Posts tonen met het label Verpotten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Verpotten. Alle posts tonen

maandag 28 april 2014

Boom in pot (2) : verpotten en wortelsnoei.


Als de opgepotte boompjes een jaar of twee ongestoord in hun pot hebben kunnen groeien, komt het moment, waarop verpotten nodig wordt. Het beste moment daarvoor is het vroege voorjaar, wanneer de nieuwe knoppen nét zichtbaar zijn. (Bij een larix kan het niet later!) Omdat de boom in de weken na het uitbotten van de knoppen de grootste groeikracht ontwikkelt, kan hij de grote operatie van verpotten of wortelsnoei beter te boven komen.
Of verpotten nodig is, kan je zien aan de hoeveelheid wortels, die uit het gat onder de pot uit komen piepen. 

voorbeeldboompje: meelbes
 Dat kan soms al een hele kluitje zijn. Hoog tijd voor een nieuwe pot, die (iets) groter mag zijn.
Dit verpotten vindt bij jonge boompjes zo om de twee jaar plaats, behalve bij zeer snelle groeiers, zoals wilgen. Bij wat oudere bomen in pot, die niet zo hard meer groeien, kan je om de drie jaar verpotten. Probeer met onbemeste grond te werken, anders krijgen je boompjes een groeispurt met grotere internodiën en groter blad. Boompjes in pot willen wel een bescheiden bemesting: een theelepeltje gedroogde koemest in het voorjaar is vaak al voldoende of een paar van die langzaam mest afgevende gele korreltjes (osmocote met laag stikstofgehalte).
En nu het verpotten. Gebruik een bot mes, dat je voorzichtig rondom langs de binnenkant van de pot beweegt om de kluit uit de pot te krijgen, als dat moeilijk blijkt te gaan.


Je kunt je boompje natuurlijk ook gewoon met zijn volledige kluit in een grotere pot plaatsen. Als hij je nog te klein is bij voorbeeld. Dan plaag je hem zo min mogelijk. Ook géén of nauwelijks wortelsnoei: zéker als een boom al in blad staat!

Maar als we de pot beperkt willen houden, vooral ook bij grotere boompjes, zullen we het wortelgestel moeten bijsnoeien, waardoor de vorming van nieuwe haarwortels én de groei van nieuwe kleine blaadjes wordt gestimuleerd.
De wortelkluit willen we hier met een derde reduceren. Daartoe gaan we ze eerst een beetje uitkammen / ontwarren met iets met een bot uiteinde om de wortels niet te beschadigen. De achterkant van een pollepel bij voorbeeld. We zien dan hoe de wortels lopen en we kunnen beter zien welke wortels we doorknippen. Door de wortelsnoei zal het boompje weer beter gaan groeien, zonder al te groot blad te maken.




dit restje ook nog even doorknippen
 N.B. Wanneer een wortelkluit zó dicht en vervilt is, dat ontwarren geen optie meer is, bij wilgen bij voorbeeld, kun je een harde methode toepassen: je snijdt met een scherp mes een derde van de wortelkluit af . 

wortelkluit van een wilg
Een scherf onder in de pot is goed, maar beter is een gaasje. De wortels zullen wat beter in de pot blijven. Bij het voorbeeld-boompje, een meelbes (jaren geleden als zaailing meegenomen uit Zuid-Frankrijk), is een goede drainage belangrijk, vandaar een laagje kiezelsteentjes onderin. De meelbes wil veel grof zand / split in de grond, en daar hebben we in voorzien. 




Je kunt altijd op internet opzoeken, welke grondsoort  je boompje wil, en daar je grondmengsel zo mogelijk bij aanpassen.





Het boompje wordt opgepot, we kloppen en schudden het potje voorzichtig, zodat de aarde tussen de worteltjes komt. Daarna water geven en de eerste tijd in de schaduw zetten, zodat de plant zich herstelt. Bomen in pot altijd beschermen tegen felle zon! Een pot droogt gauw uit.



In een derde en laatste aflevering van "Boom in pot" vertel ik iets over snoeien, een nieuwe top maken en winterberging.

woensdag 21 maart 2012

Grinden, gronden, zanden: verpotten.

Eens in de drie jaar ga ik, vlak vóór de knoppen zwellen, mijn "boompjes in pot" nieuwe grond geven. Weinige van die boompjes mogen de naam "bonsai" dragen, de meeste zijn potentiële bonsai's, potensai's dus. Een aantal kuipplanten en kamerplanten worden in dit verpottingsgebeuren meegenomen.
Voor deze operatie wordt de serre volledig met plastic afgedekt en alle grinden, gronden, zanden, enz. naar binnen gehaald.
De echtgenoot, die zich meestal graag met een boek in de serre terugtrekt, zoekt een goed heenkomen en ik ga aan de slag. Acht dagen duurde deze klus dit jaar en dan heb ik rond de 90 planten verpot.
Elk boompje wordt goed nagekeken; de wortels wat losser gehaald (met de achterkant van een oude pollepel) en iets ingekort met een schaar. Snoeien doe ik nu meestal niet, de plant krijgt zó al stress genoeg.
De (nieuwe) pot heeft altijd een afwateringsgat waar een potscherf of een stukje horregaas op wordt gelegd. Daarop een centimeterdik laagje grind voor een betere drainage.
We gaan uit van gewone potgrond, die neutraal tot lichtzuur is. Zuurminnende planten krijgen wat extra (tuin)turf; kalkminnaars een handje maërl (natuurlijke zeewierkalk = een langzaam werkende kalksoort). In de meeste gevallen meng ik één deel potgrond met één deel (voeg)split - korrelgrootte 1 - 3 mm -, dat goed afwatert en zorgt voor een betere beworteling. Grof, scherp zand kan eventueel het split vervangen.
Potgrond is tegenwoordig voorzien van een lange termijn-mest, zodat de mest in eerste instantie achterwege gelaten kan worden.
Hoe weet je nu wat voor grondsoort je boompje, kuipplant of kamerplant ambieert? Even googlen op  bijvoorbeeld "grondsoort malus" en je vindt die info wel.
En nu is de klus weer klaar en kunnen de boompjes in hun verse grond rustig gaan uitlopen. De serre is opgeruimd en de echtgenoot kan zijn plaats morgen weer innemen.