donderdag 27 augustus 2015

Hoe gaat het in de super-permacultuur-bakken?


En hoe gaat het inmiddels in mijn speciale, het bodemleven stimulerende, permacultuurbakken, die ik eind april volgens de principes van de Hügelkultur aanlegde? (zie hier)
Welnu.... in de bodem kan ik natuurlijk niet kijken, maar ik kan niet zeggen dat ik op dít moment een overdonderend plantaardig leven bóven de bodem aantref.


Wel een ander slijmerig goed gedijend leven. 


En dat ook nog op mijn eeuwig moes, een hele oude koolsoort, en mijn boerenkoolplantjes.
Het wordt dit jaar dus niets.
Aanvankelijk leek het best aardig te gaan. Zie allereerste foto en hieronder.


Aanvankelijk heb ik nog wel een paar keer milieuvriendelijke eco-slakkenkorreltjes om de planten neergelegd. Maar eigenlijk wil ik dat niet, dus ik ben ermee gestopt.
De planten zouden in mijn super-permacultuurbakken zó sterk moeten worden dat de slakken voorbij zouden trekken op zoek naar een malser hapje. Genoeg te eten in onze tuin, zou je zeggen. 

zie je de boosdoener zitten?

Tja, de naaktslak heeft het deze keer alweer van mij gewonnen. De kool is van de slak.

Maar mijn super-permacultuur / Hügelkultur geinspireerde bakken moet zich natuurlijk nog even "zetten". Dat gaat niet in een paar maanden.
Mij past dus geduld.
De komende jaren: dán zul je eens wat zien.....

vrijdag 21 augustus 2015

Voorkeurskleuren in de tuin.


Aan het eind van augustus valt het me op dat planten, die bloeien in paarsrode tinten, overheersen in onze tuin. Er zijn accenten in lichtroze en wit en zo nu en dan een spikkeltje geel.
Dat heb ik natuurlijk zelf op mijn geweten, samen met de natuur, die de kattenstaart, de astilbes en de schildpadbloemen een flink handje helpen.
Kennelijk ren ik, als ik kwekerijen bezoek, sneller naar de paarsachtigen, de lichtroze en de witte bloemen.
Het moet natuurlijk niet saai worden in de tuin, zodat iets roods ( Persicaria amplexicaulis) en wat geels (St. Janskruid) en wat nabloeiende oranjegele schijnpapavertjes de harmonie wat ontregelen. Dat is zeer wenselijk.
Als vuistregel kun je hanteren, dat je met een kleuraccent in een complementaire kleur meestal wel goed zit ( geel is complementair met paars, blauw met oranje, rood met groen). Het is, dat ik dat rationeel weet, vanuit de schilderkunst, maar ik werk in de tuin toch voornamelijk intuïtief, terwijl ik me graag laat verrassen door grapjes van moeder natuur zelf.

kattenstaart, paarse astilbe en rechts de chelone
De schildpadbloem (Chelone obliqua) - zie hierboven - is hier net in bloei gekomen. Hoewel de plant zich best wel flink kan uitbreiden, blijft het een prachtige plant met heel aparte bloemen. Groot voordeel is, dat de plant nooit instort door stevige buien of wind. En, zo hebben we allemaal de laatste weken wel ervaren, dat is van een niet te onderschatten belang!
Het mengen van kattenstaart met de zeer lichtrose Persicaria ( wat is dat toch een mooie plant) samen met wat lichte scharnierbloem (Physostegia) geeft hele natuurlijke effecten:

kattenstaart, persicaria en rechtsboven scharnierbloem

zaterdag 15 augustus 2015

Ook planten houden van een douche.


Net als wij mensen in het warme weer, houden planten van een lauwe douche. Een aantal van mijn favoriete kamerplanten hebben dan ook een lekkere douche gekregen.
Buiten moesten ze het met een natuurlijke douche doen: stevige (onweers)buien trokken de afgelopen dagen voorbij. Deze buien brachten de temperatuur een aantal graden naar omlaag, maar het bleef broeierig.
vedergras na de regen
We kunnen niet al te kritisch zijn naar wat ons aan zomerweer toevalt, je kunt dit geen slechte zomer noemen. Het is wel een zomer van uitschieters, een aantal dagen aan de koele kant en dan weer uitschieters boven de 25 graden.
Het lichaam kan zich daar toch wat moeilijk op instellen. Zelf verdraag ik temperaturen tot 20 graden goed, maar mijn echtgenoot spreekt dan van "absoluut geen zomerse waarden". Boven de 25 graden leeft hij helemaal op en ontplooit een verbazende activiteit.

nat Sint Janskruid
Ikzelf val dan stil en zoek de koelste kamer in huis op om daar energieloos wat rond te hangen.
Toch kun je in de winter verlangen naar zon, warmte en die heerlijke zomerse plantenweelde.

druppels op blad pluimpapaver
Dan ben ik vergeten dat mijn lichaam de stevige warmte niet aankan, dat de stilte wel eens ver te zoeken is door praten, lachen, te harde muziek in de late avonduren. Waardoor je naar een andere kamer moet verkassen om daar te kunnen slapen. Het hoort er bij, als je binnen de bebouwde kom van een stad of dorp woont.
Maar als het dan zo zinderend warm is, diepblauwe lucht, doodstil - wat hou ik van de stilte - en ik loop loom door onze tuin met steeds weer nieuw in bloei komende planten, met zoemende insecten, vlinders... ja, dan ben ik een gelukkig mens.

maandag 10 augustus 2015

Kattenstaart: een miskende tuinplant.


De inheemse kattenstaart (Lythrum salicaria) behoort absoluut tot mijn favoriete, zomerbloeiende tuinplanten. Het is een plant, die van nature aan de oevers van sloten, vaarten en plassen voorkomt.
In de tuin houdt hij van zonnige, vochtige plaatsen, maar hij gedijt merkwaardigerwijs ook op veel minder vochtige plekken in zon en halfschaduw.

uitgezaaide kattenstaarten op wat drogere plekken
In onze tuin is hij vanzelf opgekomen naast de vijver, heeft zich nadien ook uitgezaaid op andere, wat drogere plekken. De plant is als tuinplant ten onrechte miskend.

oudste kattenstaart naast de vijver
Het is een overblijvende plant, die in juni al begint te bloeien met donker roze/purperen bloemen en de bloei gaat door tot in september. Kattenstaart kan na jaren uitgroeien tot een meter brede plant met verscheidene tot 1,50 à 1,70 m omhooggaande "staarten", die royaal bezocht worden door vlinders, bijen enz.
Zo'n volgroeide, volwassen kattenstaart is een schitterend vormelement in je tuin.
Naast de vijver vormt hij hier met de Persicaria amplexicaulis een mooie combinatie.

samen met Persicaria amplexicaulis

wilde kattenstaart
Bij kwekers kun je een aantal kweekvormen met kleurvariaties vinden. De mooiste vond ik laatst: de Lythrum salicaria 'Blush' , een rijkbloeiende lichtroze variëteit.

Lythrum salicaria 'Blush'
 

maandag 27 juli 2015

De wilde peen is best bijzonder.



Als ik kijk welke plant ik in de maand juli het meest gefotografeerd heb, is dat een enorme wilde peen, die in een grote, zonbeschenen bak is opgekomen. Wat een geweldig interessante plant met die grote bloemschermen, die zich zo leuk ontwikkelen.
De wilde peen, Daucus carota, heb ik altijd al willen hebben in de tuin. Dat was me nooit gelukt, want zure grond en schaduw zijn geen ideale omstandigheden voor deze plant. Hij is tweejarig, houdt van zon en matig voedselrijke, liefst wat kalkhoudende en niet te natte grond.


In een wild zaadmengseltje, dat ik uittestte in twee grote plantenbakken, heeft vorig jaar kennelijk zaad gezeten. Ik zag toen peenachtig loof verschijnen, dat wat aan de grijzige kant was. Ik kon pas met zekerheid vaststellen dat ik eindelijk de wilde peen had, toen de planten dit jaar aan het begin van juli gingen bloeien,. Het leuke van een (wilde) plant in een bak of pot bij je huis is, dat je de ontwikkeling zo goed kunt volgen.
In de éne bak is hij helemaal losgegaan: een enorme plant met vele, prachtige bloemschermen. In de andere bak was het grondmengsel kennelijk maar matig geschikt: daar is de plant spichtiger en maakt minder bloemschermen.
De wilde peen is een van de oervaders van onze gekweekte peen. Een kruising, met waarschijnlijk een ingevoerde Afghaanse variëteit, ten tijde van de Middeleeuwen heeft geleid tot onze oranje-rode, smakelijke en sappigere gekweekte peen, de D. carota subsp. sativus.

De wilde vorm wordt al sinds mensenheugenis ook medicinaal gebruikt, de wortels in het eerste jaar en de zaden. Er is ruim info voorhanden op internet. Je moet hem niet verwarren met andere, giftige schermbloemigen, die er op lijken. Als herkenning wordt vaak genoemd het middelste bloempje van het scherm; dat zou purperzwart zijn.



Het grappige is, dat bij de wat schralere plant in de ene bak deze zeer donkere middenbloempjes zeer duidelijk waarneembaar zijn. Bij de grotere plant moet je heel goed kijken en dan zie je bij sommige schermen een vaag, roodpaarsig middenbloempje.





De bloemschermen zijn trouwens, als ze heel pril en licht komvormig aan het ontluiken zijn, ook wat paarsig-wit. 


Later strekken de schermbloemen zich uit tot een witte platte schotel, die gaandeweg bolvormig wordt. Naarmate de bloei verder vordert en de zaden zich gaan vormen ontstaat een tegengestelde beweging: het scherm wordt weer komvormig en trekt zich samen, als was het een nestje. Alle vormen te samen zie je op de allereerste foto.



 Als je 's avonds goed kijkt, kun je bij de knoppen zelfs slaapbewegingen zien, ze buigen zich als het donker wordt.
De bloemschermen worden druk door allerlei insecten bezocht.


De combinatie met de Verbena bonariensis - die zich zelf had uitgezaaid in de plantenbak ernaast (zon en geschikte grond) nadat hij uit de tuin was verdwenen - blijkt schitterend. 


Als ik een wat groter en zonnig veldje had, zou ik ervoor zorgen, dat er elk jaar bloeibare wilde penen waren gecombineerd met de Verbena bonariensis.

donderdag 23 juli 2015

Teek in mijn vel.

ware grootte
Vanmorgen 8 uur:

"Er zit een teek in mijn knieholte!"
Slaapdronken echtgenoot: "Ik heb je gisterenavond nog helemaal gescand."
Hij kijkt: "Er zit niks hoor."
"Je hebt je bril niet eens op, er zit een zwart puntje met wat rood eromheen."
Bril op. "Ja, je hebt gelijk"

6x vergroot
 Half uurtje later:
"Kijk, ik heb een foto gemaakt; hij zit er met zijn kop in."
"Waar zit z'n kop?"
"Je hebt in al die jaren al 75 teken uit me gehaald, weet je nu nog niet waar z'n kop zit: van voren!"
"Op die foto zie ik het niet goed..."
"Achter de kop, vóór dat dikke achterlijfje, dáár moet je hem pakken met die tang"
"........"
Tekentang, loep erbij, alcohol + watje voor ontsmetting ná de operatie.


Rustig blijven, vertrouwen op de trekkracht van echtgenoot, níet kijken, géén commentaar geven.
"Ik heb hem."
"Zit er nog wat in? Ik zie nog een zwart stipje."
Echtgenoot poetst met alcohol:
"Niet meer dan één pootje zit er misschien nog in"

-----------------------------------

Overigens alle lof aan mijn echtgenoot, die altijd maar weer geduldig reageert op mijn melding "kijk, hier onder mijn vinger, is dat een teek?" en die inderdaad vanaf 1999 al zo'n 75 teken uit mij heeft getrokken!

Tenslotte: ik test een nieuw spulletje als stankbarrière tegen teken: Chi Eerste hulpbalsem "met 7 aromacomponenten". Ik smeer er voeten en benen mee in, de eerste indruk is dat teken mij walgend laten passeren. Maar voor een mens ben je dan aanvankelijk ook niet te genieten....
Ik zal na het seizoen mijn bevindingen melden.
N.B. Het helpt niet. Zie voor mijn laatste preventieopvatting mijn meest recente post.


vrijdag 17 juli 2015

De verborgen wildernis in mijn tuin (5)


Regelmatig wil ik delen van onze tuin laten zien, waarbij ik de beleving wil oproepen van een stukje wilde natuur. Dat is nu niet zo moeilijk, want de weelderige plantengroei van de hoogzomer leidt op veel plekken in de tuin tot een jungle-achtig uiterlijk. En daar houd ik van.
Het avontuur zoek ik dan ook niet in verre bestemmingen met ruige natuur, maar als zelfverklaard overtuigd leunstoelreiziger loop of zit ik daarvoor gewoon in mijn achtertuin.

Dacht je dat daar geen gevaren huizen? Zeker wel: verstopte wespennesten bij voorbeeld en niet te vergeten de alom aanwezige teken, die in de pelsjes van de talloze veldmuisjes meereizen en die op de uiteinden van grasjes en takjes zitten te wachten tot ik langs loop. Drie teken heb ik de afgelopen maand al uit mijzelf geplukt, ondanks mijn tekenpreventie.

Hierboven zie je wijfjesvaren, de stam van de Metasequoia en rechts van de stam één van mijn favoriete planten: de Hydrangea aspera, een grootbladige hortensia met oerwoudallure.

blad van de Hydrangea aspera
Een volgend stukje tuin wordt gedomineerd door de hangende zegge ( Carex pendula), waanrnaast allerlei geraniumsoorten en vooraan de in onze tuin woekerende Campanula poscharskyana.

links: Carex pendula
En tenslotte twee foto's vanuit een lager standpunt genomen.

bladeren van de gele lis naast de vijver
boven het midden: steenbreekvarentje