Het slakkenhuisje hierboven zal helemaal verpulveren en opgenomen worden in de grond, waar de kalk zal vrijkomen om de planten van dienst te zijn.
Vrijwel alle kalk die we voor land- en tuinbouw gebruiken is afkomstig van de kalkskeletjes van meestal zeediertjes, die zich gedurende miljoenen jaren in dikke lagen hebben opgestapeld op de bodem van de zee. Later zijn sommige zeeën drooggevallen en de bodems opgeheven door plooiing van de aardkorst. En wij winnen de kalk dan nu weer via afgravingen en gebruiken het als grondverbeteraar of als grondstof voor cement.
Kalk verbetert de structuur van de grond doordat het de ontwikkeling van bacteriën en schimmels stimuleert. En dat leidt er weer toe dat de organische stoffen in de aanwezige humus sneller worden omgezet in mineralen die de plant kan opnemen.
Bekalking maakt dus plantenvoeding vrij uit de grond.
Te veel en te vaak kalk geven verarmt de grond; mergelt de grond uit. Vandaar het gezegde: het maakt de vader rijk en de zoon arm.
In onze tuin gebruiken we kalk met mate. Alleen op zure grond (veen) en bij planten die van een extra handje kalk houden. Maerl is een fossiele zeealgenkalk die langzaam werkt: als je goed kijkt kan je soms de skeletjes in het spul onderscheiden.
Je kunt kalk geven eind januari / begin februari. Minstens een maand later kan je dan - zonodig - wat organische mest geven. De kalk moet dan opgelost zijn. Dat is dit jaar niet gelukt want het heeft nauwelijks geregend. Tja... dan maar naar bevind van zaken handelen.
En dit hele verhaal dus naar aanleiding van dat slakkenhuisje, dat hiermee model staat voor de kringloop van het leven.
