Als de opgepotte boompjes een jaar of
twee ongestoord in hun pot hebben kunnen groeien, komt het moment,
waarop verpotten nodig wordt. Het beste moment daarvoor is het vroege
voorjaar, wanneer de nieuwe knoppen nét zichtbaar zijn. (Bij een
larix kan het niet later!) Omdat de boom in de weken na het uitbotten
van de knoppen de grootste groeikracht ontwikkelt, kan hij de grote
operatie van verpotten of wortelsnoei beter te boven komen.
Of verpotten nodig is, kan je zien aan
de hoeveelheid wortels, die uit het gat onder de pot uit komen
piepen.
![]() |
| voorbeeldboompje: meelbes |
Dat kan soms al een hele kluitje zijn. Hoog tijd voor een
nieuwe pot, die (iets) groter mag zijn.
Dit verpotten vindt bij jonge boompjes
zo om de twee jaar plaats, behalve bij zeer snelle groeiers, zoals
wilgen. Bij wat oudere bomen in pot, die niet zo hard meer groeien,
kan je om de drie jaar verpotten. Probeer met onbemeste grond te
werken, anders krijgen je boompjes een groeispurt met grotere
internodiën en groter blad. Boompjes in pot willen wel een
bescheiden bemesting: een theelepeltje gedroogde koemest in het
voorjaar is vaak al voldoende of een paar van die langzaam mest
afgevende gele korreltjes (osmocote met laag stikstofgehalte).
En nu het verpotten. Gebruik een bot mes, dat je voorzichtig rondom langs de binnenkant van de pot beweegt om de kluit uit de pot te krijgen, als dat moeilijk blijkt te gaan.
Je kunt je boompje natuurlijk ook gewoon met zijn volledige kluit in een grotere pot plaatsen. Als hij je nog te klein is bij voorbeeld. Dan plaag je hem zo min mogelijk. Ook géén of nauwelijks wortelsnoei: zéker als een boom al in blad staat!
Maar als we de pot beperkt willen
houden, vooral ook bij grotere boompjes, zullen we het wortelgestel
moeten bijsnoeien, waardoor de vorming van nieuwe haarwortels én de
groei van nieuwe kleine blaadjes wordt gestimuleerd.
De wortelkluit willen we hier met een derde
reduceren. Daartoe gaan we ze eerst een beetje uitkammen / ontwarren
met iets met een bot uiteinde om de wortels niet te beschadigen. De
achterkant van een pollepel bij voorbeeld. We zien dan hoe de wortels
lopen en we kunnen beter zien welke wortels we doorknippen. Door de
wortelsnoei zal het boompje weer beter gaan groeien, zonder al te
groot blad te maken.
![]() |
| dit restje ook nog even doorknippen |
N.B. Wanneer een wortelkluit zó dicht
en vervilt is, dat ontwarren geen optie meer is, bij wilgen bij voorbeeld, kun je een harde methode toepassen: je snijdt met een
scherp mes een derde van de wortelkluit af .
![]() |
| wortelkluit van een wilg |
Een scherf onder in de pot is goed,
maar beter is een gaasje. De wortels zullen wat beter in de pot
blijven. Bij het voorbeeld-boompje, een meelbes (jaren geleden als zaailing
meegenomen uit Zuid-Frankrijk), is een goede drainage belangrijk,
vandaar een laagje kiezelsteentjes onderin. De meelbes wil veel grof
zand / split in de grond, en daar hebben we in voorzien.
Je kunt altijd op internet opzoeken,
welke grondsoort je boompje wil, en daar je grondmengsel zo mogelijk bij
aanpassen.
Het boompje wordt opgepot, we kloppen
en schudden het potje voorzichtig, zodat de aarde tussen de
worteltjes komt. Daarna water geven en de eerste tijd in de schaduw
zetten, zodat de plant zich herstelt. Bomen in pot altijd beschermen
tegen felle zon! Een pot droogt gauw uit.















