Posts tonen met het label boom. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boom. Alle posts tonen

zaterdag 17 oktober 2015

Eiken en eikenstoven.


De mooiste eik is misschien wel een boom die volledig vrij en ongehinderd mag uitgroeien in het open veld. We troffen tijdens onze vakantie in het gebied noordelijk van de Paardenslenkte (Hezingen), net over de grens met Duitsland, een aantal zeer mooie zomereiken aan.
De onderste takken beginnen al zeer laag aan de stam en krijgen door de optimale lichtinval de gelegenheid zich goed te ontwikkelen.


De meeste eiken, die je tegenkomt, zijn zomereiken (Quercus robur). Je herkent ze aan de steelloze bladeren , maar de eikels zitten wél op een steeltje. Bij de zeldzamere wintereiken (Quercus patrea) is het net andersom. Er zijn trouwens bastaarden, die qua kenmerken tussen beide soorten in zitten.


In een bos zie je zulke majestueuze eiken niet. Daar moeten de bomen concurreren met de buren, waardoor de onderste takken afsterven.
Vroeger, toen de eikenhoutbehoefte groter was (houtskoolproduktie, looizuur voor de leerlooierijen, bouwhout) werden eiken regelmatig terug gekapt (eikenhakhout). Deze bomen liepen dan vanuit de rand van de stobben en vanuit het wortelgestel weer uit. 



Zo ontstonden hele groepen eiken, die vanuit éénzelfde wortelpartij groeiden: de z.g. eikenstoven. De middellijn kan wel 10 tot 35 meter zijn; dan zijn deze stoven soms wel honderden jaren oud. Door DNA onderzoek van de afzonderlijke "bomen" kon men vaststellen dat deze allen tot dezelfde wortelpartij behoorden.


Plaatsen, waar deze oude stoven zijn gevonden zijn uiteraard zeer interessant voor bos- en bodemonderzoekers. Een zeer interessant stuk hierover (Eikenerfgoed in Nederland en Vlaanderen; eikenstoven in verleden, heden en toekomst) kun je hier downloaden.

Een merkwaardige, geknotte eik troffen we aan in een weiland ten zuidoosten van Vasse (Overijssel). Gezien de stamdikte is het een ouder exemplaar, dat men waarschijnlijk geknot heeft om hem op deze plek te kunnen handhaven.

geknotte eik in weiland bij Vasse (Ov)
En zo kun je ook de eiken beschouwen, die langs vele wegen zijn aangeplant: keurig in rijen en tot hoog op de stam van zijtakken ontdaan. 


Dat zijn eigenlijk zielige bomen, die, om ze te kunnen handhaven, in een keurslijf zijn gedwongen.

Zou dat in onze overgereguleerde maatschappij misschien ook voor ons mensen gelden?

( Over de eik schreef ik eerder hier)

woensdag 30 april 2014

Boom in pot (3, slot) : snoeien, een nieuwe top maken, winterberging.


De boom in pot zal na oppotten en verpotten na zo'n twee, drie jaar ook wat bovengrondse snoei nodig hebben om een beetje klein te blijven. We willen graag dat onze boom in pot in de loop der jaren toch wel iets op een boom gaat lijken en niet een slordig groeiend struikachtig geheel blijft.
Ik heb al eerder gezegd dat ik hier geen instant cursus Bonsai maken geef. Dat is een discipline en een kunst op zich. Maar met behulp van wat eenvoudige, aan de bonsaikunst ontleende technieken, kun je toch een aardig resultaat bereiken. Na jaren: ja dat wel - de beuk hierboven is minstens 20 jaar oud en vanaf zaailing opgekweekt.
De snoei, die we hier toepassen, lijkt meer op het knabbelen van een dier aan de takjes van een boom, waardoor deze klein blijft en kleinere blaadjes ontwikkelt. Wij spelen gewoon voor schaap maar we kijken wel iets beter wat we doen.
Zelf ben ik dus van de wat lossere vormgeving, dus pas ik geen al te rigoureuze styling toe, maar een vrij lichte snoei. En let op: zijtakjes altijd terugsnoeien tot op een naar buiten gericht oog. Tussendoor hiervan nog even een voorbeeld bij een els:


Ik ga nu verder met een ongeveer vijfjarig beukje. We hebben hier voor het huis op gemeenteterrein een reusachtige rode beukenboom staan, die regelmatig zaailingen produceert. Uiteraard kon ik het niet laten een aantal ervan op te potten. Beuken in pot kunnen heel mooi worden.

Om deze beuk goed te begeleiden, is al wel een lichte snoeibeurt gewenst. Bij het snoeien van bomen in pot is het goed altijd even bij Google te kijken hoe de kroon van een volwassen boom er uit ziet. We zien dan vrij laag op de stam grote brede takken en een grote, koepelvormige kroon.

Bij de snoei houden we die vorm in gedachten.

Zie, hoe ik het beukje nu verder ga aanpakken. Een ander zal andere keuzes maken. 

bij / snoeien
Omdat de meeste groeikracht van een boom naar de top gaat, is het wenselijk vrij geregeld te toppen, zodat de boom ook op andere plaatsen vertakt en wat dichter wordt. Goed uitkijken, want anders krijg je misvormde boompjes.
Bij deze beuk top ik en maak van een zijtakje een nieuwe top met een stukje verkoperd aluminiumdraad (of ander geplastificeerd draad), dat ik vanaf de stam losjes om het zijtakje dat de nieuwe top gaat worden draai, waarna het takje voorzichtig in de richting van een nieuwe top wordt gebogen. Na een halfjaar moet dat draad er voorzichtig af anders groeit het in het hout.






beukje met nieuwe top
Deze techniek, om van een zijtak een nieuwe top te maken, kun je ook toepassen, als de storm een top van een boom in de tuin heeft geamputeerd.

Met het snoeien is het soms trial en error, een boom doet niet altijd wat je dacht. Het maakt het leuk en leerzaam.

Bomen in pot zijn, wanneer het in deze streken voorkomende soorten zijn, behoorlijk winterhard. Maar de wortelkluiten zijn kwetsbaar. Ik graaf in oktober alle potjes tot de rand in in een grote zandbak. Ze komen zo vrijwel moeiteloos zonder extra zorgen door de winter heen. In maart kijk ik wat verpot moet worden. Snoei van takken vindt dan zonodig ook plaats ( behalve berk, esdoorn en druif - die moeten voorin de winter of in de zomer, anders gaan ze bloeden).

winterberging: ingraven


In mijn vakantie gaan alle boompjes weer in de zandbak, en plaats ik een sproeier op een tijdklok. 10 minuten sproeien in de avond is al voldoende. 

Wanneer je gegrepen wordt door het boom-in-pot-gebeuren en wil je écht gaan bonsaien: er is veel informatie op internet en er bestaat een Bonsaivereniging.
Maar ook op een lossere manier kan je veel plezier beleven van het kweken van een boom in pot.



maandag 28 april 2014

Boom in pot (2) : verpotten en wortelsnoei.


Als de opgepotte boompjes een jaar of twee ongestoord in hun pot hebben kunnen groeien, komt het moment, waarop verpotten nodig wordt. Het beste moment daarvoor is het vroege voorjaar, wanneer de nieuwe knoppen nét zichtbaar zijn. (Bij een larix kan het niet later!) Omdat de boom in de weken na het uitbotten van de knoppen de grootste groeikracht ontwikkelt, kan hij de grote operatie van verpotten of wortelsnoei beter te boven komen.
Of verpotten nodig is, kan je zien aan de hoeveelheid wortels, die uit het gat onder de pot uit komen piepen. 

voorbeeldboompje: meelbes
 Dat kan soms al een hele kluitje zijn. Hoog tijd voor een nieuwe pot, die (iets) groter mag zijn.
Dit verpotten vindt bij jonge boompjes zo om de twee jaar plaats, behalve bij zeer snelle groeiers, zoals wilgen. Bij wat oudere bomen in pot, die niet zo hard meer groeien, kan je om de drie jaar verpotten. Probeer met onbemeste grond te werken, anders krijgen je boompjes een groeispurt met grotere internodiën en groter blad. Boompjes in pot willen wel een bescheiden bemesting: een theelepeltje gedroogde koemest in het voorjaar is vaak al voldoende of een paar van die langzaam mest afgevende gele korreltjes (osmocote met laag stikstofgehalte).
En nu het verpotten. Gebruik een bot mes, dat je voorzichtig rondom langs de binnenkant van de pot beweegt om de kluit uit de pot te krijgen, als dat moeilijk blijkt te gaan.


Je kunt je boompje natuurlijk ook gewoon met zijn volledige kluit in een grotere pot plaatsen. Als hij je nog te klein is bij voorbeeld. Dan plaag je hem zo min mogelijk. Ook géén of nauwelijks wortelsnoei: zéker als een boom al in blad staat!

Maar als we de pot beperkt willen houden, vooral ook bij grotere boompjes, zullen we het wortelgestel moeten bijsnoeien, waardoor de vorming van nieuwe haarwortels én de groei van nieuwe kleine blaadjes wordt gestimuleerd.
De wortelkluit willen we hier met een derde reduceren. Daartoe gaan we ze eerst een beetje uitkammen / ontwarren met iets met een bot uiteinde om de wortels niet te beschadigen. De achterkant van een pollepel bij voorbeeld. We zien dan hoe de wortels lopen en we kunnen beter zien welke wortels we doorknippen. Door de wortelsnoei zal het boompje weer beter gaan groeien, zonder al te groot blad te maken.




dit restje ook nog even doorknippen
 N.B. Wanneer een wortelkluit zó dicht en vervilt is, dat ontwarren geen optie meer is, bij wilgen bij voorbeeld, kun je een harde methode toepassen: je snijdt met een scherp mes een derde van de wortelkluit af . 

wortelkluit van een wilg
Een scherf onder in de pot is goed, maar beter is een gaasje. De wortels zullen wat beter in de pot blijven. Bij het voorbeeld-boompje, een meelbes (jaren geleden als zaailing meegenomen uit Zuid-Frankrijk), is een goede drainage belangrijk, vandaar een laagje kiezelsteentjes onderin. De meelbes wil veel grof zand / split in de grond, en daar hebben we in voorzien. 




Je kunt altijd op internet opzoeken, welke grondsoort  je boompje wil, en daar je grondmengsel zo mogelijk bij aanpassen.





Het boompje wordt opgepot, we kloppen en schudden het potje voorzichtig, zodat de aarde tussen de worteltjes komt. Daarna water geven en de eerste tijd in de schaduw zetten, zodat de plant zich herstelt. Bomen in pot altijd beschermen tegen felle zon! Een pot droogt gauw uit.



In een derde en laatste aflevering van "Boom in pot" vertel ik iets over snoeien, een nieuwe top maken en winterberging.

zaterdag 26 april 2014

Boom in pot (1) : uitgraven en oppotten.


Eigenlijk is het onnatuurlijk, een boom in een pot te laten opgroeien, zoals hierboven een ongeveer 10-jarige larix. Een boom hoort de ruimte te krijgen in de volle grond op een geschikte plek.
Maar tóch worden bomen in een pot gehouden. Omdat men het leuk vindt of omdat men het als een kunst beschouwt. Kunst? Ja, en dan heet het “Bonsai”.

Bonsai betekent “boom in pot”, en de bedoeling ervan is om boompjes zodanig gezond in potten te laten opgroeien, dat ze qua vorm in miniatuur lijken op hun grote soortgenoten in het wild. Daartoe worden geraffineerde snoeitechnieken toegepast, waardoor het blad véél kleiner wordt en het wortelgestel beperkt blijft. Dat lijkt onnatuurlijk, maar ook in de natuur vinden we schitterende miniatuurbomen op arme grond of in spleten of stenige plekken waar het wortelgestel geen kant op kon en kroon en blad door wind, invriezen of vraat van dieren beperkt is gebleven.

Nu ga ik het hier niet hebben over de Bonsaikunst. Ik heb zelf in de jaren tachtig van de vorige eeuw een cursus Bonsai gevolgd. Daarvan heb ik veel geleerd over bomen en snoeien. Maar ik ben niet een echte designer en ook een beetje lui, zodat mijn boompjes in pot soms heel aardig zijn en een bonsai benaderen, maar vaker blijven steken in een voorstadium van een bonsai.


Desondanks is het heel leerzaam om een boom in pot te laten opgroeien met behulp van wat basistechnieken, ontleend aan de Bonsai. Je leert een boom heel goed kennen.
Het is bovendien een lange termijnproject, slow gardening en bij verhuizen kan de boom altijd met je mee.

Uitgangspunt is, dat je in beginsel nooit zó maar, zonder nadenken, jonge boompjes uitgraaft uit bos, veld of tuin. Strikt genomen is het verboden om iets weg te nemen vanaf de grond van een ander. Daarbij staat voor veel uitgegraven planten de dood te wachten: ze redden het niet.

Als je het tóch doet, is de meest geschikte tijd het moment, waarop het boompje nog niet in blad is gekomen en zo jong mogelijk is. Een zaailing dus of een één of tweejarig boompje. Zo ben ik met veel van mijn boompjes begonnen, óók de larix van de eerste foto.
In je eigen tuin komen boompjes op, maar ook langs of op paden in bos en veld of op bouwterreinen. Plekken, waar het boompje tóch niet zou kunnen opgroeien.
En er zijn natuurlijk noodsituaties: een terrein zal ontruimd worden en er staat een mooie plant....

Hieronder een kleine fotohandleiding hoe je met de grootste kans op succes te werk kan gaan bij het in pot zetten van een uitgegraven boompje (hieronder al in blad).

Rosa glauca uitgraven met spitvork
Het boompje wordt zo ruim en diep mogelijk uitgegraven, het liefst met een kluitje. Ik gebruik daarvoor een spitvork of penwortelsteker. 

beukenzaailing met penwortelsteker, mooi kluitje
Vaak lukt dat niet en houd je een een kale wortel over, zoals hier. Laat de wortel(s) nooit uitdrogen, leg de plant in de schaduw of wikkel ze in een natte doek of tissue.

rosa glauca met te kleine wortel: dus na oppotten takjes terugsnoeien
Een penwortel kan heel lang zijn, wat het oppotten moeilijk maakt. Die zou je kunnen terugsnoeien, maar let erop dat er vooral haarworteltjes overblijven, anders gaat de plant het niet redden.



Oppotten doe je in een normale, liefst onbemeste, pot- of tuingrond, wat grof zand erdoor mengen vergemakkelijkt de wortelvorming.




Als je het wortelgestel hebt ingekort moet je ook het boompje terugsnoeien, kroon en wortelgestel moeten in evenwicht zijn. Het boompje overleeft het beter als het wortelgestel minder bovengrondse plantendelen  hoeft te voeden.


Kijk goed hóe je terugsnoeit. Doe het met overleg. Het komt er vaak op neer dat je topt. Ben je dan je top kwijt? Ja, maar in een volgende blog leg ik uit, hoe je later een nieuwe top kunt maken.


Bij snoeien van takjes, snoei je altijd terug op een naar buiten wijzende knop (oog). Dat geldt eigenlijk altijd bij snoeien. Je krijgt anders lelijk naar binnen wijzende takken. 


Bij bomen in pot wil je de tussenruimtes tussen de plekken, waar de takjes en de bladeren ontspringen zo klein mogelijk hebben: zo klein mogelijke internodiën dus. Ook wil je het blad wat kleiner hebben. Dat bereik je door het door de pot beperkte wortelgestel, het geregeld bijsnoeien van de kroon en door nooit te veel te bemesten.

 
Tenslotte worden de opgepotte boompjes begoten en in de schaduw gezet, zodat ze niet uitdrogen. In de zon hebben de eerste tijd ze geen schijn van kans! Zelfs goedgewortelde bomen in vrij kleine potten lopen in de volle zon risico om uit te drogen, ik houd ze in halfschaduw en check de grond in voorjaar / zomer dagelijks.

   
De gemakkelijkste boompjes zijn wilgen en elzen. Deze kunnen namelijk altijd in een bak met water staan. Daar kunnen ze heel goed tegen. Het betekent dat je er gemakkelijk een paar weekjes bij weg kunt gaan.

Hoe groter de boom in zijn natuurlijke staat en hoe groter het blad ( paardenkastanje, gewone esdoorn, noorse esdoorn), hoe moeilijker om het een beetje attractief in een pot te houden.
Kleinbladige soorten lenen zich er beter toe.
Favorieten bij mij zijn: japanse esdoornsoorten, larixen (gaan heel snel), beuken (gaan ook snel en worden prachtig).

Hoe nu verder met het boompje? Zie: volgende blog: verpotten en wortelsnoei. En tenslotte nog: snoeien, een nieuwe top maken en winterberging.


vrijdag 15 november 2013

De Metasequoia: een herontdekte fossiele boom.


In onze tuin hebben we twee Metasequoia's. De Metasequoia glyptostroboides ofwel watercypres is  een bomensoort, waarvan men tot de jaren veertig van de vorige eeuw nog dacht, dat hij al lang was uitgestorven. Hij was alleen als fossiel bekend. Tót een houtvester in een afgelegen streek in Zuid China drie exemplaren van een bijzondere, bladverliezende naaldboom vond: na onderzoek bleek dat de Metasequoia te zijn. Bij een expeditie in 1945 bleken er in dit gebied nog meer van deze bomen te zijn.
De sindsdien in de handel zijnde Metasequoia's zijn allen ontstaan uit zaad van deze bomen.

De boom behorende tot de cypresfamilie en heeft zeer spannende en bekende familieleden: de Redwoods uit Californië en Oregon, de reuzensequoia's of mammoetbomen en de moerascypres
(Taxodium).

De Metasequoia is absoluut niet geschikt voor een kleine tuin, hij kan in vrij korte tijd behoorlijk hoog worden – uiteindelijk wel 25 meter – en ook breed. Een mooie boom heeft vochthoudende grond nodig, vormt een prachtige piramidevormige kroon met zachte, heldergroene naaldjes op takjes, die schitterend verkleuren in de herfst en daarna met de takjes worden afgeworpen.


Ook in de zomer is de boom nooit echt massief, er blijft een zekere transparantie in de kroon.


Zowel door zijn voorgeschiedenis als door zijn uiterlijk koester ik al heel lang grote sympathie voor deze boom. Vrij snel nadat we hier 17 jaar geleden zijn komen wonen hebben we aan de noordzijde van het huis een jonge metasequoia aangeplant, die nu al naar de tien meter neigt.
Zeven jaar geleden viel aan de westkant van het huis tijdens een storm een grote spar om, die door de brandweer moest worden omgezaagd omdat hij het huis bedreigde. Hiervoor in de plaats is ook weer een Metasequoia gekomen, mede door zijn transparantie. Deze is inmiddels al even groot als de oudere.
Omdat wij een veenpakket als ondergrond hebben, is de grond voldoende vochthoudend voor deze bomen.

Het is aardig hoe de vorm van een boom uiteindelijk toch bepaald gaat worden door invloeden van buiten. De boom aan de noordkant valt op door de schitterende, stoere, doorleefde stam met dikke aderen. 


De vorm van de kroon is niet mooi conisch: de top van de boom is afgestorven tijdens de strenge vorst met extreme sneeuwval begin maart 2005. De onderste takken zijn daardoor breder geworden en het lijkt of de stam zijn kracht niet kwijt kon en daardoor die stoere basis ontwikkelde.
Maar een boom zal altijd proberen een nieuwe top aan te maken en als je goed kijkt naar de onderstaande foto zie je dat ook gebeuren, er zijn concurrerende toppen, maar één lijkt het te gaan winnen. De boom kan nu weer de hoogte in.



De boom aan de westkant, op de foto hieronder, staat wat beschutter, houdt langer de herfstkleur en heeft een prachtige vorm. De groei zit meer in de hoogte dan in de breedte en dat komt wel goed uit.


De bomen zitten nog schaars in wat mooi gekleurd gebladerte, maar gaan weldra uitgekleed in winterrust.
Al hebben de meeste mensen geen mogelijkheid deze boom een plek te geven: de laatste jaren hebben veel gemeenten ze aangeplant. Je kunt ze dus tegenkomen en zo tóch genieten van de aanblik van deze bijzondere boom, door het hele jaar heen.