Ruim een jaar na
aanleg wil ik hier mijn sleutelgattuintje weer laten zien.
Over de aanleg en de
principes van dit bijzondere permacultuurtuintje lees je hier. De
ontwikkeling daarna zie je hier (juni) en hier (september).
In het vorige najaar
had ik mijn eigen compost over het tuintje uitgespreid en in februari
bracht ik een mulchlaag aan van houtsnippers. Dit is nodig, alleen al
om uitdroging te voorkomen, omdat de plek op het zuiden in de volle
zon ligt. Op deze manier droogt de grond zelden uit. Na het zeer
droge voorjaar krijgt het geheel wel eens een paar gieters water,
maar eerst voel ik met mijn vinger of de zeer rulle, mooie zwarte
grond te droog is.
Het is gebleken een
zeer onderhoudsarm tuintje te zijn, dat er ook nog eens aardig
uitziet.
Wat je nu ziet,
stond er al voor de winter. Slechts de twee kruipende arctische
braambesplantjes, de slechts 10 tot 20 cm hoge Rubus arctica, zijn
bijgeplant.
(foto hieronder dateert van april)
Deze dwergbraampjes hebben royaal gebloeid en ik zal bijhouden hoe de vruchtjes zich gaan ontwikkelen.
Ik was erg benieuwd
of de Crambe maritima, een vaste koolplant, die langs de zeekant
leeft tussen de basaltblokken, weer tevoorschijn zou komen. Hij kan
op zonnige plekken in een tuin groeien, heeft de ruimte nodig,
wortelt zeer diep en kan prachtig bloeien. De plant is zout en
droogte-tolerant en het jonge blad is eetbaar. Maar bij zo’n
bijzondere plant ga ik natuurlijk niet het mooie jonge blad al
opeten. Ik heb hem daarentegen verwend door een keer wat zout water
rond de plant te sprenkelen en hem wat zeewierkalk te geven. Op de foto hieronder is hij net de grond uit: een maandje geleden:
In het tuintje zie
je nog een aantal overgebleven snijbietplanten: die zijn ook al zo
mooi met de rode stengels. Haast te mooi om op te eten.
Links achter het
tuintje staat een flinke salieplant, links van het midden een pol
citroenmelisse, die ik wellicht toch in een pot ga zetten, want deze
kan flink uitstoelen. Rechts naast het “compostvat” heb ik twee
zaailingen van de Oost-indische kers ontdekt. Daarachter staat een
rijtje bieslook, dat weer mooi is opgekomen.
Rechts voor staan
drie groenlofplanten, die ik in de zomer van het vorige jaar had
gezaaid. Het is de Grumolo Verde, die zonder bescherming zeer goed
door de winter is gekomen.
Deze licht bittere groente heb ik
gisteren geoogst, zachtjes gesmoord met “spekjes” van de
Vegetarische Slager en lekker opgegeten.
Ik blijf deze Grumolo Verde
op mijn groentenlijstje houden.
Eén plant heb ik
laten staan, die mag doorschieten omdat hij heel mooi schijnt te gaan
bloeien.
En helemaal
achteraan komen mijn gewijde topimamboerknollen op. Gewijd? Zo mag je
het noemen: een vriend van ons heeft deze vorige herfst gekregen van een
tuinbeherende monnik van de Abdij van Egmond en ik mocht ze hier in
de grond stoppen.
Je ziet er zonder
twijfel aan dat ze gewijd zijn ;-) - kruisvorm en de drie eenheid -
en ze komen dan ook veel krachtiger op dan de armetierige knolletjes,
die ik daar zelf eerder had.








