zaterdag 27 april 2019

Veel aprilbloei alweer voorbij.

In de eerste helft van april hadden we vrij normaal voorjaarsweer, maar nauwelijks of geen regen.
Tulpjes en andere voorjaarsbloeiers toonden zich zeer houdbaar. En ons krentenboompje bloeide zelden zo lang (vanuit het raam gezien):


Daarna kregen we een soort aprilzomer: felle zon, strakblauwe luchten en temperaturen geregeld boven de 20 graden. En geen regen.
De overweldigende ontwikkeling van het groen, zo kenmerkend voor april, stagneerde en potplanten en nieuwe aanplant moesten begoten worden. Tulpen, bosanemoontjes, hondstand: ze waren al gauw verdord.
Andere bloeiende planten zijn hun plaats weer aan het innemen, maar ik wil tóch nog even de mooiste bloeiers tonen van nog maar anderhalve week geleden.

Zelden zag ik zo'n explosie van bloeiend speenkruid, wat een vrolijkheid:


Rechtsboven op de speenkruidfoto zie je de Chinese judasboom Cercis chinensis “Avondale”: 


Deze struik stelt mij absoluut niet teleur. De droge zomer van het vorig jaar heeft hij zeer goed doorstaan: ik heb hem nauwelijks water gegeven. Het mooie grote blad bleef groen en gaaf. De bloei op het naakte hout is zeer royaal.

Eén van mijn favoriete voorjaarsbolgewassen is de hondstand (Erythronium ‘Pagoda’):


De plant bloeit de eerste jaren wat schraal. Hij komt pas langzaam op gang , maar na een aantal jaren lijkt hij steeds meer bloemen te geven. Dit voorjaar heeft de plant een topjaar.


Ook de elfenbloem bloeit dit jaar overweldigend goed. Dit is de gemakkelijke Epimedium versicolor ‘Sulphureum’:


In de bak voor het raam staan twee soorten Tulipa Clusiana’s:


De mooiste Tulipa Clusiana blijft voor mij de var. Stellata, zó subtiel. Deze staat in de volle grond aan de zuidoostkant van het huis en komt daar elk jaar weer terug:


Dit vrolijke tulpje komt al jaren steeds weer terug: Tulipa “little princess” (zie ook eerste foto helemaal boven):


En tenslotte de Tulipa bakeri ‘Lilac Wonder”:


De dotters in de vijver bloeien nog wel even door: 


evenals de mooie kievitsbloem:


De sierappel (Malus evereste) bloeide prachtig, maar slechts enkele dagen: de regens kwamen en de temperatuur ging gevoelig omlaag (vanuit het raam gezien):


Wat was ik overigens blij met die regen, er viel hier in zuid oost Friesland in twee dagen tot nu toe zo'n 30 mm, nog lang niet genoeg om het regentekort op te heffen. 
Hopelijk krijgen we niet wéér zo'n droge zomer!

Pas nu komt de groenspurt in de tuin op gang: veel planten gaan zich te buiten aan het aanmaken van nieuw blad. En nieuwe bloemknoppen verschijnen: op naar de mooie meimaand!



zondag 31 maart 2019

Na het kappen volgt herstel.



Nadat mijn geliefde bosje noodgedwongen moest verdwijnen is het nu al zover dat ik de nieuwe, door mij gewenste uitgangssituatie kan laten zien.

Als alternatief voor de meer dan 15 meter hoge coniferen was een zo hoog mogelijk, stormvast gaasscherm de enige oplossing om vrijwel meteen weer een visuele beschutting te verkrijgen.
De omliggende huizen liggen lager dan ons huis, daarom moeten wij zo ver de hoogte in om zelf wat vrij te zitten.


De gaasschermen op verhoogde “poten” zijn bedekt met enigszins transparante heidematten. Als deze na een jaar of drie vergaan zijn, heeft de ingeplante klimop de schermen al dichtgegroeid.


Onze hovenier had nog een aantal meters in goede staat verkerende “tweede kans” klimopschermen staan. Die wilde ik wel hebben. De rest bestaat uit vrij grote losse klimopplanten én twee stuks wilde wingerd.

Het resultaat is helemaal niet slecht: het best mogelijke, denken we.
Van links naar rechts zijn jonge vuilboom, krentenboompje en amandelwilg ingeplant:


De schuine palen, die zijn aangebracht om de uiteinden van de schermen te schragen, storen me erg.
Ze konden niet aan de andere kant, de windkant, worden aangebracht, want daar ligt de sloot.
Ik zal proberen ze door middel van schaduwminnende klimplanten zo snel mogelijk te camoufleren.

Waar ik ook erg aan moet wennen is de nog zeer open zijde aan de rechterkant, de noordwestzijde van de tuin. Als de geknotte esdoorn en de taxussen weer blad gaan vormen, zal het wel iets verbeteren:


Oude situatie: 


Op een uitgekiende plek heb ik nog twee jonge boswilgen uit eigen voorraad ingeplant:


Maar het zal toch wel een jaar of twee / drie duren, voor alle jonge planten volume gaan maken.

Over 15 jaar zijn echtgenoot en ik in en rond de negentig :-))
We hebben dus wel haast.
De crash kon, wat dat betreft, niet op een beter moment komen: het is nog in het vroege voorjaar en hopelijk hebben we nog ruim tijd van leven: wat is een mens zonder tuin…

We hebben nu wel duidelijk meer licht en zon in de tuin. De beplanting zal daar ongetwijfeld op gaan reageren. Een paar varens zal ik binnenkort gaan verplanten; die staan nu echt te zonnig.
Ik zie nu een groot stuk van de hemel, dat heeft ook wel wat.

De pijn van het verlies zal er nog wel even zijn, de pijn in de portemonnee zal binnenkort wel komen ;-)
Maar al met al hebben onze hovenier en zijn mannen ons buitengewoon snel en goed op weg geholpen, dat had niet beter gekund.

Dagelijks maak ik nu vele rondjes door de tuin om aan de nieuwe situatie te wennen. Soms racet een vogel mij voorbij, die kunnen nu snelheid maken.
De passerende katten kijken me schichtig aan: klopt dit hier wel?

Ja, het klopt en het gaat weer helemaal goed komen, maar wel anders.



zondag 17 maart 2019

Stevige wind en oude bomen: daar gaat verdriet van komen.



De extreme droogte van de vorige zomer heeft iets met de wortels van de wel 15 meter hoge coniferen in onze tuin gedaan. De sloot viel droog, het veenpakket droogde uit en klonk wat in, kennelijk hadden de met vocht verwende wortels toch moeite om een stevige grip op de grond te houden.

De laatste twee weken werden gekenmerkt door flinke regens en stormachtig weer met harde windstoten.
Op zaterdag 9 maart constateerde onze dochter, tijdens een rondje door de tuin, dat de grond naast de hoogste coniferen zichtbaar omhoog ging op het ritme van de windstoten. Bij nadere inspectie zagen we hetzelfde naast de grootste coniferengroep.
Onze snel geraadpleegde hovenier vond de situatie ook zorgelijk en adviseerde alle coniferen, in totaal 14 stammen, windvangers waarvan de kruinen een sterke samenhang hadden, te laten omzagen. Een enkeling handhaven was niet aan te raden vanwege deze windvang.

Nu gaf deze groep coniferen ( Chamaecyparis lawsoniana) onze tuin aan de lange westzijde onze privacy, nog meer dan de loofbomen, die in augustus al omvielen door de storm.
Het gaf de tuin het aanzien van de bosrand met hoge bomen.


Vanaf het moment, dat we in dit huis kwamen wonen, nu 23 jaar geleden, vond ik deze hoge coniferen daarom één van de grote charmes van deze tuin.
We moesten dus wel even iets verwerken.


Afgelopen donderdag en vrijdag zijn de bomen gekapt. 


De leeftijd bleek, na telling van de jaarringen, 35 jaar te zijn.
Een compleet jaararchief, dat iets zegt over goede en slechte jaren qua water en voedingsstoffen: 




Wat een desolaat gezicht, we kijken nu uit op de huizen van de straat achter ons:


Een tuin suggereert voor mij een gevoel, een stuk verbeelding. Dit gedeelte benaderde dus een wilde bosrand. Huizen waren niet te zien, alleen groen en lucht:



Na de stormschade van het vorige jaar zagen we dit eerlijk gezegd al wel een beetje aankomen.
Vanaf dat moment was ik al in gedachten bezig met een “plan B”.
Hoe kon je zorgen dat je zo snel mogelijk weer zichtdichtheid kon krijgen?
De enige optie leek me het plaatsen van zo hoog mogelijke betongaasschermen op palen, meteen bekleed met heidematten ( mooie donkerbruine kleur). De klimop en andere klimmers kunnen dan rustig het scherm gaan dichtgroeien, tegen die tijd zullen de heidematten zo ongeveer verteerd zijn.
Onze hovenier heeft meegedacht over dit plan en zal dit binnenkort gaan realiseren.

Het kale stuk tussen de vijver en de schermen kan dan een bosje worden met struiken, die uitermate aantrekkelijk zijn voor insecten en vogels. Een boomhoogte van 15 meter gaan wij niet meer meemaken, ik mik op struikgewas van uiteindelijk zo’n 5 meter hoog.
In de regen stonden we gisterenmorgen al met mijn wensenlijstje al bij kweker Arborealis:

Vuilboom of spork (Frangula alnus, oude naam: Rhamnus frangula)
Krent ( Amelanchier lamarckii)
Amandelwilg (Salix triandra “semperflorens”)

We gingen naar huis met mooie planten, heuphoogte in een flinke pot.
Die staan alvast te wachten tot de schermen zijn aangebracht.

In mijn verbeelding moet ik de oude bosrand loslaten. Ik heb er meer dan 20 jaar van kunnen genieten.
Nu zie ik in mijn verbeelding een jong en wild struikgewas, een kleine oase achter de vijver voor insecten en vogels en wat al niet meer.

woensdag 20 februari 2019

Krokussen: mijn mooiste en de sterkste.



Niet eerder heb ik zo intensief van de krokussen kunnen genieten als in de afgelopen week van dit jaar. Zittend op mijn tuinkrukje, laag bij de grond kon ik de schoonheid van mijn mooiste soorten eens goed tot me laten doordringen.

Vorig najaar kwam ik in de catalogus ( Nijssen bulbs) een paar onweerstaanbaar mooie soorten tegen, en één ervan is Crocus fleischeri. Fijne, stervormige blaadjes, met een feloranje in drieën gesplitste stijl. Het is een vroegbloeiende soort, eind januari kunnen de eerste bloemen al verschijnen. Pas vandaag (20 februari) zie ik dat ze verwelken. Hieronder een selectie van de fleischeri:





Gelukkig, de insecten vertonen zich weer: 



Ook zeer vroegbloeiend krokusje is de Crocus imperati subsp.imperati “de Jager”. Deze vertoonde de bloeiknoppen al tijdens de sneeuwval van 24 januari. De schoonheid zit hem in de typisch gestreepte buitenblaadjes:




Deze prachtige crocusjes hebben mogelijk één nadeel: ze zijn niet zo sterk en ze breiden zich minder goed uit. De komende jaren zullen we dat afwachten.
Ik heb wel vaker mooie soortjes aangeschaft, die geleidelijk verdwenen.

Redelijk sterk is de Crocus chrysanthus “Prins Claus”. Deze liep hier toch langzaam in aantal terug. Maar ik heb er weer wat van aangeschaft:



De soorten, die je nooit teleur zullen stellen, die altijd weer terugkomen en zich steeds meer uitbreiden en zich uitzaaien is de Crocus tommasinianus en selecties ervan. Dat zijn de zo genoemde boerenkrokussen die behoren tot de Stinzenplanten.


Hierboven zie je de lichter gekleurde Crocus tommasinianus en de wat donkerder Crocus tommasinianus “Ruby Giant”.  
Ruby Giant:


De genoemde soorten zijn allemaal kleinbloemige soorten.
Ik heb ook wel wat grootbloemige soorten (Crocus vernus) maar die komen wat later in bloei, zijn sterk, maar zaaien zich hier niet uit.

Overigens realiseer ik me hoe vreemd het is om midden februari met een voorjaarsgevoel in de tuin te zitten bij deze hoge temperaturen – hier zo’n 14 graden. Het was / is genieten, maar toch bizar.


vrijdag 25 januari 2019

Sneeuw geeft een heel ander zicht op je tuin.



Sneeuw toont heel duidelijk de structuren in je tuin. Bovendien geven besneeuwde planten en de resten ervan zoals oude zaaddozen, uitgebloeide stengels e.d. een prachtig contrastrijk lijnenspel.
Omdat we niet weten of we dit jaar nog zo’n mooi laagje (hier zo’n 4 tot 5 cm) zullen krijgen, liep ik gisteren met het fototoestel weer een rondje door de tuin.

Ook voor mijn boompjes in pot is zo’n sneeuwdek bij vorst een mooie isolatie:


Overzicht lage westkant met op de voorgrond de bloeiende Viburnum bodnantense:


De sporen van poezenpassanten, ik kan nu goed zien welke route ze lopen:


De zo door mijn gewaardeerde wilde stukjes aan het einde van de tuin:



De dikke lianen van de wilde clematis ( Clematis vitalba):


De mooie zaaddozen van de grote kaardebol:


En tenslotte de enige plant, die ik vóór de vorstinval heb ingepakt: het eeuwig moes, de koolsoort die naar mijn ervaring slecht tegen lage temperaturen en gure wind kan. Ik ben in vorige winters al goed gewortelde, sterke exemplaren verloren.


Morgen valt de dooi al weer in, nu vriest het nog een paar graden en er valt wat lichte sneeuw.
Ik ben erg benieuwd hoe de winter verder zal verlopen.