dinsdag 14 januari 2014

Minibiotoopjes in huis: kleine oerwoudjes.


Sommige van mijn minibiotoopjes in glazen potten zijn kleine oerwoudjes geworden. Het is erg leuk om in een glazen pot wat geschikte plantjes te stoppen en dat z'n gang te laten gaan. In een vorige blogpost beschreef ik hoe dat moet en daar zie je ook een tweetal glazen, die ik hier ook weer laat zien. 


Voor veel mensen zonder tuin of zelfs maar een balkon is het leuk om op deze manier een stukje natuur in huis te halen. Nou ja: iets wat die suggestie wekt. Het gaat erom, wat je er zelf aan beleeft. Zelf wil ik altijd iets jungleachtigs ervaren. 


Maar hieronder - vergelijk hem maar met ruim een jaar geleden - is het weer iets “netter”.


Kijk voor meer inspiratie ook maar weer eens bij de Amerikaanse Slug and Squirrel.

dinsdag 7 januari 2014

Barnsteen: oeroude plantenresten.


Oeroude plantenresten, bewaard gebleven in het stukje barnsteen hierboven, laten je als het ware een kijkje nemen in een zeer ver verleden. In het bovenstaand stukje is dat minstens 1 miljoen jaar geleden en die ronde dingetjes zijn vermoedelijk fossiel stuifmeel van coniferen. Het is barnsteen (lengte 2 cm) van onbekende herkomst aan een hangertje

Barnsteen heeft altijd zeer tot mijn verbeelding gesproken. Het is versteende hars, afkomstig van prehistorische dennenbossen ( w.s. Pinus succinifera, die een zeer rijke harsproduktie had). De uit de boom druppelende hars nam geregeld zaden, pollen en zelfs kleine insecten in zich op. In de loop der tijden versteenden de harsresten en werden ze overspoeld door een stijgende zeespiegel en /of meegevoerd door (ijs)rivieren, kwamen ook in zee terecht en spoelden weer aan. Men spreekt over barnsteen, wanneer dit versteende materiaal tussen de 130.000.000 en 1.000.000 jaar oud is.
80% van de barnsteenvondsten is afkomstig van plaatsen rond de Baltische zee (Oostzee) , waar zich zo'n 35 miljoen jaar geleden bovengenoemde dennenbossen bevonden. Zie hier voor meer informatie.

Op veel stranden in Denemarken, Polen en de Baltische staten kun je barnsteen vinden. Met enig speurwerk op internet vind je wel waar en wanneer je de meeste kans maakt op vondsten. Ook in Nederland op de Waddeneilanden en op andere geschikte plaatsen komt het voor.
Erg leuk om er een stukje vakantie met kinderen aan te wijden. 

Nu zijn de stukjes, die je vindt niet zo mooi helder doorschijnend als de stukjes, die ik voor dit blog heb gefotografeerd. Die zijn dan ook op een stenenbeurs gekocht en al in een trommelmachine gepolijst. Een handig iemand kan zo'n machientje trouwens ook zelf maken, je kunt dan van meer steentjes schitterende siersteentjes trommelen.


Tot slot hierboven mijn allermooiste barnsteentje (lengte 1 cm), daarin zit een mugje gevangen. Een stukje dat in Gdansk (Polen) is gevonden. Dit mugje leefde dus in het Eoceen, zo'n 40 miljoen jaar geleden. Daar kan ik mij haast geen voorstelling van maken. Ik koester dit oeroude mugje.





woensdag 1 januari 2014

Maandelijks hetzelfde kleine stukje tuin gespot: januari.


Het hééft wat: elke maand eenzelfde stukje tuin aandachtig beschouwen door het zoveel mogelijk vanuit eenzelfde invalshoek te fotograferen. Ik kan er tóch geen afscheid van nemen. In plaats van een flink stuk tuin daarvoor te nemen, zoals de afgelopen twee jaar , lijkt het me aardig om een ongeveer een vierkante meter steeds van bovenaf te fotograferen. En om dit stukje daarnaast vanaf muizenperspectief te bekijken, waarbij de fotocamera vanaf de grond schuin omhoog gericht ditzelfde stukje in het vizier neemt.


Er groeien o.a. siergrasjes, mosjes, een nog heldergroene geranium, paarsachtig verkleurd zenegroen, een doveneteltje en een flinke rozet papaver.
Dit stukje tuin zal, zoals de rest van mijn tuin, nauwelijks worden aangeraakt, de bodem is er bedekt en vrijwel dagelijks kom ik er langs en kijk ik wat er gebeurt.
Dat is toch het meest spannende van het tuinieren: het hele jaar door kijken wat er allemaal in je tuin gebeurt op plekken die, eenmaal ingeplant, zichzelf verder mogen ontwikkelen.
Welke nooit vermoede zaden vinden hier een plek en hoe vindt zo'n plantengemeenschapje zijn evenwicht...
Het is duidelijk dat dit plekje zijn evenwicht grotendeels heeft gevonden.

zondag 22 december 2013

Kerstgebeuren enzo.


Nu is het hele kerstgebeuren niet echt iets waar ik vol verlangen naartoe leef. Het is niet zo dat ik van te voren al bedenk welke heerlijkheden ik mijn familie allemaal ga voorzetten en op welke decoratieve wijze ik het huis versier. Ik ben eigenlijk iemand van de anti-Kerst: ik krijg tegengestelde neigingen. Boerenkool of zoiets eten in een huisje op de hei....

Maar ik heb ontdekt dat het té veel energie neemt om je tegen de alom aanwezige kerstsferen te verzetten.
Dit jaar laat ik het gewoon over me komen. We hebben een zeer bescheiden kerstboom, een kleine sparrensoort in een grote pot, die, na te hebben overzomerd, voor het tweede jaar mag optreden. En er hangt een verlichte ster voor het raam. Ik maak een gerecht dat ook de kleinere kinderen lekker vinden en dat ik beheers. Verder doe ik niet moeilijk.
Met Oud en Nieuw zijn we met z'n tweetjes en gaan we lekker lezen. En op 2 januari is alles gelukkig voorbij en kunnen we weer gewoon doen.
Ach, ik ben gewoon niet zo'n feestnummer, ik staar liever wat in het groen met een boek bij de hand en ga mijn gewone gang.
Maar desalniettemin verlang ik naar het licht, dat langzamerhand weer terugkeert. De tekenen van nieuw leven in de natuur – dáár kijk ik naar uit. En met mij alle tuin- en natuurliefhebbers.

Tenslotte wens ik mijn lezers goede feestdagen toe, ieder op zijn / haar eigen wijze. En vooral een gezond en voorspoedig 2014.


vrijdag 13 december 2013

Is er schoonheid in het verval?

blad van de pluimpapaver
Wanneer we buiten de totale ineenstorting van de verdorde vaste plantenwereld in ogenschouw nemen, kunnen we niet anders erkennen dat schoonheid hierin ver te zoeken is. Schoonheid kan je nog wel ervaren in het bekijken van de ontbladerde bomen, die nu hun “skelet”, hun ware vorm, tonen.
Ergens begrijp ik misschien wel de tuinierders, die hun tuin “winterklaar” maken, die alle verdorde stengels vlak boven de grond afknippen, het blad ruimen, om zo de tuin “netjes” te maken voor het winterseizoen.

stengels van de wilde oregano
Maar of het goed is: neen. Die plantenstengels bieden een veilig heenkomen voor allerlei organismen, die hierin de winter overleven. De plantenstengels beschermen ook het “hart” van de plant, dat – bij wijze van spreken – nog klopt onder de grond. Een afgeknipte stengel laat vocht en kou onmiddellijk door. Ook het afgevallen blad vormt een “deken” om de ondergronds doorlevende planten én het bodemleven te beschermen, bovendien verteert het langzaam tot gratis compost.
De natuur doet het zelf zo en wij doen er goed aan in deze processen niet onnodig in te grijpen.
In onze tuin laat ik nu alles op zijn beloop. Alleen de stengels die echt hinderen, knip ik weg of knak ik om. Het afknippen gebeurt verder in het vroege voorjaar. 

blad van de grootbladige cotoneaster
Het is wel desolaat, die totale ineenstorting. Tóch, als je beter kijkt, is er schoonheid te ontdekken in het verval.

overwinterend rozet van de gele toorts






maandag 2 december 2013

Op het eerste gezicht: december 2013.


Dit is de laatste foto van hetzelfde stukje tuin in 2013. Een jaar lang is vanuit een zo veel mogelijk gelijk standpunt hetzelfde stuk tuin gefotografeerd. Een aantal tuinbloggers deed mee aan dit project.
De eerste foto was van begin januari.
Nu is het begin december en vergeleken met de vorige maand is duidelijk, dat het meeste blad van de bomen is gevallen en dat de ineenstorting van de vaste planten is begonnen.
Het is nu de periode om de tuin de tuin te laten. Er wordt niet meer gewerkt. Opruimen is niet echt aan de orde, behalve wanneer iets me écht stoort. Alles mag verdord blijven staan of ineen storten, dat is de natuur en zo wil ik het ook graag in de tuin zien.
Hoewel de tuin rondom is omringd door overwegend groenblijvende coniferen en hoge heesters, zien we toch dat het wat doorzichtiger is geworden naar de achterburen toe.
Ik ben met het fototoestel nog even naar links gedraaid, waar we zien dat de Metasequoia nu geheel kaal is, zodat het schuurtje weer in zicht komt.


Als ik naar voren kijk, zie ik dat het blad van dwergmispel Cotoneaster horizontalis nu geheel verkleurd is. De bessen zijn voor een groot deel opgepeuzeld, ik denk door het roodborstje, dat ik vanmorgen betrapte in de struik. Dat charmante vogeltje volgt me steeds nieuwsgierig, als ik in de tuin scharrel. 


Verder naar beneden komt de vijver weer temidden van de instortende beplanting te voorschijn.


Ik ben nog aan het nadenken of ik volgend jaar weer elke maand een stukje tuin via de lens zal tonen. Na twee jaar aan het project “Op het eerste gezicht” te hebben deelgenomen, vind ik het eigenlijk wel genoeg. Dus ga ik broeden op een ander project...


zaterdag 23 november 2013

Te vroeg ontsproten.


Planten willen, net als alle levende wezens, niets liever dan hun genen verspreiden. Dat doen ze via zaad en liefst met véél zaad. Het wordt verstrooid en verspild. Dat geeft de plant zo veel mogelijk kans om nakomelingen te verkrijgen.
Sommige zaden zijn verstandig en wachten op of in de grond tot de winter voorbij is. Er zit zelfs een “programmaatje” in, dat maakt, dat er eerst vorst overheen moet zijn gekomen om actief te worden: de z.g. koudekiemers. Of lichtkiemers, die wachten op meer licht en willen daarom niet verder in de grond zakken.
Maar andere zaden hebben te veel haast of raken in de war door té lang voortdurende en té hoge temperaturen: daar behoort bovenstaand oost indische kers -zaadje toe. Deze lag zo maar open en bloot op de aarde. Ik heb hem maar meegenomen en binnen in een piepklein potje gezet.


Deze te vroeg ontsproten zaailingen gaan het uiteraard niet redden. Als je goed rondkijkt buiten, zie je wel meer van deze ten dode opgeschreven, meest eenjarigen.
Wel te onderscheiden van planten, die twee- of meerjarig zijn, en als jong plantje kunnen overwinteren om volgend jaar meteen los te kunnen gaan.
Dit plantje gaat het hopelijk binnen redden, hij zal al gauw om een grotere pot vragen; dan heeft hij volgend voorjaar al een mooie voorsprong: het is meer voor de aardigheid dan dat het zinvol is...