Posts tonen met het label topimamboer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label topimamboer. Alle posts tonen

zondag 14 mei 2017

Keyhole-garden: mijn mini moestuintje na een jaar.


Ruim een jaar na aanleg wil ik hier mijn sleutelgattuintje weer laten zien.
Over de aanleg en de principes van dit bijzondere permacultuurtuintje lees je hier. De ontwikkeling daarna zie je hier (juni) en hier (september).

In het vorige najaar had ik mijn eigen compost over het tuintje uitgespreid en in februari bracht ik een mulchlaag aan van houtsnippers. Dit is nodig, alleen al om uitdroging te voorkomen, omdat de plek op het zuiden in de volle zon ligt. Op deze manier droogt de grond zelden uit. Na het zeer droge voorjaar krijgt het geheel wel eens een paar gieters water, maar eerst voel ik met mijn vinger of de zeer rulle, mooie zwarte grond te droog is.
Het is gebleken een zeer onderhoudsarm tuintje te zijn, dat er ook nog eens aardig uitziet.
Wat je nu ziet, stond er al voor de winter. Slechts de twee kruipende arctische braambesplantjes, de slechts 10 tot 20 cm hoge Rubus arctica, zijn bijgeplant. 
(foto hieronder dateert van april)


Deze dwergbraampjes hebben royaal gebloeid en ik zal bijhouden hoe de vruchtjes zich gaan ontwikkelen.


Ik was erg benieuwd of de Crambe maritima, een vaste koolplant, die langs de zeekant leeft tussen de basaltblokken, weer tevoorschijn zou komen. Hij kan op zonnige plekken in een tuin groeien, heeft de ruimte nodig, wortelt zeer diep en kan prachtig bloeien. De plant is zout en droogte-tolerant en het jonge blad is eetbaar. Maar bij zo’n bijzondere plant ga ik natuurlijk niet het mooie jonge blad al opeten. Ik heb hem daarentegen verwend door een keer wat zout water rond de plant te sprenkelen en hem wat zeewierkalk te geven. Op de foto hieronder is hij net de grond uit: een maandje geleden:


In het tuintje zie je nog een aantal overgebleven snijbietplanten: die zijn ook al zo mooi met de rode stengels. Haast te mooi om op te eten.


Links achter het tuintje staat een flinke salieplant, links van het midden een pol citroenmelisse, die ik wellicht toch in een pot ga zetten, want deze kan flink uitstoelen. Rechts naast het “compostvat” heb ik twee zaailingen van de Oost-indische kers ontdekt. Daarachter staat een rijtje bieslook, dat weer mooi is opgekomen.

Rechts voor staan drie groenlofplanten, die ik in de zomer van het vorige jaar had gezaaid. Het is de Grumolo Verde, die zonder bescherming zeer goed door de winter is gekomen. 


Deze licht bittere groente heb ik gisteren geoogst, zachtjes gesmoord met “spekjes” van de Vegetarische Slager en lekker opgegeten. 


Ik blijf deze Grumolo Verde op mijn groentenlijstje houden.
Eén plant heb ik laten staan, die mag doorschieten omdat hij heel mooi schijnt te gaan bloeien.

En helemaal achteraan komen mijn gewijde topimamboerknollen op. Gewijd? Zo mag je het noemen: een vriend van ons heeft deze vorige herfst gekregen van een tuinbeherende monnik van de Abdij van Egmond en ik mocht ze hier in de grond stoppen.



Je ziet er zonder twijfel aan dat ze gewijd zijn ;-) - kruisvorm en de drie eenheid - en ze komen dan ook veel krachtiger op dan de armetierige knolletjes, die ik daar zelf eerder had.


zondag 29 september 2013

Dat gouden licht.


Deze zonnige dagen van eind september / begin oktober worden gekenmerkt door dat bijzondere, gouden licht. Het zonlicht valt wat lager in, vormt lange schaduwen, waardoor het contrast groter wordt. Met de diepblauwe hemel erboven is het buiten een visueel feest.
Hierboven zie je de doodgewone goudsbloem, de Calendula officinalis, die bij ons aan de zuidkant van het huis staat, om zo veel mogelijk van de zon te profiteren.


In hetzelfde zuidelijke tuintje staat ook de haast manshoge topimamboer, de Helianthus tuberosus, een knolvormende zonnebloemvariëteit, die alleen in gunstige omstandigheden tegen de herfst pas gaat bloeien. Deze zomer was natuurlijk ideaal voor deze plant, die eetbare knollen heeft, die je na de eerste nachtvorst kunt oogsten.
Ik heb de knollen in het voorjaar van een vriend gekregen, en ik lees dat de plant behoorlijk kan gaan woekeren. Ik hou hem wel in bedwang, en ben benieuwd naar de smaak van de knollen.

Eigenlijk heb ik in de rest van de tuin geen knalgeel en geen knalrood. Op een enkele dissident na, die ik tolereer als accent. Hoewel ik toch erg van deze vrolijke kleuren hou, in schilderijen bijvoorbeeld, vind ik ze te opdringerig. Maar aan de zuidkant mag het en daar geniet ik er ook van.