tonen van nog maar anderhalve week geleden.

Zelden zag ik zo'n explosie van bloeiend speenkruid, wat een vrolijkheid:


Rechtsboven op de speenkruidfoto zie je de Chinese judasboom Cercis chinensis “Avondale”: 


Deze struik stelt mij absoluut niet teleur. De droge zomer van het vorig jaar heeft hij zeer goed doorstaan: ik heb hem nauwelijks water gegeven. Het mooie grote blad bleef groen en gaaf. De bloei op het naakte hout is zeer royaal.

Eén van mijn favoriete voorjaarsbolgewassen is de hondstand (Erythronium ‘Pagoda’):


De plant bloeit de eerste jaren wat schraal. Hij komt pas langzaam op gang , maar na een aantal jaren lijkt hij steeds meer bloemen te geven. Dit voorjaar heeft de plant een topjaar.


Ook de elfenbloem bloeit dit jaar overweldigend goed. Dit is de gemakkelijke Epimedium versicolor ‘Sulphureum’:


In de bak voor het raam staan twee soorten Tulipa Clusiana’s:


De mooiste Tulipa Clusiana blijft voor mij de var. Stellata, zó subtiel. Deze staat in de volle grond aan de zuidoostkant van het huis en komt daar elk jaar weer terug:


Dit vrolijke tulpje komt al jaren steeds weer terug: Tulipa “little princess” (zie ook eerste foto helemaal boven):


En tenslotte de Tulipa bakeri ‘Lilac Wonder”:


De dotters in de vijver bloeien nog wel even door: 


evenals de mooie kievitsbloem:


De sierappel (Malus evereste) bloeide prachtig, maar slechts enkele dagen: de regens kwamen en de temperatuur ging gevoelig omlaag (vanuit het raam gezien):


Wat was ik overigens blij met die regen, er viel hier in zuid oost Friesland in twee dagen tot nu toe zo'n 30 mm, nog lang niet genoeg om het regentekort op te heffen. 
Hopelijk krijgen we niet wéér zo'n droge zomer!

Pas nu komt de groenspurt in de tuin op gang: veel planten gaan zich te buiten aan het aanmaken van nieuw blad. En nieuwe bloemknoppen verschijnen: op naar de mooie meimaand!



zondag 31 maart 2019

Na het kappen volgt herstel.



Nadat mijn geliefde bosje noodgedwongen moest verdwijnen is het nu al zover dat ik de nieuwe, door mij gewenste uitgangssituatie kan laten zien.

Als alternatief voor de meer dan 15 meter hoge coniferen was een zo hoog mogelijk, stormvast gaasscherm de enige oplossing om vrijwel meteen weer een visuele beschutting te verkrijgen.
De omliggende huizen liggen lager dan ons huis, daarom moeten wij zo ver de hoogte in om zelf wat vrij te zitten.


De gaasschermen op verhoogde “poten” zijn bedekt met enigszins transparante heidematten. Als deze na een jaar of drie vergaan zijn, heeft de ingeplante klimop de schermen al dichtgegroeid.


Onze hovenier had nog een aantal meters in goede staat verkerende “tweede kans” klimopschermen staan. Die wilde ik wel hebben. De rest bestaat uit vrij grote losse klimopplanten én twee stuks wilde wingerd.

Het resultaat is helemaal niet slecht: het best mogelijke, denken we.
Van links naar rechts zijn jonge vuilboom, krentenboompje en amandelwilg ingeplant:


De schuine palen, die zijn aangebracht om de uiteinden van de schermen te schragen, storen me erg.
Ze konden niet aan de andere kant, de windkant, worden aangebracht, want daar ligt de sloot.
Ik zal proberen ze door middel van schaduwminnende klimplanten zo snel mogelijk te camoufleren.

Waar ik ook erg aan moet wennen is de nog zeer open zijde aan de rechterkant, de noordwestzijde van de tuin. Als de geknotte esdoorn en de taxussen weer blad gaan vormen, zal het wel iets verbeteren:


Oude situatie: 


Op een uitgekiende plek heb ik nog twee jonge boswilgen uit eigen voorraad ingeplant:


Maar het zal toch wel een jaar of twee / drie duren, voor alle jonge planten volume gaan maken.

Over 15 jaar zijn echtgenoot en ik in en rond de negentig :-))
We hebben dus wel haast.
De crash kon, wat dat betreft, niet op een beter moment komen: het is nog in het vroege voorjaar en hopelijk hebben we nog ruim tijd van leven: wat is een mens zonder tuin…

We hebben nu wel duidelijk meer licht en zon in de tuin. De beplanting zal daar ongetwijfeld op gaan reageren. Een paar varens zal ik binnenkort gaan verplanten; die staan nu echt te zonnig.
Ik zie nu een groot stuk van de hemel, dat heeft ook wel wat.

De pijn van het verlies zal er nog wel even zijn, de pijn in de portemonnee zal binnenkort wel komen ;-)
Maar al met al hebben onze hovenier en zijn mannen ons buitengewoon snel en goed op weg geholpen, dat had niet beter gekund.

Dagelijks maak ik nu vele rondjes door de tuin om aan de nieuwe situatie te wennen. Soms racet een vogel mij voorbij, die kunnen nu snelheid maken.
De passerende katten kijken me schichtig aan: klopt dit hier wel?

Ja, het klopt en het gaat weer helemaal goed komen, maar wel anders.



zondag 17 maart 2019

Stevige wind en oude bomen: daar gaat verdriet van komen.



De extreme droogte van de vorige zomer heeft iets met de wortels van de wel 15 meter hoge coniferen in onze tuin gedaan. De sloot viel droog, het veenpakket droogde uit en klonk wat in, kennelijk hadden de met vocht verwende wortels toch moeite om een stevige grip op de grond te houden.

De laatste twee weken werden gekenmerkt door flinke regens en stormachtig weer met harde windstoten.
Op zaterdag 9 maart constateerde onze dochter, tijdens een rondje door de tuin, dat de grond naast de hoogste coniferen zichtbaar omhoog ging op het ritme van de windstoten. Bij nadere inspectie zagen we hetzelfde naast de grootste coniferengroep.
Onze snel geraadpleegde hovenier vond de situatie ook zorgelijk en adviseerde alle coniferen, in totaal 14 stammen, windvangers waarvan de kruinen een sterke samenhang hadden, te laten omzagen. Een enkeling handhaven was niet aan te raden vanwege deze windvang.

Nu gaf deze groep coniferen ( Chamaecyparis lawsoniana) onze tuin aan de lange westzijde onze privacy, nog meer dan de loofbomen, die in augustus al omvielen door de storm.
Het gaf de tuin het aanzien van de bosrand met hoge bomen.


Vanaf het moment, dat we in dit huis kwamen wonen, nu 23 jaar geleden, vond ik deze hoge coniferen daarom één van de grote charmes van deze tuin.
We moesten dus wel even iets verwerken.


Afgelopen donderdag en vrijdag zijn de bomen gekapt. 


De leeftijd bleek, na telling van de jaarringen, 35 jaar te zijn.
Een compleet jaararchief, dat iets zegt over goede en slechte jaren qua water en voedingsstoffen: 




Wat een desolaat gezicht, we kijken nu uit op de huizen van de straat achter ons:


Een tuin suggereert voor mij een gevoel, een stuk verbeelding. Dit gedeelte benaderde dus een wilde bosrand. Huizen waren niet te zien, alleen groen en lucht:



Na de stormschade van het vorige jaar zagen we dit eerlijk gezegd al wel een beetje aankomen.
Vanaf dat moment was ik al in gedachten bezig met een “plan B”.
Hoe kon je zorgen dat je zo snel mogelijk weer zichtdichtheid kon krijgen?
De enige optie leek me het plaatsen van zo hoog mogelijke betongaasschermen op palen, meteen bekleed met heidematten ( mooie donkerbruine kleur). De klimop en andere klimmers kunnen dan rustig het scherm gaan dichtgroeien, tegen die tijd zullen de heidematten zo ongeveer verteerd zijn.
Onze hovenier heeft meegedacht over dit plan en zal dit binnenkort gaan realiseren.

Het kale stuk tussen de vijver en de schermen kan dan een bosje worden met struiken, die uitermate aantrekkelijk zijn voor insecten en vogels. Een boomhoogte van 15 meter gaan wij niet meer meemaken, ik mik op struikgewas van uiteindelijk zo’n 5 meter hoog.
In de regen stonden we gisterenmorgen al met mijn wensenlijstje al bij kweker Arborealis:

Vuilboom of spork (Frangula alnus, oude naam: Rhamnus frangula)
Krent ( Amelanchier lamarckii)
Amandelwilg (Salix triandra “semperflorens”)

We gingen naar huis met mooie planten, heuphoogte in een flinke pot.
Die staan alvast te wachten tot de schermen zijn aangebracht.

In mijn verbeelding moet ik de oude bosrand loslaten. Ik heb er meer dan 20 jaar van kunnen genieten.
Nu zie ik in mijn verbeelding een jong en wild struikgewas, een kleine oase achter de vijver voor insecten en vogels en wat al niet meer.