woensdag 3 augustus 2016

Hoogzomer in de tuin.


Hoewel de zomer op het hoogtepunt is, merken we daar niks van. Regen, bewolkte luchten en te lage temperaturen. Ik hoef zelfs mijn potplanten nauwelijks water te geven, soms moet ik ze redden van té veel water. Slakken hebben hun jubeljaar.
Maar zo nu en dan hebben we dan toch één of twee dagen écht zomer, zodat we niet vergeten hoe dat voelt.

In de tuin trekken de planten zich daar niet veel van aan. Het groen is overweldigend, de wat meer waterminnende soorten hebben het dubbel naar de zin: kijk maar eens naar de hortensia’s in je omgeving.
Geregeld moet ik mijn smalle paadjes vrijknippen van overhangend gebladerte, je zou anders niet meer weten waar die paadjes zijn.
Het is in de tuin wel erg mooi. Dat diepe groen, samen met op sommige plaatsen een royale bloei. De bloemtrossen van de Buddleja zijn nog nooit zo zwaar geweest, en ik zie tot mijn geluk heel veel dagpauwogen, een enkele atalanta, wat koolwitjes en citroentjes.
Op de kruising tussen twee paadjes staat een hangende zegge (Carex pendula). Die vind ik zo bijzonder, de bloeistengels gaan wel tot manshoogte.


Onder de hangende zegge staan wat gemengde geraniums.


Mijn favoriete grassoort, het vedergras (Stipa tenuissima) kan zo mooi de zonnestralen opvangen. Ondanks de regen houdt het zich goed.


Op de terrassen eronder rommelt de mooie en sterke Geranium sanguineum var. Striatum wat op het mosveldje.


Nog geen veertien dagen geleden kwamen de nog in knop zijnde bloemstengels van de Astilbe chinensis var. taquetii “Purpurlanze” in beeld. 


Een sterke Astilbe, die iets meer droogte verdraagt dan de andere soorten, De kleur is prachtig, maar van een hele grote, ononderbroken groep zou je misschien qua kleur overspoeld raken. De kleur moet wat “geblust” worden door andere planten ernaast, wat groen ofzo.
Dit geldt eigenlijk voor de meeste Astilbes. De wat bescheidener kleuren, roze, lila, wit hebben dat wat minder dan de felle roden en hardrose soorten; die laatsten hebben niet mijn voorkeur.
Maar wat een schitterend paars hebben die Purpurlansen de afgelopen week weer laten zien:


Door plensregens is een andere groep wel een beetje omgevallen. Misschien moet ik daar volgend voorjaar wat steunhout tussen zetten.


maandag 25 juli 2016

Wondermooi en transparant: Thalictrum delavayi.


Tot de mooiste overblijvende bloemplanten behoort voor mij de Thalictrum delavayi.
Deze Thalictrumsoort (men noemt ze ook wel : ruit) kan wel 1,75 m hoog worden en bloeit al een paar weken met een zee van kleine, fijne, subtiele, zacht-lila bloemetjes op redelijk stevige stengels.



De plant is van origine afkomstig uit Chinese bergbossen, houdt van een aantal uren zon, verdraagt halfschaduw en voelt zich het meest thuis op wat venige, humusrijke, niet te droge grond.
Dat laatste kan ik hem bieden, maar voor wat meer zon moest ik wel een kunstgreep toepassen.
Aanvankelijk had ik de plant gewoon in de tuin, samen met de Verbena bonariensis, ook zo'n transparante schoonheid. Maar door toenemende schaduw liet vooral de Verbena het afweten en de Thalictrum had het ook niet naar de zin.
Ik had het geluk een aantal grote bakken te kunnen krijgen, die ik tegen het raam aan de westkant plaatste. Daarin bleken de Verbena's zich prima te handhaven en ook de Thalictrum blijkt zich er thuis te voelen.


Het bijzondere van deze Thalictrumsoort is, dat de plant hoogte heeft, maar zeer transparant oogt. En de wolken fijne bloemtjes zijn schitterend.


Er zijn meer Thalictrums. Google er maar eens op. De delavayi-soorten vind ik het mooist, daarvan zijn verschillende soorten, de één nog mooier dan de andere.
Trouwens de Thalictrum rochebrunianum mag er ook zijn.


Doorgaans zijn Thalictrums sterke planten, waarvan je jaren plezier kunt hebben, sommigen hebben veel stuifmeel en zijn echte insectentrekkers.

vrijdag 15 juli 2016

Dipje in de vlinderliefde: koolwitje op kool.


In deze tijd, waarin de hoeveelheid en de diversiteit van vlinders terugloopt, dient mijn liefde voor vlinders onvoorwaardelijk te zijn.
Zoals het wel meer gaat met onvoorwaardelijke liefde, wil er wel eens een barstje in komen.


Of liever gezegd: gaten. Maar de liefde herstelt zich weer snel, zo blijkt uit het onderstaande.


Koolwitjes houden van kruisbloemige planten, waaronder onze koolsoorten. En tot mijn moestuinexperimenten behoren de palmkool, de zeekool en het eeuwig moes.
De vrolijke koolwitjes hebben ze weten te vinden, maar geven overduidelijk de voorkeur aan de palmkolen: die prachtige planten, mijn trots.
Op een goede dag zag ik allerlei vrolijke vretertjes op de palmkool. 

poepjes van de rupsen
Uiteraard ga ik geen voorstadium van koolwitjes vermoorden. Toen ging ik de rupsen verzamelen en achterin de tuin zetten, zodat ze de weg terug moeilijk zouden kunnen terugvinden.
Daarover heb ik nu een licht schuldgevoel.
Wat had ik anders kunnen doen?

Het volgende wordt geadviseerd door vlinderliefhebbende tuinierders:

Gun de rupsen een paar koolplanten en dek de rest af met vliesdoek, vitrage of zoiets – zie ik mij niet zo gauw doen, het is toch géén gezicht, zo'n spookachtig bedekte koolplant ;-)

Plant salie en muntsoorten naast de koolplanten, koolwitjes houden niet van de geur.

Zorg dat je geen kleinere of grotere monocultuur hebt van koolplanten. Combinatieteelt met veel soorten planten bij elkaar, brengt het koolwitje in verwarring.



Zorg voor sterke planten, hetzij zelf opgekweekt vanuit liefst biologisch zaaigoed, hetzij als jong, biologisch geteeld plantgoed. Ik heb het geluk gehad dat ik in mei biologische koolplantjes kon kopen.

Het meest haalbaar voor mijn piepkleine cultuurtjes lijkt me de combinatieteelt.
In mijn in het voorjaar aangelegde sleutelgattuintje doe ik dat al. Er staat citroenmelisse, salie, o.i.kers, een andijviesoort, snijbiet én een andere koolsoort: zeekool.
Opvallend is, dat het koolwitje de voorkeur heeft gegeven aan de palmkool boven de zeekool. (Zie hieronder de zeekool.)


Verderop in onze tuin staat,  verstopt tussen bessen en andere tuinplanten, een flinke plant van het eeuwig moes (zie hieronder). Ook deze blijft tot nu toe nagenoeg vrij van vraat. De plant is kennelijk moeilijk te vinden. Combinatieteelt lijkt dus te werken.



Samenvattend lijkt me het beste om te zorgen voor sterke planten, combinatieteelt toepassen met planten, die het koolwitje niet lekker vindt ruiken (salie, muntsoorten) , en eventueel een lok-koolplant erbij te zetten – een zwakkeling uit het tuincentrum bij voorbeeld ;-)

Het aardige van palmkool is, dat vanuit het hart snel nieuwe bladeren ontstaan. De kool herstelt zich vlot.


Voor meer diervriendelijke tips om het koolwitje bij te sturen houd ik me aanbevolen.


dinsdag 5 juli 2016

Onze poel.


Na dagen van regen, nog eens regen en weer regen vind ik het wel toepasselijk om iets te vertellen over de natste plek in onze tuin: de poel.
Onze tuin kent een behoorlijk hoogteverschil, het diepste punt ligt een kleine twee meter lager dan het hoogste punt. Dat is voor Friesland vrij uitzonderlijk, maar het komt omdat huis en tuin gelegen zijn op een veenpakket afkomstig uit een oud moeras. Het veen klinkt nog steeds in. Het huis is eind jaren dertig op betonnen palen gebouwd, die op de zandlaag onder het veen steunen. Het huis blijft op hetzelfde niveau, maar de grond eromheen daalt.
Op het lage niveau hebben we 13 jaar geleden een vijver laten aanleggen. Een folievijver, van zo'n twee meter breed en drie meter lang.

Hier beneden kijk je a.h.w. vanaf het wateroppervlak van de vijver - helemaal onderaan op de foto - naar "straatniveau". Het was toen half maart van dit jaar:


En hieronder zie je de vijver in de andere richting, toen was het 1 april:



De vijver was een aantal jaren een mooie, heldere waterplas met wat windes. Maar gaandeweg is deze geëvolueerd tot een vrij wild begroeide poel, waar zich kikkers, salamanders, padden en heel wat waterinsecten ophouden.

Hieronder de poel half april:


Hoewel ik een glasheldere waterplas heel mooi vind, heeft deze wilde poel bepaald zijn charme. Hij doet heel natuurlijk aan, is nooit bealgd en het water is gezond. Het past in onze natuurlijk aandoende tuin.

De poel eind mei:


In het begin hebben we heel wat waterplanten gezet, maar de sterksten hebben overleefd: waterdrieblad, hoornblad, watermunt, dotters, penningkruid, lissen, moerasspirea en dan ben ik vast nog iets vergeten.

De poel half juni: (de eerste foto bovenaan de blog is van begin juni)



De foto's, die de blog illustreren, laten zien hoe deze poel in ruim drie en halve maand volledig van aanblik verandert. 

hieronder 30 juni:


Het blijft ongelooflijk om te zien hoe sterk de groeikracht is van sterke en gezonde planten. 
Om deze weelde te kunnen aanschouwen: daarom heb ik een tuin.


woensdag 15 juni 2016

De Hügelkultur / permacultuur bakken ruim een jaar na aanleg.


Hoog tijd om weer te vertellen over mijn ervaringen in de Hügelkultur / permacultuur geïnspireerdebakken, die ik in april van het vorig jaar samenstelde.
In augustus berichtte ik dat het eigenlijk nog niet zo goed ging. De groenten werden aangevreten en groeiden niet goed.
Ik kreeg toen een hele goede reactie van Cin (van Le fabuleux jardin), die mij erop wees, dat in de bakken, die als basis rottend oud hout, takken, oud blad met een bovenlaag van compost en biologische potgrond hadden, een schimmeldominante grond gaat ontstaan. Zoals ook in een bos.
In tegenstelling tot een bacteriedominante grond, die ontstaat als je door bemesting voornamelijk het bacterieleven stimuleert ten behoeve van hoofdzakelijk eenjarige gewassen.
Dit is erg kort door de bocht, maar voor de belangstellende wijs ik op de literatuur in de link naar de eerste post hierover.
Cin gaf mij een link door, waar gewassen worden opgenoemd, die gedijen op schimmeldominante, dan wel bacteriedominante grond of op beide. link.
Het bleek dat o.a. kool, bieten en snijbiet, spinazie, mosterd niet blij zijn met schimmeldominatie.
Sla, basilicum, tomaat, aardbei, wortels, knoflook, bonen enz. bijvoorbeeld wel.
Dus heb ik dit jaar de plantenkeuze bijgesteld. Ik moest ook rekening houden met halfschaduw.
In de teil hieronder staan nu: wat sterke aardbeiplanten (Daroyal), bloedzuring, twee veenbesplanten.


In de grootste bak hieronder zie je: aardbeien, een paar stevige kroppen romeinse sla, een lollo rosso sla, dezelfde aardbeiplanten en een lavasplant.


Wat lager om deze bak heen zie je kopertape, die ik vorig jaar heb aangebracht om slakken te weren. Er komen desondanks tóch slakken in deze bak, wellicht via overhangende takken. 's Avonds pluk ik er geregeld één van de lollo rosso sla. De veel steviger Romeinse sla wordt nauwelijks aangetast, die houd ik er daarom in voor de komende jaren.
In de kleine bak staat peterselie, griekse basilicum, knoflook, een lavasplant en een kerstomaat.


Als een plant te overheersend of te groot wordt, eten we hem gewoon op. Intussen probeer ik geregeld wat te zaaien of voor te zaaien, om ook later in het jaar oogst te hebben. Ik moet zeggen dat veel zaaigoed niet is opgekomen of voortijdig is opgegeten door slakken. Maar ik ben toch - vergeleken met vorig jaar - heel tevreden met de ontwikkelingen in deze bakken. De planten doen het goed, het bodemleven zal op gang zijn gekomen.
Als ik oogst, snij ik de groenten bij de grond af en laat het wortelgestel zitten, om de bodem zo ongestoord mogelijk te houden.
De bijzondere manier, waarop deze bakken zijn opgebouwd, zorgt ervoor dat je eigenlijk nauwelijks of geen water hoeft te geven. Ook de mulch zorgt ervoor dat de grond niet uitdroogt.
Kortom: dit jaar heb ik veel plezier van deze bakken en kan ik ook wat oogsten.
Benadrukt moet worden, dat het hier niet gaat om substantiële opbrengst. Deze bakken zijn bedoeld als interessant experiment voor een moestuintje op heel kleine schaal.

Geschikt voor mensen, die op een balkon of in een kleine tuin heel weinig plaats hebben, maar toch zonder al te veel moeite een klein moestuintje willen onderhouden volgens Hügelkultur / permacultuur principes.

woensdag 8 juni 2016

Geelbladig gierstgras: vrolijk en makkelijk siergras voor halfschaduw.


De gele variant van het gierstgras, van origine een bosbewoner, heet officieel Millium effusum Aureum. Het grasje kreeg ik ooit als piepkleine bijvangst mee in een potje met een andere plant, en de kweker was zo vriendelijk het naamkaartje erbij te doen.
Het jonkie is inmiddels uitgegroeid en staat in volle glorie te pronken. Ik ben erg enthousiast over dit gras, het wordt één van mijn favorieten. Het grasje groeit betrekkelijk snel, verlangt halfschaduw - geen volle zon en droge, iets zure grond. Het is licht groengeel, de kleur wordt gaandeweg het seizoen wel wat groener.


Het komt, nadat het in de winter bovengronds is afgestorven, haast geel op in de loop van februari en vormt dan met de bolgewasjes een prachtig fris geheel, zie hieronder:


Het bloeit eind mei, begin juni met lange en fijne, transparante aren, die heel mooi uitstaan.


Het gras zelf wordt zo'n 50cm hoog, de aren komen daar nog eens 50 cm boven uit. Je moet wel een plekje van 50 bij 50 cm reserveren voor dit gras.


Het fijne is, dat op wat moeilijkere, schaduwrijke plaatsen hiermee een vrolijk licht accent kan worden aangebracht, dat heel aantrekkelijk is. In de loop van het jaar wordt het gras wel wat groener, maar het blijft mooi.

Het gras vormt een zode, het gaat niet met uitlopers door je tuin, maar zaait zich wel enigszins uit. Omdat ik op meer plaatsen in mijn schaduwrijke tuin wel een vrolijk accent wil hebben, heb ik een maand geleden de zaailingen uit de grond gepeuterd en opgepot.
Hieronder staan de plantenpeuters groter te groeien.



Tot slot nog een detailopname van de aren, je kunt wel zien dat het gras familie van de gierst is: je ziet de fijne, ronde korreltjes zitten.


donderdag 2 juni 2016

Hoe gaat het met mijn mini-moestuintje: de keyhole-garden?


Zo'n zes weken na de aanleg van mijnsleutelgattuintje is het tijd voor een update.
Vlak na de aanleg had ik wat palmkool, snijbiet en citroenmelisse geplant.
Zoals hieronder zag het er half april uit.


Op 21 mei waren de plantjes al aardig gegroeid.


Het tuintje, beheerd volgens de principes van de permacultuur, is nog maar erg pril en het bodemleven moet zich natuurlijk nog ontwikkelen. Het viel me wel op dat de grond zeer snel uitdroogde: het tuintje ligt pal op het zuiden in de volle zon. De slakken bleven aardig weg, maar aten wel meteen de tuincentrum-afrikaantjes op, die je op bovenstaande foto nog ziet staan in het rechtergedeelte. Omdat afrikaantjes een natuurlijke gewasbescherming bieden, heb ik opnieuw wat gezaaid.
Dat mijn snijbiet en kool er nog zo goed bijstaan, wijt ik aan het feit, dat ik ze kon kopen als sterke, afgeharde, piepjonge plantjes van biologische teelt

In principe zou je alleen water moeten geven in het kleine compostvat in het midden. Dat werkte nog niet in dit tuintje, ik moest het geheel regelmatig begieten en iets doen om de uitdroging te stoppen en het bodemleven te helpen.
Dus mulchen: de bodem bedekken met plantenresten.
Dus ging ik anderhalve week geleden op een avondje de inhoud van een zak stro tussen de plantjes verspreiden, zeg maar: ertussenin prutsen.
Maar dat was werkelijk geen gezicht, vond ik. Gelukkig had de gemeente de grasvelden langs onze straat gemaaid. Onbemeste grasvelden: prima gras om mijn tuintje te bedekken. Ik dus met een grote emmerop pad om wat gemaaid gras te verzamelen. En dat heb ik op het stro weer tussen de plantjes verspreid.


Nu was ik tevreden. Het kan wel zijn dat de pas gezaaide worteltjes er nu niet meer tussendoor kunnen komen.
Eigenlijk moet je meteen na aanleg al de bodem bedekken en wanneer je gaat planten of zaaien, schuif je de mulch opzij. Waar je zaait, leg je de mulch niet terug, anders komen de kiemplanten er niet doorheen. Bij ongewenst kruid is dat laatste uiteraard juist de bedoeling.
Maar er zijn nu hogere belangen: gezonde, vochtige bodem creëren waar mijn plantjes met een minimum aan moeite van mijn kant kunnen gaan gedijen. Iedere regenworm, die mijn pad kruist stop ik als helper onder de mulch.


Ach, het is natuurlijk permacultuur op de mini-schaal in dat sleutelgattuintje, maar ontzettend leuk om te doen.
En ik zie dat de planten gedijen, achteraan een rijtje peultjes, links achter twee palmkolen, daarvoor snijbiet, links vooraan een soort roodlof. Tussendoor melisse, salie, rijtje bieslook. Als het lukt komen er nog wat worteltjes op, wat goudsbloem en een minizonnebloem.
Ik heb geprobeerd wat groenten- en kruidenplanten bij elkaar te zetten die elkaar ondersteunen.
We zullen zien. Over een poosje volgt weer een update.

Meer over de aanleg en de principes van de sleutelgattuin schreef ik mijn de eerste blog hierover.
En een update over mijn andere moestuinexperiment, de super-permacultuurbakken volgens het Hügelkulturprincipe gaat deze maand ook nog komen.