Dit
weekend was het in Nederland weer de nationale tuinvogeltelling. Een half
uur lang vogels turven. Dus
achter het raam zelf lekker warm naar de kleumende vogeltjes kijken
bij de voedselsilo.
En
ja hoor, van de groep ringmussen die zich meest luid kwetterend
ophoudt in de bosjes van onze tuin, was het grootste deel paraat.
Eigenlijk zijn ze niet te tellen, zó snel hippen ze heen en weer en
jagen ze elkaar weg tijdens het voedsel vergaren. Ik ben erg blij met
deze groep ringmussen, want ze staan wel op de rode lijst.
Verder
zit hier ook een groepje vinken, vergezeld van een aantal
groenlingen. De groenlingen zijn niet zo fel geel als in de zomer. En
kijk eens op de - achter het raam genomen - foto hieronder: de veertjes op
zijn kop waaien een beetje op in de ijzige oostenwind, zodat het
lijkt of hij een kuifje heeft.
Trouwens, de ringmussen (zie de eerste foto) hebben ook
alle veertjes opgezet, om maar zo goed mogelijk hun lijfje warm te
houden.
Op
de grond zoekt een roodborstje bescheiden naar voedsel, liefst als de
luidruchtige mussen en de ruziënde groep vinken even weg zijn. Het
echtpaar merel trekt zich niet zo veel van de andere vogels aan, ze
zoeken onverstoorbaar op de grond naar gevallen zaad.
Ik
zag maar twee koolmezen, de rest liet zich, evenals de pimpelmezen,
vandaag hier niet zien, ook niet op de mezenbollen. Ook het echtpaar
boomklever heb ik al een paar weken niet gezien.
De
brutale, maar hongerige bonte specht, die met geweld de mezenbollen
in het houdertje stuk hakt, heeft zich vandaag ook niet vertoond.
Ik
heb twee zaadsilo's, die elke dag volledig leeg worden gegeten. Er
wordt wel ontzettend geknoeid, alsof een deel van het kleine zaad
tweede keus is en eruit wordt gesmeten. Tweede keus voor de
grondscharrelaars, die natuurlijk meer risico lopen vanwege eventueel
de kou trotserende poezen.
Hieronder
nog even mijn telling tegenover het totaal in onze gemeente in
zuid-oost Friesland.



