Posts tonen met het label kruipwilg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kruipwilg. Alle posts tonen
zaterdag 5 mei 2012
De wilg: bomenkalender nr.5.
De wilg (Salix) is de boom die op de Keltische bomenkalender aan de huidige periode ( 15 april - 12 mei) is gekoppeld.
Deze boom komt op het noordelijke halfrond veel voor langs sloten, plassen en rivieren: hij houdt van veel licht en is een echte nathals. Er zijn meer dan 400 soorten die vaak moeilijk te determineren zijn omdat ze onderling mengen, kruisen en klonen.
Wilgen bloeien in het vroege voorjaar met de bekende katjes, die meestal verschijnen vóór of tegelijk met het nieuwe blad. De mannelijke en de vrouwelijke bomen dragen elk hun eigen katjes; de mannelijke zijn meestal het mooist.
Opvallende elementen in het landschap vormen de knotwilgen. Ze worden ook wel in tuinen toegepast naast natuurlijk ogende vijvers. Een flinke polsdikke wilgentak- dat zal meestal van de Salix alba, de schietwilg, zijn - in de grond steken en als hij aan de groei is op twee meter hoogte afzagen. Dan om de vier jaar de takken terugsnoeien zodat een knot ontstaat. Liever niet vaker want dan put je de boom te veel uit (zie de reactie van Bart hieronder). Als je dat knotten met een beetje gevoel doet, krijg je een mooie inheemse boom met fraaie uitlopers en fijne blaadjes die kan concurreren met de in Zuid-Europa uitgegraven en hier geïmporteerde (prijzige) olijfbomen die ineens zo in de mode zijn om in onze tuinen het zo gewenste mediterrane sfeertje te creëren.
In tegenstelling tot de olijf kan de wilg wel tegen flinke vorst.
De bovenstaande prachtige knotwilg kwamen we overigens een aantal jaren in Zuid-Limburg tegen.
In onze streken kennen we ook de grote treurwilgen langs vijvers in parken. Aan onze voorzijde kijken wij uit op een grote gemeentevijver waarlangs een aantal prachtige treurwilgen staan (zie bovenaan deze blog).
De kronkelwilgen kennen we van de kronkelige takken die we met Pasen in huis halen; ook deze takken lopen uit wanneer je ze in de grond zet.
Wat ik boeiend vind om te weten, is dat een wilgenbosje dat uit verschillende exemplaren lijkt te bestaan, in wezen een groot aantal uitlopers vanuit één uitgebreid, ondergronds wortelgestel omvat. Het is dus één wilg met een groot aantal klonen.
Linksboven: Salix purpurea nana
Onder en rechtsboven (bovenste foto) een
Salix repens voorthuizen (of Iona)
Blaadjes van de Salix Purpurea
Voor kleinere tuinen of in potten zijn de laagblijvende, kleinbladige wilgen geschikt. Zoals de Salix purpurea nana met kleine lancetvormige blaadjes, die zelfs van een iets drogere grond houdt en de kruipwilg (Salix repens), die ronde blaadjes heeft en in het wild in duinvalleien voorkomt.
Als je ze in potten houdt kan je er in je vakantie gemakkelijk bij weg want je zet ze gewoon in grote bakken water.
Wilgentenen, het soepele snoeihout, werden en worden gebruikt voor vlechtwerk. manden en schermen. Je kunt door professionele vlechters zelf complete wilgentenen schuttingen op locatie laten vlechten.
Verder levert de wilgenbast salicyne, de basis van acetylsalicylzuur, onze asperine. Het kauwen op wilgenbast gold als pijnstillend en koortsremmend.
Nog een aardige toepassing om algenvorming in onze vijver tegen te gaan is het plaatsen van een bundel jonge wilgentakken in het water. Bij het vormen van wortels nemen ze het voedsel voor de algen weg.
En natuurlijk werd door de Kelten en de Germanen aan deze boom bepaalde beschermende krachten toegekend, maar er bestond ook een associatie met leven en de dood.
Labels:
bomenkalender,
boom,
Keltische bomenkalender,
kruipwilg,
Salix,
wilg
Abonneren op:
Posts (Atom)



