Posts tonen met het label teunisbloem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label teunisbloem. Alle posts tonen

zondag 19 oktober 2014

Bladrozetten van tweejarigen zijn er al.


In de tuin zie je al royaal de bladrozetten van tweejarige planten die volgend jaar in bloei zullen komen . Het afgelopen jaar hebben ze vanaf zaad en kiemplant geïnvesteerd in het vormen van een krachtig bladrozet met stevige worteltjes om ongeschonden de winter te overleven. Zoals hierboven de kaardebol (Dipsacus fullonum), tussen het muurtje en de traptreden, iets verder van de plaats waar hij vorig jaar bloeide. Niet zo'n handige plek voor ons, maar wel voor hem, want het is er warm en zonnig. We laten hem uiteraard staan en we zien wel hoe we om hem heen gaan lopen. De plant is beschermd en daarom zeer welkom in onze tuin. Het bladrozet is goed te herkennen aan de scherpe stekels, die op het blad te zien en te voelen zijn. Alleen op het zeer jonge blad zijn ze nog niet aanwezig.

stekels op blad kaardebol
In het grind aan de zuidkant van het huis, ook warm en zonnig, vond ik een bladrozet waarvan ik dacht dat het mottenkruid zou zijn.  Omdat daar elk jaar veel mottenkruid staat.

geen mottenkruid, want haartjes
 
haartjes, zelfs kleine stekels, anders dan kaardebol

 Maar mottenkruid (Verbascum blattaria) vormt zachte, haarloze blaadjes ( zie onder) en dit rozet was enigszins behaard, maar niet zo sterk als de kaardebol.
Een andersoortig toortsje? We zullen het volgend jaar zien.

zeer jong mottenkruid
Nog zo'n onbekende is het volgende bladrozet. Met googlen kom ik er niet uit. Afwachten maar weer.

mij onbekend bladrozet
Iedereen kent waarschijnlijk wel de rozetten van het vingerhoedskruid (Digitalis purpurea), en die zijn weer royaal aanwezig.

Digitalis purpurea
En tot mijn grote blijdschap ook weer de teunisbloem ( Oenothera biennis) die het afgelopen jaar  met een aantal exemplaren flink gebloeid heeft, ik zie zelfs nú nog een enkele bloem. Volgend jaar weer van de partij, ook weer op een tamelijk zonnig plekje, en meest in grond waar toch wat in gewoeld is. 

Gewone teunisbloem (Oenothera biennis)
En tot slot het rozet van de mooie overblijvende papaver (Papaver oriëntale), maar die doet bij de tweejarigen maar voor spek en bonen mee, want dat is gelukkig een jaarlijks terugkerende overblijvende plant. 
 
Papaver oriëntale
Deze plant lijkt na de bloei volledig af te sterven, maar dat is schijn, na de zomer verschijnen al weer het overwinterende blad. Net als bij de bovengenoemde planten een belofte voor het volgende jaar.


dinsdag 8 juli 2014

De gewone teunisbloem is toch zo bijzonder.


Toen ik in het vorige najaar een aantal rozetten van de gewone teunisbloem naast het paadje zag, was ik blij. Het betekende dat ik deze zomer weer bloeiende teunisbloemen zou hebben.
De gewone teunisbloem (Oenothera biennis) is tweejarig, in het eerste jaar vormt zich het rozet dicht bij de grond en in het tweede jaar strekt de plant zich uit tot zo'n anderhalve meter hoogte en komt in bloei. Er zijn ook kweekvormen, maar de meest aantrekkelijke blijft voor mij de wilde vorm, die overigens niet door iedereen als tuinplant wordt beschouwd... 


De teunisbloem, ook wel nachtkaars genoemd is een avondbloeier. Als de plant vanaf midden juni, begin juli in bloei gaat komen, zie je elke avond een aantal bloemen zich in korte tijd ontrollen; verscheidene per avond. Je kunt erbij gaan zitten en het proces observeren: een mooie ervaring. 



De subtiele vrij grote bloemen zijn zachtgeel en geuren delicaat. Ze trekken insecten aan, die in de avond vliegen. Overdag verleppen de bloemen snel en 's avonds voltrekt zich het hele proces weer.
Dit kan weken zo doorgaan, één plant kan honderden bloemen voortbrengen.


De teunisbloem kan soms manshoog worden, houdt van zon en zaait zich vooral uit in verstoorde, braakliggende grond. Je ziet ze veel in zonnige bermen, op braakliggende landjes en langs de zonkant van mijn smalle paadje in de tuin, waar ik wel eens een of ander plantje uittrek om het pad vrij te houden.
De plant komt oorspronkelijk uit Noord Amerika, in de 17e eeuw is hij naar Europa gebracht om in een botanische tuin in Italië te worden opgekweekt. Men gebruikt(e) hem voor de medicinale eigenschappen, de plant is eetbaar. Daar is elders veel over te vinden, maar wat ik het leukst vond om te onthouden was een verhaal over de oorsprong van de officiële naam Oenothera biennis.
Oeno is afgeleid van een Grieks woord, dat wijn betekent. De wortels van de plant werden bereid als een soort borrelhapje bij de wijn, dat de smullers zou aanzetten tot het drinken van nog meer wijn. De drinkers werden er vrolijk van en "de dieren mak".
Dat herken ik trouwens wel, dat op heerlijke zomeravonden een lekker hapje je aan kan zetten tot het drinken van nog meer wijn...