vrijdag 15 november 2013

De Metasequoia: een herontdekte fossiele boom.


In onze tuin hebben we twee Metasequoia's. De Metasequoia glyptostroboides ofwel watercypres is  een bomensoort, waarvan men tot de jaren veertig van de vorige eeuw nog dacht, dat hij al lang was uitgestorven. Hij was alleen als fossiel bekend. Tót een houtvester in een afgelegen streek in Zuid China drie exemplaren van een bijzondere, bladverliezende naaldboom vond: na onderzoek bleek dat de Metasequoia te zijn. Bij een expeditie in 1945 bleken er in dit gebied nog meer van deze bomen te zijn.
De sindsdien in de handel zijnde Metasequoia's zijn allen ontstaan uit zaad van deze bomen.

De boom behorende tot de cypresfamilie en heeft zeer spannende en bekende familieleden: de Redwoods uit Californië en Oregon, de reuzensequoia's of mammoetbomen en de moerascypres
(Taxodium).

De Metasequoia is absoluut niet geschikt voor een kleine tuin, hij kan in vrij korte tijd behoorlijk hoog worden – uiteindelijk wel 25 meter – en ook breed. Een mooie boom heeft vochthoudende grond nodig, vormt een prachtige piramidevormige kroon met zachte, heldergroene naaldjes op takjes, die schitterend verkleuren in de herfst en daarna met de takjes worden afgeworpen.


Ook in de zomer is de boom nooit echt massief, er blijft een zekere transparantie in de kroon.


Zowel door zijn voorgeschiedenis als door zijn uiterlijk koester ik al heel lang grote sympathie voor deze boom. Vrij snel nadat we hier 17 jaar geleden zijn komen wonen hebben we aan de noordzijde van het huis een jonge metasequoia aangeplant, die nu al naar de tien meter neigt.
Zeven jaar geleden viel aan de westkant van het huis tijdens een storm een grote spar om, die door de brandweer moest worden omgezaagd omdat hij het huis bedreigde. Hiervoor in de plaats is ook weer een Metasequoia gekomen, mede door zijn transparantie. Deze is inmiddels al even groot als de oudere.
Omdat wij een veenpakket als ondergrond hebben, is de grond voldoende vochthoudend voor deze bomen.

Het is aardig hoe de vorm van een boom uiteindelijk toch bepaald gaat worden door invloeden van buiten. De boom aan de noordkant valt op door de schitterende, stoere, doorleefde stam met dikke aderen. 


De vorm van de kroon is niet mooi conisch: de top van de boom is afgestorven tijdens de strenge vorst met extreme sneeuwval begin maart 2005. De onderste takken zijn daardoor breder geworden en het lijkt of de stam zijn kracht niet kwijt kon en daardoor die stoere basis ontwikkelde.
Maar een boom zal altijd proberen een nieuwe top aan te maken en als je goed kijkt naar de onderstaande foto zie je dat ook gebeuren, er zijn concurrerende toppen, maar één lijkt het te gaan winnen. De boom kan nu weer de hoogte in.



De boom aan de westkant, op de foto hieronder, staat wat beschutter, houdt langer de herfstkleur en heeft een prachtige vorm. De groei zit meer in de hoogte dan in de breedte en dat komt wel goed uit.


De bomen zitten nog schaars in wat mooi gekleurd gebladerte, maar gaan weldra uitgekleed in winterrust.
Al hebben de meeste mensen geen mogelijkheid deze boom een plek te geven: de laatste jaren hebben veel gemeenten ze aangeplant. Je kunt ze dus tegenkomen en zo tóch genieten van de aanblik van deze bijzondere boom, door het hele jaar heen.

zondag 3 november 2013

Op het eerste gezicht: november 2013.


Hetzelfde plekje elke maand op de foto: een project waaraan een aantal groenbloggers al een tijdlang meedoen. Vergeleken met de vorige maand is duidelijk dat de loofbomen op de achtergrond doorzichtig zijn geworden. Door de storm van afgelopen maandag is veel blad afgewaaid, hoewel de kleuring nog niet eens zo lang was ingezet. Het valt me overigens op dat dit jaar de kleuren minder mooi zijn dan het vorige jaar.
De larixbonsais op schaal kleuren mooi, daarom staat de schaal nog even te pronk. Het zal niet lang meer duren, of ook deze wordt tot de voet van de stammetjes ingegraven in de “zandbak” aan het eind van de tuin. Dit soort winterharde bonsaiboompjes kunnen op deze manier prima overwinteren.
Rechts beneden staan wat potplanten te wachten tot ze naar de kelder gaan, er wordt de eerste weken nog geen nachtvorst verwacht, dus ik heb nog tijd. Ook het vijvertje in de witte bak moet dan ontmanteld worden. De planten komen met de voeten in het water in de schuur te staan en de plastic bak wordt leeg opgeborgen.
Een groot deel van de achterwand van de tuin, bestaande uit coniferen, taxus en rododendron, blijft groen. Rechtsachter op de bovenste foto komt wat doorzicht naar de achterburen omdat de esdoorn zijn blad heeft verloren.
Hieronder zie je links vooraan de al hoog opgeschoten Metasequoia die veel naalden heeft afgeworpen, daarachter is het een vederesdoorn die kaal is geworden.


En zo gaan we langzaam maar zeker richting winter. En de tuin en wij passen ons daarbij aan.

donderdag 31 oktober 2013

Transparant naar de onderwereld.


Deze dag en de komende twee vormen in onze traditie een overgangsperiode, waarin herdacht wordt dat het oogsten voorbij is, het blad aan de bomen vrijwel afgevallen en veel planten het bovengronds laten afweten. In Keltische mythen wordt wel gesproken over een tijd, waarin de scheidslijn met de onderwereld, de wereld van geesten, elven en doden, even is opgelost. Er is dus als het ware een zekere transparantie naar een ander rijk. Dat werd gevierd op het Samhainfeest (31 oktober).


Boeiend om te zien dat juist vandaag Halloween wordt gevierd, een uit Amerika overgewaaid feest waarbij we angstaanjagende zaken mogen verbeelden en vormgeven, waarbij we met lichtjes in pompoenen ( zo ongeveer de laatst geoogste vrucht) dat griezelige weer kunnen verjagen.
We laten zo dus het zwarte, griezelige gereguleerd toe in onze werkelijkheid: dat is goed, zowel voor onze volwassen als onze kinderlijke psyche. En dan verdrijven we onze angsten weer met licht.
Dat zien we eigenlijk door alle donkere maanden heen gebeuren.

Er zijn mensen, die bij het vallen van de bladeren wat somber worden. Lichtgebrek wordt wel als oorzaak gezien. Daarnaast neemt vrijwel iedereen met een gevoel van weemoed afscheid van de zomer.
Het is begrijpelijk dat we in deze periode niet alleen het afstervende groen zien, maar ook denken aan hen, die ons ontvallen zijn. Onze dierbare doden.
In de Rooms Katholieke en de Anglicaanse kerk wordt op 1 november Allerheiligen gevierd en op 2 november Allerzielen. Ook hier gaat het om het gedenken van de overledenen.


Bovengenoemde symboliek vind ik mooi. Het geeft een plaats aan algemeen menselijke gevoelens.

En dat vannacht, in de Keltische heilige nacht van Samhain (ook: Halloween =All Hallows Eve) de god van de onderwereld Cernunnos door de geopende poort terugkeert op aarde om daar de liefde te bedrijven met de oergodin Diana, waardoor ze samen de akkers weer vruchtbaar maken voor de oogsten van het volgende jaar: dat spreekt me wel aan.



zondag 27 oktober 2013

Verstilde veenplas.


Voordat morgen de eerste herfststorm in onze streken gaat woeden nog even een verstilde foto van een veenplas in de buurt van het Friese Oldeberkoop: het Diaconieveen.
We maakten daar gisteren een wandeling, en we vroegen ons af waarom we hier niet veel vaker naartoe gaan: zo'n mooi stuk natuur.
Het is te zien dat veel bomen nog in het blad zitten en dat zelfs de verkleuring hier nog niet eens zo ver is. Dat zal vanaf nu snel veranderen.


Het Diaconieveen is een veenplas, maar wel een bijzondere.
Het is een zogenaamde pingoruïne. Pingo's komen voor in gebieden waar gedurende de IJstijd omhoogwellend grondwater bevroor waardoor een grote ondergrondse ijsbult – een z.g. ijslens – ontstond die de grond erboven omhoogdrukte waardoor een heuvel ontstond. Toen het ijs zich terugtrok dooide die ijsbult, de grond erboven stortte in en er ontstond een soort kraterachtig meer. Het geheel noemt men een pingo(ruïne).
Waar in de voorlaatste IJstijd het ijs lag, in het noorden en oosten van het land zijn meer pingo's. Ook het Uddelermeer is er één.
Veel van deze pingo's groeiden weer dicht met waterplanten, die vergingen, Hierdoor ontstond hoogveen. En dat kon worden afgegraven, gedroogd en gebruikt als brandstof . Vooral vanaf 1850 tot 1950 werd in veengebieden veel turf afgegraven. De gaten vulden zich weer met water waardoor vele veenplassen ontstonden, waarvan een deel later tot natuurgebied werd verklaard.
Zo ook het Diaconieveen, een boeiend stukje natuur van zo'n 44 hectare dat ook nog eens grenst aan De Delleburen, een beekdallandschap van zo'n 195 hectare.

maandag 14 oktober 2013

Arme lui's orchidee.

'

Als verrassing van de herfst bloeit aan de noordkant van ons huis sinds een paar weken de arme lui's orchidee ook wel genoemd arme lui's lelie of paddenlelie. Deze plant, officieel Tricyrtis genoemd, is misschien wel de laatst in bloei komende vast plant in onze tuinen. En de bloemen zijn miraculeus mooi; ze hebben iets weg van een bijzondere orchidee of lelie. Ze behoren dan ook tot de grote familie van de lelieachtigen (Liliaceae) en de oorsprong is Oost-Azië.
Een schitterende najaarsbloeier van orchidee-achtige allure dus, die op een geschikte plek je elk najaar in september tot in november verrast voor een bedrag van rond de drie á 4 euro. Vandaar de naam arme lui's orchidee? De hoogte van de plant is zo'n 60 – 90 cm hoog.


De plant vraagt humushoudende, niet té droge grond in schaduw of halfschaduw. In strenge winters kan een bescherming met wat gedroogde bladeren de wortelstok beschermen. Het bovengrondse gedeelte sterft zo wie zo af.
Let wel: er zijn veel variëteiten. Ze zijn niet allemaal even sterk en de bloeimaand kent ook variatie. Oriënteer je bij een goede kweker naar de sterkere soorten, bij voorbeeld de T. formosana Purple Beauty of Tricyrtis formosana 'Dark Form' .

dinsdag 8 oktober 2013

Twee jaar Spinrag: een nieuwe look.


Morgen bestaat Spinrag precies twee jaar. Tijd voor een nieuw uiterlijk.
Het schrijven over de tuin en de natuur verveelt mij nog steeds niet. Het wordt ook een prettige gewoonte. Als ik twee weken niet blog, ga ik het toch missen.
Daarbij hoort absoluut ook het contact met de medebloggers, het volgen van hun posts, het zelf reageren en het ontvangen van reacties. Het is leuk en leerzaam.
Bij de nieuwe look heb ik meer gekozen voor het visuele aspect. Ik wil proberen nog meer aandacht te besteden aan de kwaliteit van de foto's, zonder ook maar enige aanspraak te willen maken op de kwalificatie fotoblog. Het gaat me meer om wat de foto tot uitdrukking wil brengen: een bepaald gevoel, een stemming, een indruk, soms uiteraard ook illustratie en informatie.
Perfecte scherptediepte, contrast enz. dat gaat me veel te ver en daarvoor heb ik ook niet het type toestel.

Het visuele blijft dus belangrijk in het vervolg van deze blog. Daarnaast probeer ik mijn lezers deelgenoot te maken voor mijn passie voor de wilde natuur en voor de manier waarop de natuur zelf allerlei plantencombinaties beïnvloedt. Allereerst in mijn tuin en ook in de vrije natuur . Dat is meestal anders dan ik zelf in gedachten had, maar dat maakt het juist zo buitengewoon boeiend.

En nu ga ik in bovenstaande foto de trap op en toon het stukje tuin, waar het schitterende vedergras ( Stipa tenuissima) domineert. Ik heb daar al eens een loflied op geschreven.




vrijdag 4 oktober 2013

Op het eerste gezicht: oktober 2013.


In “op het eerste gezicht” fotograferen een aantal tuinbloggers iedere maand hetzelfde stukje tuin.
Vergeleken met de vorige maand valt vooral op dat de bloei op deze plek nu ten einde is, op een paar pluimen van de vlinderstruik (rechts in het midden) na. In plaats daarvan is de dwergmispel op het talud linksvoor prachtig getooid met fijne, knalrode besjes.


De foto is gemaakt in het ochtendlicht, waardoor bomen en coniferen aan de achterzijde mooi worden uitgelicht. Dat prachtige najaarslicht vind ik elk jaar weer een streling van het oog. Het fototoestel heeft meer moeite met de contrastverschillen die bij dat laag invallende licht horen: het is vaak teleurstellend als je die speciale lichtval wilt vangen.

In onze tuin, die door het veenpakket in de ondergrond geen vochtgebrek heeft gehad, is de herfst nog nauwelijks te zien. Toch wordt de sfeer buiten toch langzaam maar zeker herfstachtig.
Gisteren zag ik al veel afgevallen blad op de straat voor het huis liggen.

De bonsai's, die op de stenen rand stonden, zijn al naar de winterplek gebracht. Dat is een soort zandbak, waar ik ze tot de rand van het potje ingraaf. Voor boompjes, die normaal ook in dit klimaat buiten wonen, is dat voldoende.

Ik heb de camera nog even naar beneden laten dwalen. 



Daar was toch een vijver? Jazeker, kijk maar eens goed (klik voor vergroting). Het is een wilde vijver geworden, een soort amfibieën-poel zullen we maar zeggen. Toch heeft het wat, het is een echt stukje natuur geworden.