dinsdag 24 september 2013

In het bos zijn de wilde dieren: nachtploegers.


De laatste weken hebben we veel in de bossen op de Veluwe gewandeld. En daar zijn wilde dieren.
Om ze te zien moet je 's morgens heel vroeg je bed uit of 's avonds in de schemering een geschikte plek opzoeken. We waren te lui daarvoor, maar wat we wel zagen waren de sporen van wilde zwijnen, die in de nachtelijke uren aan het wroeten waren geweest om wat eetbaars te vinden.
Dat is niet een béétje wroeten, maar dat mag je haast ploegen noemen. De bosgrond wordt tot op de blote aarde omgewoeld, het ziet er uit als een ravage. Toch geeft deze activiteit zaden de gelegenheid te kiemen op de losgewoelde grond, waardoor een grotere biodiversiteit ontstaat. 


Maar omwonende boeren en tuineigenaren zijn niet zo blij met de wroeters.
Het grote omploegen zagen we trouwens ook in de middenbermen van doorgaande wegen. Dat betekent dat het rijden op deze wegen in nacht en schemering niet zonder risico op aanrijdingen is.
Het is dus wel voorstelbaar, dat een relatief té grote zwijnenpopulatie een té grote belasting vormt voor een te klein oppervlak. In gebieden op en rond de Veluwe was dat een paar jaar geleden het geval. Er vind dan afschot plaats.
Dat kan je betreuren, maar wilde varkens kunnen zich behoorlijk snel voortplanten en hebben nauwelijks natuurlijke vijanden.
Als je in het bos loopt hoef je trouwens niet bang te zijn voor deze dieren. Ze zullen mensen mijden en zijn hoogstens agressief als ze jongen hebben en zich bedreigd voelen. Dat is vanaf februari tot in de zomer.

De foto van het wilde zwijn hierboven is niet in de afgelopen weken gemaakt, maar al een aantal jaren eerder in een groot bospark in de Eiffel.
Ik heb trouwens een zwak voor varkens. De varkens, waar we karbonaadjes van maken, zijn gedomesticeerde verre nakomelingen van de wilde zwijnen. Van oudsher heeft genenuitwisseling plaatsgevonden tussen de verwante dieren.
Varkens zijn intelligenter dan we denken en willen weten. Ze behoren – samen met de kippen wellicht – tot de meest tot louter voedingsproduct gereduceerde dieren in de westerse wereld. Als we die grote veewagens passeren, volgestouwd met varkens, met de wroetsnoetjes snuivend uit de luchtgaten voel ik me onbehaaglijk, hoewel ik vegetariër ben.

Ik heb jaren lang vergeefs hangbuikzwijntjes op mijn verlanglijstje gezet, die vind ik gewoon hartveroverend. Maar dan heb je natuurlijk een landje nodig en niet een iets groter uitgevallen tuin, zoals wij hebben. De biodiversiteit, die deze omwoelers hier zouden aanbrengen: ik denk dat ik daar niet blij mee zou zijn...
Maar mocht je een goede natuurlijke ploeg nodig hebben: lease een paar zwijnen.



vrijdag 6 september 2013

Mierenpastorale.


Op mijn mooie Oost-Indische kers spelen zich boeiende taferelen af.
De plant in een hoge bak begon ineens een beetje te kwijnen. Toen ik wat beter keek zag ik dat zich er complete kolonies zwarte luizen hadden gevestigd, die zich tegoed deden aan de sappen van de plant terwijl ze een kleverig goedje uitscheidden. 




Toen ik nóg beter keek bleek er een regelrecht mierenstraatje te lopen vanaf de bak naar de grond, waar zich tussen de tegels een opening bevindt naar een mierennest.
Met andere woorden: deze mieren zijn de hoeders van de kudde luizen. Je mag hier dus wel spreken van het herdersleven van de mieren: een mierenpastorale


De mieren zuigen de zoete afscheiding van de luizen op. Ze verzorgen hun kudde en je ziet ze heen en weer lopen naar het nest.
Ik vind zulke waarnemingen altijd heel erg leuk. Ik heb eigenlijk een zwak voor mieren - als ze me maar niet steken, want daar krijg ik flinke bulten van.
Als kind heb ik wel eens een nest overgebracht in een simpel van gips gemaakt formicarium. Sindsdien heb ik grote bewondering voor hun ingenieuze nesten en hun sociale leven.
Ik verdelg dan ook geen mierennesten, waarom zou ik? De mieren komen hier niet binnen. Ik heb wel eens een rijtje met gekneusde teentjes knoflook langs de deurpost neergelegd of watjes met tea tree oil: ik had het idee dat het hielp. Ook effectief bij de ingang van je tent: het weert ook andere insecten af.
Maar, het is wel een beetje jammer van de Oost-indische kers, die wellicht tóch niet zo'n goede plaats had. Ik oogst de zaden en ga volgend jaar experimenteren met een andere plek.

maandag 2 september 2013

Op het eerste gezicht: september 2013.


En daar gaan we weer met een aantal vasthoudende medetuinbloggers: elke maand hetzelfde stukje tuin op de foto zetten. Om zo door het jaar heen de kleine of grotere verschillen te kunnen waarnemen. Wat nu opvalt, is het mooie, lager invallende zonlicht, dat door de beplanting heenspeelt.
Die bijzondere transparantie, die daardoor optreedt. De charme van de late zomer en de beginnende herfst. Het licht wordt wat goudachtig.
Rechts boven het midden zien we de nog bloeiende vlinderstruik, links in het midden een nog schitterend bloeiende kattenstaart (Lythrum salicaria).


Ik heb in tuinen meer nog schitterend bloeiende exemplaren gezien. Mijn wilde kattenstaart achteraan de vijver is al enige weken nagenoeg uitgebloeid. Ik vermoed dat het cultuurvarianten zijn, die nu zo pronken. Ik weet wel dat dit exemplaar van een kwekerij afkomstig is.
Hij wordt royaal bezocht door vlinders, vooral door koolwitjes.



We gaan nog genieten van de mooie septembermaand. Er lijkt nog een mooie periode aan te komen. We krijgen wat vochtiger en neveliger omstandigheden, we zien die mooie bedauwde pakketjes spinnenweb in gras en op hegjes, we lopen met onze snuiten door de webjes, die volijverig door de spinnen gespannen zijn over onze paden... Het heeft wel wat.

Tot slot nog inzoomen op het clubje bonsai-achtigen van de bovenste foto, waar ik zo graag naar mag kijken.



maandag 26 augustus 2013

Diepe groen van de late zomer.


Als ik nu door mijn tuin loop, valt vooral het diepe, donkere, volle groen van de planten op. Alle groen is maximaal ontwikkeld en op kleur. De kleuren van eind augustus.
Als je goed kijkt zie je tekenen van verval, maar daar wil ik nu nog niet echt naar kijken.
Ik neem jullie even mee op een wandeling door de tuin. De zijtuin aan de noordzijde ( zie hierboven) krijgt zijn structuur door de heg, de bielzenrand en daartussenin het schorspaadje. De rondgeknipte goudgele hulst geeft ook 's winters wat houvast in onze wilde tuin.
Een wilde tuin vraagt toch wat structuur, wat rustpunten voor het oog, om qua vormgeving een beetje te kloppen. 

Als ik meer naar rechts wat meer naar voren loop met dezelfde blikrichting zie je links in de hoek weer dezelfde goudgele hulst. Daarnaast een grote pol gras, die net in bloei gaat komen: de prachtige Molinia caerulea 'Transparent", een blikvanger die tot in de late herfst het zonlicht vangt in de okergeel wordende bloeiwijzen. 
Wat meer naar achter weer een hegje voor de structuur.

Molinia caerulea 'Transparent"

 

Voorbij dat hegje naar links kijkend naar de achtertuin één van mijn favoriete doorkijkjes van deze maand: naar de vijver via de wat hogere astilbes (60 cm ongeveer).


En als ik dan verder loop en vanaf het verdiepte terrasje in de richting kijk, waar ik stond voor de vorige foto, dan zien we een andere groep, lagere en wat lichtere astilbes - die zich op die plek vlak langs de vijver best flink de hoogte in werken - met links daarachter de altijd wat bescheiden bloeiende Polygonum amplexicaule 'Atropurpureum', een duizendknoopsoort, en daarachter een door mij zeer gewaardeerde kattenstaart: Lythrum salicaria. Kattenstaarten zijn dol op slootkanten bloeien best lang, zaaien zich hier uit, zelfs op wat drogere plaatsen.

Hoewel de tuin effectief - zonder huis, schuur en oprit - ongeveer tussen de 500 en 600 m2 beslaat, lijkt deze op de foto's véél groter. Dat komt waarschijnlijk door de dieptewerking, die de grote bomen en struiken die de tuin begrenzen, verschaffen. Dit is de charme van deze tuin, geeft ons vrijheid en suggereert dus meer dan het is. De illusie van het grote in het kleine. Ik heb deze foef ook wel gezien in véél kleinere tuintjes, waar men uitgekiend gebruik maakte van niveauverschillen op het grondoppervlak én in de beplanting.
Wij hadden het voorrecht dat zowel de niveauverschillen en de hoge beplanting aan de uiteinden van de tuin hier 16 jaar al aanwezig waren.
Dat was en is een waar geluk.

maandag 19 augustus 2013

Siertabak mag je wel een topper noemen.


In maart zaaide ik binnenshuis siertabak, Nicotinia sylvestris, een eenjarige. Minuscuul kleine zaadjes. Zie hieronder.


En dat zou zo'n mooie, grote plant worden met imponerend groot blad en prachtige tere, geurende bloemen?
Maar na het verspenen van de kleine plantjes in flinke potten - die voor alle zekerheid in het koele voorjaar nog binnen werden gehouden - kwam de groei er flink in.
Wat een mooi blad! 


De potten gingen op een gegeven moment naar buiten, niet op de volle zon en op de tuintafel. Waarom? De slakken zaten buiten al te wachten en ik wilde het ze moeilijk maken: op de tuintafel klimmen zou ze weerhouden.
Het werkte: de onderste plant had de pech dat de tuintafel vol was. Hij heeft zich overigens weten te herstellen en komt nu wat later in bloei.


Maar de rest gedijde en ik genoot van de robuuste groei. Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat het blad wel enigszins stinkt. Ja, het blijft een tabakssoort ;-)
Enige weken geleden kwam ineens de bloeistengel omhoog en ja, daar verschenen de mooie, neerhangende buisjesbloemen. En deze geuren echt verrukkelijk, vooral tegen de avond en trekken dan insecten aan.


De groep bloeiende siertabaksplanten geeft een mooi effect. Dit zijn dus de witte, maar er bestaan ook andere kleuren, waaronder ook een limegroene variant, die ik ook erg mooi vind.
Wanneer je ze op een goede plek in de tuin hebt uitgeplant, waar ze de slakkenvraat weten te weerstaan, doen ze het nog beter.
Nu ga ik een proef met ze doen. Ik heb ooit gelezen dat je de planten 's winters tegen de vorst beschermd kunt overhouden, en dat ze het jaar erop dan nog eens schitterend bloeien. Dat ga ik proberen.
Maar eerst geniet ik nu van deze mooie siertabaksplanten!


vrijdag 9 augustus 2013

Zomerzonbloesem.


Niets zo mooi als de zon, die op bloesem schijnt. Het tere, doorschijnende streelt je blik.
Hierboven het witte kaasjeskruid ( Malva moschata), het zaait zich uit waar het zich lekker voelt en bloeit maar door.


En de kamperfoelie, die vooral in de avond onze reukorganen zo aangenaam treft. Heerlijk, die geur.


Een favoriet, hierboven: Veronicastrum virginicum 'lavendelturm'. Dit exemplaar is gevallen en heeft zich weer opgericht. Maar de plant vormt stevige stelen met allemaal fijne rechtopstaande torentjes, die uitgebreid door insekten worden bezocht.


En dan de witte betonie, ofwel Stachys officinalis, ook zo'n insectentrekker.


En tenslotte de overblijvende lathyrus, de Lathyrus latifolius , een steeds terugkerende rijkbloeiende soort, die helaas niet geurt.
Zomergenoegens.






zondag 4 augustus 2013

Op het eerste gezicht: augustus 2013.


Ook deze maand weer een foto van een eenzelfde stukje tuin, waaraan een aantal tuinbloggers meedoen: op het eerste gezicht.
Het zal moeilijk zijn verschillen waar te nemen in mijn laatste opname van juni 2013 en die van nu - op de bloeiende rododendrons na. Begin juli heb ik moeten overslaan.
Het standpunt is wat lager gekozen, namelijk zittend vanuit mijn tuinstoel. Dit is mijn uitzicht naar rechts. Het mediterrane randje van de vorige blog is mijn uitzicht naar links. Best een groot verschil in sfeer, vind ik zelf. En dat maakt het spannend.
Het zijn de zaaddozen vooraan rechts van de schijnpapaver(Meconopsis cambrica) die verklappen dat de zomer al wat is gevorderd, ook is de opstelling van de bonsai-achtige boompjes wat veranderd.
Voor de afwisseling nog even inzoomen op het "vijvertje", dat door de overmatige plantengroei niet veralgt. Wel zorgt een parasol op het heetst van de dag voor wat schaduw in dit hoekje.